A
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 16 augustus
1999 en het nader rapport d.d. 20 september 1999, aangeboden aan de Koningin
door de Staatssecretaris van Economische Zaken. Het advies van de Raad van
State is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 22 juli 1999, no. 99.003527, heeft Uwe Majesteit,
op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, mede namens de
Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig
gemaakt het Verdrag inzake technische en financiële samenwerking tussen
het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië; 's-Gravenhage, 23 juni 1999,
met toelichtende nota.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 22 juli
1999, nr. 99.003527, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies
inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit
advies, gedateerd 16 augustus 1999, nr. W.10.99.0367/II, bied ik
U hierbij aan.
1. In de Nederlandse tekst van het verdrag wordt in artikel 6, eerste
lid, onder g, gesproken van «Nederlandse personeelsleden». In
de Engelse, voor de interpretatie van het verdrag doorslaggevende tekst van
artikel 6, eerste lid, onder g, ontbreekt het equivalent voor «Nederlandse»,
terwijl op de overige plaatsen in het verdrag waar sprake is van «personeel»,
met inbegrip van de definitie in artikel 2, in de Nederlandse tekst de toevoeging
«Nederlandse» niet voorkomt. Tevens wordt in toelichtende nota
ten aanzien van de begripsomschrijving van «personeelsleden» in
artikel 2, tweede lid, van het verdrag opgemerkt, dat «bewust niet van
«Nederlands personeel» gesproken (wordt) aangezien niet iedereen
die door Nederland wordt uitgezonden de Nederlandse nationaliteit heeft.»
Hieruit lijkt te kunnen worden geconcludeerd dat de beperking tot personeelsleden
met de Nederlandse nationaliteit niet is beoogd. In de toelichtende nota dient
hieraan aandacht te worden besteed en te worden medegedeeld dat bij eerstvolgende
gelegenheid de Nederlandse tekst zal worden gecorrigeerd.
1. In de toelichtende nota is de toelichting op artikel 6 aangepast overeenkomstig
het advies van de Raad van State.
2. In het eerste lid van artikel 2 van het verdrag worden onder het begrip
«middelen» ook diensten gebracht. Daarmee lijkt in het tweede
lid van artikel 4 van het verdrag onvoldoende rekening te zijn gehouden daar
diensten geen voorwerp van eigendom kunnen zijn. De toelichtende nota dient
ook daaraan aandacht te besteden.
2. Aan het advies van de Raad is gevolg gegeven door aanpassing van de
toelichting op artikel 4, tweede lid, in de toelichtende nota.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag
wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan vorenstaande
aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State,
H. D. Tjeenk Willink
Ik moge U, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, verzoeken de
Minister van Buitenlandse Zaken te machtigen gevolg te geven aan zijn voornemen
het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende
goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
G. Ybema