26 834
Socialeverzekeringspositie van grensarbeiders

nr. 17
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 2 oktober 2007

De vaste commissie voor Financiën1 heeft op 5 september 2007 overleg gevoerd met staatssecretaris De Jager van Financiën over:

– de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 25 juni 2007 over de resultaten van de consultatie van de Stichting Grensarbeid over heffingsrente bij grensarbeiders (26 834, nr. 16).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer De Nerée tot Babberich (CDA) betreurt het dat het wederom nodig is om het probleem van de heffingsrente bij grensarbeid te bespreken. Ook vindt hij dat het lang geduurd heeft voordat de Commissie grensarbeiders, die zich onder andere hiermee bezighoudt, kon worden ingesteld. Zal deze commissie inderdaad op 1 oktober aanstaande verslag uitbrengen?

Het probleem dat Nederlanders die in Nederland wonen, maar in België werken, in sommige gevallen heffingsrente moeten betalen, wordt veroorzaakt door een te hoge aanslag bij de bedrijfsvoorheffing in België die pas veel later bij de definitieve aanslag wordt gecorrigeerd. Deze te hoge aanslag levert een te hoge compensatie van de Nederlandse belastingdienst op, die heffingsrente in rekening brengt bij de uiteindelijke correctie. De Belgische belastingdienst vergoedt daarentegen geen rente voor de aanvankelijk te hoge aanslag en het probleem wordt nog vergroot door de enorme achterstanden bij deze dienst. De heer De Nerée pleit ervoor, met de Belgische regering te onderhandelen om een aanvaardbare oplossing voor dit probleem te vinden; hij hoopt dat de Commissie grensarbeiders hiervoor suggesties zal doen.

Ten slotte vraagt de heer De Nerée nog aandacht voor de verslechtering van de positie van de dubbelgepensioneerden als gevolg van de invoering van de Zorgverzekeringswet, mede in verband met het arrest-Nikula. Hij zou dit aspect graag betrokken zien bij het algemene plan voor de aanpak van problemen op het gebied van de zorg voor Nederlanders die in het buitenland wonen.

De heer Tang (PvdA) vraagt zich af hoeveel grensarbeiders er zijn en hoevelen van deze belastingplichtigen te maken hebben met het probleem van de heffingsrente. De Belastingdienst heeft de betrokkenen in 2003 en in 2004 een brief gestuurd om hen erop te wijzen dat zij mogelijk te veel compensatie ontvangen hadden en dat zij het te veel ontvangen bedrag met heffingsrente zouden moeten terugbetalen. In de brieven werd ook de mogelijkheid geboden om hierover contact op te nemen met de Belastingdienst. Volgens de Stichting Grensarbeid werd dit echter ook meteen weer ontmoedigd, vanwege softwareproblemen en dergelijke.

Verder verbaast de heer Tang zich erover dat deze kwestie al zo lang duurt, waardoor de heffingsrente steeds verder oploopt. In hoeverre is dit aan de Belastingdienst te wijten? Zijn er in andere gevallen wel eens regelingen getroffen om heffingsrente kwijt te schelden? Als dit zo is, in welke zin week de situatie daarbij dan af van de situatie van de grensarbeiders?

Uit vele signalen die de Kamer gekregen heeft, blijkt dat de betrokkenen zich ondanks de goede informatie van de Belastingdienst onrechtvaardig behandeld voelen. Vanwege het buitengewoon complexe karakter van het belastingstelsel kan de heer Tang zich zeer goed voorstellen dat de betrokken belastingplichtigen niet altijd konden nagaan of zij te veel of te weinig betaalden of ontvingen. Zij hebben als het ware ongewild een lening afgesloten. Als deze kwestie niet bevredigend wordt opgelost, is dit niet bevorderlijk voor het draagvlak voor de belastingheffing en de reputatie van de Belastingdienst.

Mevrouw Koşer Kaya (D66) wijst erop dat in het huidige proces van globalisering een flexibele arbeidsmarkt essentieel is. Dit betekent dat werken over de grens aantrekkelijk gemaakt moet worden en dat problemen zoals die met de heffingsrente zo snel mogelijk moeten worden opgelost. De Europese arbeidsmarkt biedt mogelijkheden die nog onvoldoende belicht zijn: krapte op de arbeidsmarkt in de ene lidstaat kan ondervangen worden door gebruik te maken van het ruimere aanbod in een andere lidstaat. Dit mag niet belemmerd worden door fiscale barrières en inefficiënt werken door de Belgische en de Nederlandse belastingdienst, grensarbeiders mogen hier niet de dupe van worden. Mevrouw Koşer Kaya neemt dan ook geen genoegen met het verweer van de staatssecretaris dat hij hierover nog geen klachten heeft gekregen en dat er zich in de praktijk geen concrete situaties hebben voorgedaan die aanleiding zouden geven tot het afzien van het vorderen van heffingsrente.

Ook mevrouw Koşer Kaya vraagt mede naar aanleiding van een groot aantal e-mails aandacht voor de positie van dubbelgepensioneerden en zij geeft een concreet voorbeeld van iemand die over 2006 in verband met de nieuwe Zorgverzekeringswet in totaal € 6741 moet betalen.

Ten slotte vraagt mevrouw Koşer Kaya om een reactie van de staatssecretaris op de problemen met de vergoeding voor kinderopvang bij grensarbeid.

De heer Irrgang (SP) vreest dat de problemen die veroorzaakt worden door de verschillen in socialezekerheidssystemen en fiscale regimes tussen Europese landen, nog lang zullen blijven bestaan en dat er ook steeds nieuwe problemen zullen opdoemen. Hij vraagt met het oog hierop aan de staatssecretaris, bij de onderhandelingen met Duitsland goed te letten op de gevolgen van de invoering van de WIA in Nederland. Een onderdeel van deze problemen vormt de heffingsrente. De heer Irrgang vindt dat degenen die hiermee geconfronteerd worden, dit terecht als zeer onrechtvaardig ervaren, omdat zij dit probleem niet zelf veroorzaken. Ook hij wil een acceptabele oplossing voor de heffingsrente die over 2003 en 2004 in rekening is gebracht. Zal de Commissie grensarbeiders hierover nog een uitspraak doen?

Ten slotte sluit de heer Irrgang zich aan bij de al gemaakte opmerkingen over de dubbelgepensioneerden. Ook naar zijn mening heeft het Nikula-arrest in dit verband wel degelijk consequenties.

De heer Tony van Dijck (PVV) vraagt zich af waarom de Nederlandse belastingdienst de bedrijfsvoorheffing niet wat nauwkeuriger heeft kunnen bepalen, bijvoorbeeld aan de hand van een kopie van de salarisspecificatie. In 2004 was het wel toegestaan om aftrekposten bij de salarisberekening te betrekken, maar het Team Grensarbeid was hiervan niet op de hoogte, zo luidt het verwijt van betrokkenen. Is het overigens wel realistisch om van werknemers te vragen, zelf de in te houden bedrijfsvoorheffing te berekenen? Is er bij de berekening over 2005 en 2006, waarbij uitgegaan is van de voorlopige teruggaaf over 2004, wél rekening gehouden met een realistische bedrijfsvoorheffing, inclusief aftrekposten?

Er zijn grensarbeiders die de compensatie hebben geaccepteerd terwijl zij door deze te vergelijken met hun loonstrook hadden kunnen weten dat deze te hoog was, maar het is niet hun schuld dat de Belgische belastingdienst zo traag is met het vaststellen van de aanslagen voor de personenbelasting. Daarom vindt de heer Van Dijck het niet terecht dat zij heffingsrente moeten betalen over de gehele periode. Hij stelt voor om hierbij een redelijke termijn te hanteren.

Verder pleit de fractie van de PVV voor een grootschalig onderzoek naar de grensoverschrijdende fraude van Nederlanders die in België of in Duitsland wonen en werken, maar een adres in Nederland aanhouden opdat zij in Nederland verzekerd blijven en recht op allerlei sociale voorzieningen behouden.

De heer Van Dijck is het met mevrouw Koşer Kaya eens dat de ontwikkelingen op de Europese arbeidsmarkt goede afspraken op dit vlak nodig maken. Hoe anticipeert de regering hierop?

Mevrouw Dezentjé Hamming (VVD) wil net als de staatssecretaris graag de discussie over deze slepende kwestie sluiten, maar niet zonder een goede oplossing voor de betrokkenen. Er was hun toegezegd dat zij van het nieuwe belastingverdrag geen nadeel zouden ondervinden; een betrouwbare overheid brengt met zich mee dat deze toezegging gestand wordt gedaan. Overigens vindt mevrouw Dezentjé Hamming het vreemd dat de ingestelde commissie, die twintig financiële knelpunten bekijkt, het probleem van de heffingsrente niet wil behandelen omdat de staatssecretaris daar niet voor voelt. Hoe dan ook, zij wil de keiharde toezegging van de staatssecretaris dat dit probleem in ieder geval voor het einde van dit jaar naar tevredenheid van de grensarbeiders opgelost zal zijn.

Antwoord van de staatssecretaris

Staatssecretaris De Jager constateert dat er in ieder geval overeenstemming over is dat dit dossier nu eindelijk gesloten zou moeten worden. Omdat hij heeft gemerkt dat het op een aantal onderdelen nog niet volstrekt duidelijk is waarom het hierbij gaat, wil hij in navolging van zijn voorgangers de zaken toch nog een keer op een rij zetten.

Er is bij de totstandkoming van het belastingverdrag met België voorzien in een overgangsregeling om nadelige inkomenseffecten van het vervallen van de Grensarbeidersregeling te compenseren. Daarbij is nooit aan de betrokkenen toegezegd dat er geen heffingsrente in rekening zou worden gebracht. In deze kwestie gaat het om een te hoog compensatiebedrag over 2003 en 2004 als gevolg van het al bij de bedrijfsvoorheffing, de Belgische loonbelasting, rekening houden met een te hoog bedrag aan aftrekposten door Belgische werkgevers, terwijl deze posten volgens de Belgische regelgeving pas bij de aanslag voor de personenbelasting, de Belgische inkomstenbelasting, zouden mogen worden verwerkt. Daardoor viel de bedrijfsvoorheffing lager uit dan het bedrag waarvan de Nederlandse belastingdienst op dat moment uitging, waardoor de compensatie te hoog was.

Omdat de Belastingdienst de grensarbeiders hierbij wel degelijk tegemoet wilde komen, heeft men eind 2002 en eind 2003 alle zesduizend betrokkenen de situatie heel duidelijk in een brief uitgelegd, waarbij een formulier met een rekensjabloon en een voorlopige berekening gevoegd was, met het verzoek om bij een aanzienlijke afwijking van de Belgische bedrijfsvoorheffing van de bedragen op het loonstrookje meteen contact op te nemen met de Belastingdienst. Dan zou er een correctie mogelijk zijn geweest en zou er ook geen heffingsrente in rekening zijn gebracht. De staatssecretaris beseft overigens wel dat de situatie vanwege de combinatie van loon en aftrekposten in België en Nederlandse inkomensbestanddelen en bijtellingen tamelijk ingewikkeld is, maar de betrokkenen hadden hierover informatie kunnen vragen bij het speciale team van de Belastingdienst. Het is ook voor hem een raadsel waarom hiervan geen gebruik gemaakt is. Het systeem zou wel vereenvoudigd kunnen worden, maar dan zou het ook grover worden, en de Kamer heeft al eerder aangegeven dat zij daar geen voorstander van is. Er zijn geen problemen meer met aanslagen over 2005 en 2006, omdat het proces nu goed verloopt.

Er is ook zeer veel overleg met de betrokken groep geweest, het probleem van deze mensen heeft enorm veel aandacht van de Belastingdienst gekregen. Toch hebben zij belastingadviseurs ingeschakeld, die uiteindelijk zelfs de door de dienst aangeboden praktische oplossing voor 2003 en 2004 hebben afgewezen, omdat zij wilden kunnen procederen terwijl deze oplossing al aanschuurde tegen de wet- en regelgeving. Deze oplossing hield in dat de compensatie bepaald zou worden op basis van de feitelijk betaalde belasting in plaats van de materieel verschuldigde belasting. De Belastingdienst moest daarna terugvallen op de bestaande wet- en regelgeving, die geen mogelijkheden biedt om voor de hele groep af te zien van het in rekening brengen van heffingsrente; het ministerie heeft de Stichting Grensarbeid hierover toen geïnformeerd. Twee derde deel van deze groep moet heffingsrente betalen, gemiddeld zo’n € 300, maar een derde deel heeft juist rente ontvangen. De Belastingdienst handelt hierin dus zeer consequent, maar de staatssecretaris heeft er wel begrip voor dat de betrokkenen het als onrechtvaardig ervaren dat de Belgische belastingdienst dit verfijnde systeem niet hanteert. Hij zegt dan ook toe dat hij ook na alle moeite die de Belastingdienst zich getroost heeft om de zaak in goede banen te leiden, bereid is om de heffingsrente in individuele gevallen kwijt te schelden als mocht blijken dat de Nederlandse belastingdienst ondanks alle inspanningen ook maar enigszins tekortgeschoten is en dat iemand daardoor heffingsrente moet betalen. Hij zal zich hierbij ruimhartig opstellen, maar bij de vijfhonderd verzoekschriften en bezwaren die tot nu toe zijn ingediend, is hiervan in ieder geval nog geen sprake geweest. Deze tegemoetkoming was ook al aangeboden aan de Stichting Grensarbeid, maar die wilde alleen instemmen met een algemene kwijtscheldingsregeling.

Het kost altijd enige tijd om een commissie samen te stellen en de werkzaamheden voor te bereiden, maar de Commissie grensarbeiders is nu voortvarend bezig. Omdat er ook nogal wat andere onderwerpen op de agenda staan, is het niet zeker of zij op 1 oktober aanstaande verslag zal kunnen uitbrengen. De staatssecretaris heeft aanwijzingen dat de commissie om uitstel zal vragen; hij vindt de vastgestelde datum wel belangrijk, maar hij zal met enig uitstel instemmen als dat de kwaliteit van de conclusies en aanbevelingen ten goede zal komen, omdat er toch al veel misverstanden zijn.

Ook de positie van de dubbelgepensioneerden, mede in verband met het arrest-Nikula, staat op de agenda van de Commissie grensarbeiders. De e-mails die mevrouw Koşer Kaya heeft ontvangen, kunnen aan de commissie worden voorgelegd. De staatssecretaris wacht de voorstellen van de commissie op dit punt af.

Voor zover de staatssecretaris heeft kunnen nagaan, heeft de Belastingdienst zich in deze hele kwestie zeker niet onwelwillend opgesteld, integendeel. Als er aanwijzingen zijn dat de Belastingdienst het zou hebben ontmoedigd om overleg te plegen over aanslagen, dan zou de staatssecretaris graag concrete voorbeelden daarvan onder ogen krijgen. Er zijn hem ook geen specifieke ICT-problemen bekend. Het verzoek van de heer Irrgang in verband met de onderhandelingen met Duitsland zal hij doorgeven aan de minister van Sociale Zaken. Er zijn overigens geen vergelijkbare problemen met Nederlanders die in Duitsland werken, want de problemen met de voorheffing zijn het gevolg van het verdrag dat met België gesloten is.

Nadere gedachtewisseling

De heer De Nerée tot Babberich (CDA) wil hoe dan ook een oplossing voor het probleem, desnoods met toepassing van de hardheidsclausule. Het gaat in totaal om een bedrag van een miljoen; dat staat niet in verhouding tot de kosten van de procedures die eventueel zullen worden aangespannen. Hij vindt dat de zaak zo nodig door een derde, wellicht de Commissie grensarbeiders, opnieuw bekeken zou moeten worden.

De heer Tang (PvdA) vraagt zich af of de hele gang van zaken niet tot de conclusie moet leiden dat de compensatieregeling in 2003 en 2004 voor de betrokkenen te ingewikkeld was. Ook hij pleit ervoor, een streep onder deze kwestie te zetten, ook omdat het om een niet al te grote groep en om een niet zo hoog totaalbedrag gaat. Ten slotte vraagt hij of er ooit aan deze belastingplichtigen is toegezegd dat zij geen nadeel zouden ondervinden van vertraging bij de afhandeling van hun aangifte in België.

Mevrouw Koşer Kaya (D66) vindt het belachelijk dat de Kamer niet beschikt over de brief die indertijd aan deze groep belastingplichtigen is gestuurd. Zij vraagt zich af of het inschakelen van belastingadviseurs er niet op wijst dat er indertijd toch van alles is gebeurd. En ook zij vindt dat er gelet op het totaalbedrag waarom het gaat, eigenlijk al veel te veel tijd aan deze kwestie besteed is en dat er nu eindelijk een oplossing voor moet worden gevonden.

De heer Irrgang (SP) constateert dat ook de staatssecretaris er geen verklaring voor heeft, waarom deze belastingplichtigen indertijd niet zijn ingegaan op het aanbod van de Belastingdienst. Hij vraagt de staatssecretaris eveneens, nu een streep onder deze zaak te zetten.

De heer Tony van Dijck (PVV) is het eens met de andere woordvoerders. Hij vindt dat de grensarbeiders wel iets te verwijten is, omdat zij hadden kunnen aangeven dat zij te veel compensatie ontvingen, zodat het terecht is dat zij heffingsrente moeten betalen. Maar hij zou dit willen beperken tot een jaar, omdat dit voor de Nederlandse belastingdienst een redelijke afhandelingstermijn zou zijn. Het lijkt hem niet reëel om deze groep over drie, vier of misschien wel vijf jaar heffingsrente te laten betalen omdat de Belgische belastingdienst zo traag werkt.

Ook mevrouw Dezentjé Hamming (VVD) vindt het opvallend dat de grensarbeiders niet zijn ingegaan op de brief en het aanbod van de Belastingdienst, maar het lijkt haar niet zo nuttig om de achtergrond daarvan te onderzoeken. Het is wat haar betreft belangrijker om nu een oplossing voor deze zaak te vinden.

Staatssecretaris De Jager wijst erop dat ook zijn voorgangers al hebben aangegeven dat de hardheidsclausule voor dit probleem geen oplossing biedt. Het punt is niet dat het slechts om een miljoen gaat, maar dat de hardheidsclausule niet kan worden gebruikt voor iets waarvoor hij niet bedoeld is. Een hardheidsclausule is immers alleen bruikbaar om onbedoelde effecten van nieuwe wetgeving te compenseren. De Commissie voor de Verzoekschriften heeft de juistheid van dit standpunt bevestigd. Wel zegt de staatssecretaris nogmaals toe dat hij individuele verzoeken om kwijtschelding van de heffingsrente ruimhartig zal beoordelen.

Verder stelt de staatssecretaris dat de brief van de Belastingdienst aan deze groep van grensarbeiders wel degelijk aan de Kamer is toegestuurd, met een begeleidende brief van staatssecretaris Wijn. Hij zegt toe, de Kamer een kopie van de originele brief met datum te zullen doen toekomen. Ook toont hij zich bereid, te onderzoeken waarom er zo weinig reacties op deze brieven zijn gekomen.

De problemen met de vergoeding voor kinderopvang zijn eveneens aan de Commissie grensarbeiders voorgelegd; voor het beleid op dit vlak is het ministerie van OCW verantwoordelijk.

Er zijn geen mogelijkheden om België ertoe te bewegen, in dit geval net als de Nederlandse fiscus bij achterstanden ook rente te vergoeden, maar dit is ook minder van belang, nu er zich over 2005 en 2006 nagenoeg geen problemen meer hebben voorgedaan.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Blok

De adjunct-griffier van de vaste commissie voor Financiën,

Vente


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Crone (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Blok (VVD), voorzitter, Ten Hoopen (CDA), ondervoorzitter, Weekers (VVD), Gerkens (SP), Van Haersma Buma (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Dezentjé Hamming (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Irrgang (SP), Luijben (SP), Kalma (PvdA), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Cramer (ChristenUnie), Jules Kortenhorst (CDA), Van der Burg (VVD), Tony van Dijck (PVV), Heerts (PvdA), Gesthuizen (SP), Ouwehand (PvdD), Tang (PvdA) en Vos (PvdA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Van Dam (PvdA), Halsema (GroenLinks), Remkes (VVD), Jonker (CDA), Aptroot (VVD), Van Gerven (SP), Jan de Vries (CDA), Van Hijum (CDA), De Krom (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Pechtold (D66), Kant (SP), Ulenbelt (SP), Van der Veen (PvdA), Anker (ChristenUnie), Mastwijk (CDA), Nicolaï (VVD), De Roon (PVV), Smeets (PvdA), Karabulut (SP), Thieme (PvdD), Heijnen (PvdA) en Spekman (PvdA).

Naar boven