26 817
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kyrgyzstan inzake het landbouwontwikkelingsproject in de Naugat-regio, Osh Oblast; Bisjkek, 17 februari 1999

A
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 26 juli 1999 en het nader rapport d.d. 3 september 1999, aangeboden aan de Koningin door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 25 juni 1999, no. 99.003009, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kyrgyzstan inzake het landbouwontwikkelingsproject in de Naukat-regio, Osh Oblast; Bisjkek, 17 februari 1999 (Trb. 1999, 61), met toelichtende nota.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 25 juni 1999, nr. 99.003009, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 26 juli 1999, nr. WO2.99.0304/II, bied ik U hierbij aan.

Het onderhavige Verdrag wordt in de titel van het Verdrag aangeduid als een tussen de regeringen van de beide staten gesloten Verdrag. Dat de in de publicatie in het Tractatenblad opgenomen titel spreekt van een Verdrag tussen de beide staten, kan daaraan niet afdoen; het wekt eerder bevreemding dat een dergelijke wijziging bij publicatie eenzijdig wordt aangebracht. Niettemin worden volkenrechtelijk door het Verdrag de staten en niet slechts de regeringen van de staten gebonden. De toelichtende nota dient dit uitdrukkelijk te vermelden.

Conform het advies van de Raad is de toelichtende nota met een passage uitgebreid.

De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De waarnemend Vice-President van de Raad van State,

Van der Does

Ik moge U mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. J. van Aartsen

Naar boven