A
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 26 juli
1999 en het nader rapport d.d. 3 september 1999, aangeboden aan de Koningin
door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Raad van State
is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 25 juni 1999, no. 99.003009, heeft Uwe Majesteit,
op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister
voor Ontwikkelingssamenwerking, bij de Raad van State ter overweging aanhangig
gemaakt het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek
Kyrgyzstan inzake het landbouwontwikkelingsproject in de Naukat-regio, Osh
Oblast; Bisjkek, 17 februari 1999 (Trb. 1999, 61), met toelichtende nota.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 25 juni 1999,
nr. 99.003009, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake
het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 26 juli 1999, nr. WO2.99.0304/II, bied ik U hierbij aan.
Het onderhavige Verdrag wordt in de titel van het Verdrag aangeduid als
een tussen de regeringen van de beide staten gesloten Verdrag. Dat de in de
publicatie in het Tractatenblad opgenomen titel spreekt van een Verdrag tussen
de beide staten, kan daaraan niet afdoen; het wekt eerder bevreemding dat
een dergelijke wijziging bij publicatie eenzijdig wordt aangebracht. Niettemin
worden volkenrechtelijk door het Verdrag de staten en niet slechts de regeringen
van de staten gebonden. De toelichtende nota dient dit uitdrukkelijk te vermelden.
Conform het advies van de Raad is de toelichtende nota met een passage
uitgebreid.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag
wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande
aandacht zal zijn geschonken.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State,
Van der Does
Ik moge U mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking verzoeken
mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld
van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te
leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. J. van Aartsen