nr. 11
nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 17 september 1999
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen
op 22 september 1999.
De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal
wordt onderworpen kan door of namens één van de Kamers of door
ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de
Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 22 oktober 1999.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste
lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State
gehoord, heb ik de eer U hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen
het op 17 februari 1999 te Bisjkek tot stand gekomen verdrag tussen het Koninkrijk
der Nederlanden en de Republiek Kyrgyzstan inzake het landbouwontwikkelingsproject
in de Naukat-regio, Osh Oblast (Trb. 1999, 61)1.
Een toelichtende nota bij dit verdrag treft U eveneens hierbij aan.
De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. J. van Aartsen
TOELICHTENDE NOTA
Het project
Het project beoogt de inkomenssituatie van de boerenbevolking in het projectgebied
(Osh Oblast, Naukat-regio, in het zuiden van Kyrgyzstan) in de volgende sectoren
te verbeteren: het irrigatiesysteem, het agrarisch uitgangsmateriaal, de landbouwproductie,
de toegang tot kredietfaciliteiten en de landbouwvoorlichting.
Bij alle genoemde aandachtsgebieden ligt het accent op institutionele
ontwikkeling.
Landbouw is de belangrijkste sector van de economie van Kyrgyzstan. Deze
sector draagt voor de helft bij aan het Bruto Nationaal Produkt en de werkgelegenheid,
en is essentieel voor de voedselzekerheid. Twee derde van de bevolking woont
op het platteland, waar weer twee derde onder de armoedegrens leeft. Het verbeteren
van de doelmatigheid van de landbouw is een van de belangrijkste voorwaarden
voor duurzame economische groei en bestrijding van armoede.
In het toenmalige landenbeleidsplan voor Kyrgyzstan, dat begin 1996 is
goedgekeurd door de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, wordt landbouw
aangegeven als een van de Ontwikkelingssamenwerkings-prioriteiten voor Kyrgyzstan.
In het kader van het hulpprogramma van Ontwikkelingssamenwerking is een bedrag
van f 4 596 000,– beschikbaar gesteld. Het onderhavige
bilaterale project betreft een afspraak die niet meer in overeenstemming is
met het huidige beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Het gaat
hier om een toezegging die vóór augustus 1998 is gedaan en die
thans nog wordt nagekomen.
Het verdrag
Het verdrag bevat naast de omschrijving van het project bepalingen betreffende
voorrechten voor de uit te zenden deskundigen en verlening van belastingvrijdom
voor de in te voeren projectgoederen. Deze deskundigen, dat wil zeggen het
door Nederland ingezette personeel, kunnen een andere dan de Nederlandse nationaliteit
hebben.
Hoewel in de verdragstekst de regeringen als partijen worden genoemd zal
het verdrag uiteraard tussen de staten gelden.
De Nederlandse bijdrage wordt beschreven als humanitaire bijstand (artikel
I, vierde lid). Dit heeft te maken met de Kyrgyzische wetgeving: de aan Kyrgyzische
zijde vereiste juridische procedures voor een verdrag inzake humanitaire hulp
zijn duidelijker en soepeler dan voor een schenking.
Het verdrag wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening,
omdat de situatie in het projectgebied zo spoedig mogelijk dient te worden
aangepakt en het belang van Nederland daarbij vereist dat het project en de
uit te zenden deskundigen onder de werking van het verdrag vallen.
Het onderhavige verdrag geldt voor wat het Koninkrijk betreft alleen voor
Nederland.
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
E. L. Herfkens
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. J. van Aartsen