26 695
Voortijdig school verlaten

nr. 44
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 maart 2008

Inleiding

Eind vorig jaar hebben wij u met de uitvoeringsbrief schooluitval (Tweede Kamer, 2007–2008, 26 695, nr. 42) geïnformeerd over de extra acties die de komende vier jaar worden ingezet om meer jongeren te behoeden voor schooluitval.

Over de aanpak van schooluitval kunnen we melden dat we op de goede weg zitten. De eerste resultaten laten zien dat de afname is ingezet: in het schooljaar 2006–2007 is het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters gedaald met 3 400 ten opzichte van het jaar daarvoor. De uitvalcijfers worden bovendien steeds beter doordat we ze kunnen baseren op het onderwijsnummer. Groenpluk van jongeren is voor het schooljaar 2006/2007 nog een probleem dat op de uitvalcijfers drukt. Echter door de kwalificatieplicht zal dit probleem deels worden opgelost. Convenantafspraken met de regio’s werken; in de regio’s zijn in het schooljaar 2006/2007 circa 17% minder oude en nieuwe schoolverlaters geregistreerd. De komende kabinetsperiode maken we nieuwe meerjarige afspraken met gemeenten en scholen in het hele land met een hoge ambitie: een afname van het aantal nieuwe schoolverlaters tot 40%. Wij richten ons expliciet op het voorkómen van uitval.

Daling in 2006–2007

In het schooljaar 2006–2007 is het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters (vsv’ers) gedaald met 3 400 ten opzichte van het schooljaar daarvoor. In het schooljaar 2006–2007 ging het om 53 100 nieuwe schoolverlaters (voorlopig cijfer op basis van onderwijsnummer, bron: Cfi), en in het schooljaar 2005–2006 nog om 56 500. Voor een deel (2 400 van de 3 400) is deze daling het gevolg van een verbeterde telmethode. Daarmee kunnen we nieuwe vsv’ers beter identificeren in het Basisregister Onderwijs (BRON), zodat we hun aantal nauwkeuriger kunnen vaststellen dan in voorgaande jaren. Daarnaast is er een reële daling geweest van 1 000 ten opzichte van het vorige jaar (zie tabel).

Nieuwe vsv’ers in schooljaar20022004–20052005–20062006–2007
Onderwijsnummer (oude cijfers)71 000*62 50056 500
Onderwijsnummer (verbeterde telmethode)71 000*60 50054 10053 100

* Het aantal van 71 000 in 2002 is gebaseerd op RMCrapportages; registratie op ON was destijds nog niet beschikbaar

Verbeterde telmethode op basis van onderwijsnummer

In de afgelopen twee jaar is geïnvesteerd in een verbeterde registratie van uitval, waardoor de kwaliteit van de cijfers is verbeterd. De foutmarge waarmee we in het verleden rekening moesten houden, is grotendeels verholpen. De definitieve BRON-cijfers zijn gebaseerd op de bekostigingstellingen, die door de accountants zijn gecontroleerd. De uitvalcijfers over schooljaar 2006/2007 zijn opnieuw betrouwbaarder dan de cijfers in voorgaande jaren. Dat is het gevolg van correcties in de telmethode die sinds 1 januari 2008 worden gehanteerd. Deze correcties hebben verlagende én verhogende effecten op het totale vsv-cijfer.

Verlagende effecten op de cijfers voor voortijdig schoolverlaten

• De vsv-cijfers zijn gecorrigeerd voor het feit dat de diploma’s Internationaal Baccalaureaat en Engelse stroom alleen in het buitenland worden geregistreerd. Deelnemers die een dergelijk diploma behalen, staan nu niet langer ten onrechte te boek als vsv’er;

• De registratie van emigratie is verbeterd. Deelnemers en leerlingen die het onderwijs verlaten vanwege emigratie, worden niet meer onterecht meegeteld als vsv’er;

• De Gemeentelijke Basisadministratie is ontdaan van personen die niet in Nederland verblijven. Deze personen worden nu niet meer onterecht meegeteld als vsv’er.

Verhogende effecten op de cijfers voor voortijdig schoolverlaten

• Sinds januari 2008 wordt uitval in het vavo (volwasseneneducatie) meegeteld in de vsv-cijfers.

• Specifieke groepen leerlingen, zoals niet-bekostigde deelnemers bij roc’s, zijn in beeld gebracht. Voortijdige uitval van deze deelnemers wordt nu in het totaalcijfer meegeteld.

Aantal vsv’ers feitelijk nog lager

Het aantal nieuwe vsv’ers is feitelijk lager dan het uitvalcijfer van 53 100 voor 2006–2007. Dit komt doordat de basisregistratie op onderwijsnummer nog niet helemaal dekkend is. Privéscholen doen daarin nog niet mee. Leerlingen die nu – zonder startkwalificatie – overstappen naar bijvoorbeeld Luzac of Schoevers, worden nog als voortijdig schoolverlater geteld. Er is een traject gestart om ook deze groep via het onderwijsnummer in beeld te krijgen.

Een andere groep leerlingen die ten onrechte als vsv’er worden geteld, bestaat uit leerlingen die het praktijkonderwijs en het mbo-1 hebben afgesloten met respectievelijk een getuigschrift of diploma én die een baan hebben. Zij zijn volgens de wet geen voortijdig schoolverlaters (artikel 8.3.1., tweede lid Wet educatie beroepsonderwijs). Door BRONen SUWI-gegevens (via het CBS) te koppelen, kunnen we straks ook deze groep in beeld brengen.

Verklaring bij de reële daling van het aantal nieuwe vsv’ers

De verbeterde telling leidt zoals gezegd tot een daling van de vsv-cijfers. Daarnaast is het aantal nieuwe vsv’ers in het schooljaar 2006–2007 gedaald: er waren 1 000 nieuwe vsv’ers minder. In schooljaar 2006/2007 hebben naar schatting 3 000 leerlingen zónder een startkwalificatie de overstap naar de arbeidsmarkt gemaakt («groenpluk»). Dit heeft de daling van het vsv-cijfer geremd, vooral omdat de kwalificatieplicht, die van kracht is geworden vanaf schooljaar 2007–2008, nog geen effect heeft gehad op de cijfers over het schooljaar 2006–2007.

Groenpluk

De Nederlandse economie is in 2007 met 3,5 procent gegroeid. Dit is de hoogste groei na 2000. In 2006 was er een groei van 3,0 procent. Tegelijkertijd zijn de jeugdwerkloosheidscijfers sterk gedaald, van 13,1% in 2005 naar 9,2% in 2007 (bron: CBS, Statline). Door de gunstige macro-economische situatie is het aantrekkelijk voor jongeren om sneller het onderwijs te verlaten en te gaan werken. De hoogconjunctuur brengt veel vacatures met zich mee in de sectoren handel, zakelijke dienstverlening en horeca. Dat heeft groenpluk in de hand gewerkt1. De Raad voor Werk en Inkomen heeft in onderzoek een sterk verband aangetoond tussen de stand van de conjunctuur en de omvang van de schooluitval door groenpluk (bron: RWI: kwartaalanalyse arbeidsmarkt, 2e kwartaal 2005). Volgens het CBS hebben schoolverlaters zonder een startkwalificatie bijna twee keer zo vaak geen baan (35%) als jongeren die wel een startkwalificatie hebben (19%) (CBS,EBB 2003–2006). Als de werkgelegenheid weer afneemt, lopen de jongeren die nu zonder startkwalificatie aan het werk zijn gegaan het grootste risico om werkloos te worden.

Het kabinet wil groenpluk tegengaan, omdat jongeren met een startkwalificatie aantoonbaar meer kansen hebben op de arbeidsmarkt. Maatregelen, zoals de invoering van de werkleerplicht (SZW) en de afspraken die op de Participatietop met werkgevers zijn gemaakt (Tweede Kamer 2006–2007, 29 544, nr. 94), moeten groenpluk tegengaan. Jongeren kunnen werken én leren tegelijkertijd, of op de werkvloer alsnog hun diploma halen via EVC-trajecten. De grootste winst ligt bij jongeren op school houden, niet alleen voor de jongere zelf maar ook voor de kenniseconomie. Wij gaan met onze collega’s van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dit probleem aanpakken.

Kwalificatieplicht

In 2006–2007 is het effect van de kwalificatieplicht nog niet merkbaar. De kwalificatieplicht is immers ingegaan per schooljaar 2007–2008. Er geldt een overgangsjaar voor jongeren die op het moment van invoering (augustus 2007) al 17 jaar waren. Zij zijn generiek uitgezonderd van de kwalificatieplicht. Pas vanaf schooljaar 2008–2009 vallen alle jongeren tot 18 jaar onder de kwalificatieplicht en zal het volledige effect op de nieuwe uitval zichtbaar worden. Cijfers over het schooljaar 2008–2009 zijn begin 2010 beschikbaar.

Regionale aanpak via vsv-convenanten geslaagd

In het schooljaar 2006–2007 hebben we met 14 RMC-regio’s vsv-convenanten gesloten om het totaal aantal voortijdig schoolverlaters in die regio’s (nieuwe én oude voortijdig schoolverlaters) met minimaal 10% te verminderen ten opzichte van schooljaar 2004–2005. De daling van het totaal aantal vsv’ers in de convenantsregio’s bedroeg in deze periode zo’n 17% (bron: RMC-rapportages), waarmee het gestelde doel ruimschoots is gehaald. Gemeenten hebben zich hierbij met name gericht op het extra herplaatsen van «oude» vsv’ers (curatieve aanpak) en in beperkte mate op het terugdringen van nieuwe vsv’ers (preventieve aanpak). Dit heeft geresulteerd in circa 7 800 extra herplaatsingen in de convenantsregio’s (bij circa 2 300 extra herplaatsingen in de overige 25 regio’s) (bron: RMC-effectrapportages). Op basis van deze cijfers kunnen we (vooruitlopend op de evaluatie van de convenanten door het CPB) positief zijn over de convenantaanpak. Ook de convenantpartijen zijn positief over het sturingsconcept en de goede samenwerking tussen regionale partijen. We gaan daarom door met de convenantaanpak. Tegelijkertijd zien we dat de aanpak vooral succesvol is geweest bij het terugdringen van het aantal oude vsv’ers, en minder bij het voorkomen van nieuwe vsv’ers. Omdat het kabinet in de komende jaren vooral wil inzetten op het terugdringen van het aantal nieuwe vsv’ers, leggen we de nadruk in de komende periode op de preventieve aanpak van schooluitval.

Preventieve aanpak schooluitval

In de nieuwe convenanten, die voor de periode tot en met schooljaar 2010–2011 met scholen en alle 39 RMC-regio’s worden afgesloten, ligt het accent op preventie van uitval. Met de convenantpartners spreken we reducties tot 40% af op het aantal nieuwe vsv’ers. Scholen krijgen de middelen en de verantwoordelijkheid om hun aanpak vorm te geven via onder andere verbeterde zorgstructuur, loopbaanoriëntatie en verbeterde overgang van vmbo naar mbo.

In aanvulling op de invoering van de kwalificatieplicht zetten we in 2008 in op een geïntegreerde, landelijke aanpak van het verzuim, met één loket om verzuim te melden. Over deze aanpak ontvangt u in april een brief van de interdepartementale werkgroep verzuim.

De verbeterde registratie op basis van het onderwijsnummer stelt ons in staat om de convenantpartners met gerichte acties te benaderen. Ook hebben wij eind 2007 in kaart gebracht dat 7 000 leerlingen met een vmbo-diploma in schooljaar 2007–2008 nog niet aan een mbo-opleiding waren begonnen. Leerlingen en hun ouders zijn hierop persoonlijk benaderd. Daarnaast hebben wij voor de bve-instellingen nauwgezet in kaart gebracht wat de actuele aantallen vsv’ers zijn en welke reductie er in het kader van de afgesloten convenanten precies moet worden behaald.

Tot slot

We hebben belangrijke stappen gezet om schooluitval aan te pakken. We blijven onze aanpak verscherpen, op basis van feiten, cijfers en concrete resultaten. De komende jaren gaan we samen met gemeenten en scholen aan de slag om de ambitie van het kabinet waar te maken. De nationale doelstelling om het aantal nieuwe voortijdig schooluitvallers in 2012 te halveren blijft onverkort haalbaar.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R. H. A. Plasterk

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart


XNoot
1

De Raad voor Werk en Inkomen signaleert deze ontwikkeling. Het CBS banen- en vacaturebestand toont deze ontwikkeling voor 2006 aan, naar verwachting zal het effect van groenpluk in 2007 nog sterker optreden.

Naar boven