26 669
Samenloop van uitkeringen

nr. 4
MOTIE VAN HET LID BIJLEVELD-SCHOUTEN C.S.

Voorgesteld 26 oktober 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat veel mensen met een AOW-toeslag die vervroegd uittreden te maken krijgen met een inkomensachteruitgang ten gevolge van de verschillende behandeling van inkomen uit arbeid en inkomen uit een VUT-uitkering of prepensioenregeling;

overwegende, dat een VUT-uitkering of prepensioenregeling in feite uitgesteld loon is en daarom op dezelfde wijze als inkomen uit arbeid behandeld dient te worden;

overwegende, dat mensen met een AOW-toeslag die vervroegd uittreden er juist voor kiezen niet te werken en dat voor hen het argument van de arbeidsmarktprikkel niet opgaat;

verzoekt de regering de inkomsten uit VUT-uitkeringen en andere prepensioenregelingen onder de vrijlatingsbepalingen die betrekking hebben op de AOW-toeslag te laten vallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Bijleveld-Schouten

Van Gent

De Wit

Naar boven