Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 januari 2026
Hierbij bied ik u het WODC-rapport «Meetbaarheid digitale weerbaarheid van Nederlandse
organisaties» aan. Het onderzoek is in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek-
en Datacentrum (WODC) uitgevoerd door RAND Europe. Het onderzoek werd op verzoek van
het WODC begeleid door:
-
• prof. dr. Roland van Rijswijk-Deij, Universiteit Twente (voorzitter)
-
• dr. Sascha van Schendel, Erasmus Universiteit Rotterdam
-
• dr. Marcel Spruit, Haagse Hogeschool
-
• drs. Casper van Nassau, Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
-
• medewerker van het Ministerie van Justitie en Veiligheid
Op 10 oktober 2022 heb ik de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS) aan uw Kamer
aangeboden.1 Deze strategie bevat de inzet van het kabinet op het terrein van digitale veiligheid
voor de periode 2022–2028. Het bevorderen van de digitale weerbaarheid is een van
de speerpunten. Om beleidsinitiatieven op dit punt te kunnen evalueren heb ik aan
het WODC gevraagd om te onderzoeken of en zo ja hoe, de digitale weerbaarheid van
Nederlandse organisaties meetbaar kan worden gemaakt. Het onderzoek verkent de mogelijkheden,
de indicatoren die gebruikt of ontwikkeld kunnen worden en de betekenis en relevantie
van de gegevens die worden verzameld.
Ik ben de onderzoekers, het WODC en de begeleidingscommissie zeer erkentelijk voor
het verrichte onderzoek. De uitkomsten van het onderzoek bieden aanknopingspunten
en uitgangspunten voor het verder verkrijgen van inzicht in het meetbaar maken van
digitale weerbaarheid (kwantitatieve duiding), waarbij mogelijk gedifferentieerd kan
worden naar verschillende doelen. Ook worden suggesties aangedragen hoe vervolgonderzoeken
aan te pakken, waarbij het Britse Cyber Essentials-programma in het bijzonder genoemd
wordt om te betrekken in vervolgonderzoek. In aanvulling daarop zal de toekomstige
cyberbeveiligingswet mogelijk EU brede data opleveren voor verdere kwantitatieve analyses,
al dan niet in Europees verband. Dit is een waardevolle aanvulling in het streven
om tot kwantitatieve duidingen te komen van cyberweerbaarheidsmaatregelen.
Naast dit onderzoek is er door mijn ministerie ook gestart met de tussentijdse evaluatie
van de NLCS. Naar verwachting levert die evaluatie ook informatie op over de effectiviteit
van maatregelen om de weerbaarheid te verhogen. Gezamenlijk bieden deze uitkomsten
de input voor de doorontwikkeling van het actieplan horende bij de NLCS.
Inzicht verkrijgen in het meetbaar maken van digitale weerbaarheid is een weerbarstig
onderwerp waar nationaal en internationaal aandacht voor is. Ik zal de inzichten van
het onderzoek meenemen in gesprekken die ik heb met onder andere toezichthouders,
Computer Security Incident Response Team’s (CSIRT’s) en kennisinstituten, maar waar
mogelijk ook richting andere landen zodat we van elkaar kunnen leren en stappen vooruit
blijven zetten.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten