nr. 26
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 september 2007
Tijdens het Algemeen Overleg van 4 juli 2007 over de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen
(Kamerstuk 26 570/27 406, nr. 25) heb ik beloofd u op een tweetal
punten kort na de zomer te informeren: de kapitaalpositie van de regionale
ontwikkelingsmaatschappijen Oost NV en BOM en de kapitaalafroming van € 10
miljoen van het LIOF.
U hebt ten eerste aandacht gevraagd voor de kapitaalpositie van de BOM
en van Oost NV. Tijdens het genoemde AO heb ik u hierover gemeld dat ik vind
dat beide ROM’s met hun huidige participatiemiddelen uit de voeten moeten
kunnen en dat ik daarom geen prioriteit geef aan de versterking van hun aandelenkapitaal.
Ik heb verder aangegeven dat indien de betrokken provincies het participatiekapitaal
van deze ROM’s willen versterken, ik daar geen problemen mee heb mits
de zeggenschapsverhoudingen niet wijzigen.
Zoals ik u heb toegezegd, ben ik op basis van deze uitgangspunten met
de betrokken provincies, zijnde Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel, in
contact getreden. De provincies zijn nu aan zet om een afweging te maken.
Ik heb begrepen dat binnen Noord-Brabant en Gelderland bestuurlijke standpunten
worden voorbereid.
In de bespreking met de provincies is ook de optie aan de orde om de nieuwe
structuurfondsprogramma’s (EFRO) voor Oost en Zuid Nederland te benutten
voor versterking van participatiekapitaal van de twee ROM’s voor specifieke
doelen. Ik ben hier, als co-financier van deze programma’s, zeker niet
op tegen.
Tijdens het AO van 4 juli 2007 heb ik u tevens nadere informatie
toegezegd over de afroming van middelen bij LIOF ad € 10 miljoen.
Hierover kan ik u melden dat ik in overleg ben met de provincie Limburg en
LIOF over de wijze waarop de middelen zullen worden beschikbaar gesteld en
herbesteed in Limburg.
De gedachten gaan uit naar herbesteding in de vorm van enerzijds hoog
risico participaties door LIOF in initiatieven met betrekking tot Nieuwe Energie en een Clinical Trial Center Maastricht en anderzijds een subsidie
voor een scholingsproject op het gebied van Nieuwe Energie. Ik verwacht nog
in 2007 beslissingsrijpe business cases, op basis waarvan de middelen door
mij aan de projectindieners beschikbaar kunnen worden gesteld.
De minister van Economische Zaken,
M. J. A. van der Hoeven