Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2005-2006 | 26570 nr. 21 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2005-2006 | 26570 nr. 21 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 oktober 2005
1. Aanleiding voor de beleidslijn Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen 2006–2009
In augustus 2004 heb ik u het evaluatieonderzoek van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's)1 toegezonden. Het evaluatieonderzoek was een gevolg van afspraken met uw Kamer betreffende de beleidslijn ROM's 2000–2004. Hoofdconclusie uit de Evaluatie ROM's 2000–2004 is dat de ROM's een relevant instrument zijn voor het regionaal economisch beleid. Ik onderschrijf deze conclusie. De evaluatie is reeds onderwerp van gesprek geweest tijdens het Algemeen Overleg met uw Kamer op 30 september 2004. In het algemeen was er toentertijd instemming met de conclusies van de evaluatie. Wel vroegen enkele leden van uw Kamer aandacht voor bepaalde punten die verband houden met de aansturing en het gebruik van het instrument ROM's2. U hebt ondermeer aandacht gevraagd voor de afstemming binnen mijn ministerie alsmede met de provincies. Daarnaast vroeg u of het mogelijk is liquide middelen van de ROM's in te zetten voor additionele investeringen in de regionale economie. Na overleg met de betrokken provincies heb ik, mede gelet op uw opmerkingen, een vernieuwde beleidslijn ROM's voor de periode 2006–2009 opgesteld.
2. «Een sterke basis voor topprestaties»
In de brief «Een sterke basis voor topprestaties3 » hebben de Minister van Economische Zaken en ik aangegeven dat er twee pakketten met maatregelen en instrumenten worden samengesteld voor het bevorderen van topprestaties van het Nederlandse bedrijfsleven, namelijk een basispakket en een programmatisch pakket. Het programmatisch pakket bevat onder meer de gebiedsgerichte programma's, die voortvloeien uit de nota Pieken in de Delta4. Voor de uitvoering van deze programma's zal per gebied worden bezien welke organisaties zorg kunnen dragen voor een slagvaardige uitvoering5. Ik heb ervoor gekozen de ROM's nadrukkelijk een rol te geven bij de uitvoering van deze gebiedsgerichte programma's. Deze brief gaat in op de wijze waarop ik de ROM's daarbij wil betrekken. Gelet op het provinciegrens overschrijdend gebied in ZuidOost Nederland zal ik de komende periode ook de mogelijkheden bezien voor een nadere samenwerking tussen de «zuidelijke» ROM's. In de gebieden waar geen ROM is, zal ik onderzoeken of de uitvoering van de gebiedsgerichte programma's wordt belemmerd omdat er geen door het Rijk gefinancierde ROM of een vergelijkbare entiteit aanwezig is.
Het basispakket voor ondernemers bevat onder meer het kapitaalmarktpakket en het Ondernemersplein. Ik zal nagaan of de ROM's een rol kunnen spelen bij de uitwerking van dit pakket.
Ik zal uw Kamer medio 2006 berichten over de uitkomst van de bovengenoemde onderzoeken.
Het gaat bij de ROM's om het initiëren, ondersteunen en versterken van activiteiten van succesvolle bedrijven en sectoren, die tot een structurele versterking van nationale pieken in de regionale economie moeten leiden. De komende jaren wil ik de ROM's, meer dan in het verleden, inzetten voor de uitvoering van mijn beleid. Ik zal de ROM's op een meer geïntegreerde wijze en daarmee intensiever inzetten ten behoeve van de realisering van de beleidsdoelen van mijn ministerie. Er zijn op dit moment vier door het Ministerie van Economische Zaken medegefinancierde ROM's1
3.2. Kader ROM's: uitwerking Pieken in de Delta
De nota «Pieken in de Delta»2 benoemt voor zes Nederlandse gebieden economische perspectieven die ik vanuit het nationale belang wil stimuleren. Deze nota markeert een trendbreuk in het gebiedsgerichte economische beleid. Het wegwerken van achterstanden in bepaalde gebieden maakt plaats voor het stimuleren van economische sterktes in alle regio's. De keuze voor een beperkt aantal sterktes leidt tot een duidelijke focus in het beleid. Per gebied wordt één programma ontwikkeld. Voor de uitvoering van de zes gebiedsgerichte economische programma's zal de beschikbare expertise in de gebieden worden benut. Ook hiervoor is maatwerk geboden en daarom zal per gebied gezocht worden naar de meest slagvaardige organisatievorm. Ik heb ervoor gekozen de ROM's nadrukkelijk een rol te geven bij de uitvoering van deze gebiedsgerichte programma's. Naast Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen zullen waar mogelijk ook Syntens, de Kamers van Koophandel en de uitvoeringsorganisaties van decentrale overheden bij de implementatie van de programma's worden betrokken. Dit geldt uiteraard ook voor agentschappen van het Ministerie van Economische Zaken, in het bijzonder SenterNovem. Voor de gehele wijze van uitvoering van de nota Pieken in de Delta wil ik kortheidshalve verwijzen naar de brief uitwerking Pieken in de Delta.
De ROM's richten zich in het bijzonder op het stimuleren van kennisintensieve activiteiten door bedrijven, hebben taken in de kapitaalverstrekking aan jonge en doorstartende ondernemers en zijn actief op het vlak van buitenlandse investeringen. Ook zijn zij betrokken bij de aanpak van vraagstukken van ruimtelijk-economische aard, onder meer door de rol die zij vervullen bij het ontwikkelen en herstructureren van bedrijventerreinen. De op basis van de nota Pieken in de Delta vormgegeven programma's zullen de basis gaan vormen voor de activiteiten van de ROM's. De activiteiten van de ROM's op het gebied van investeringsbevordering, kapitaalverstrekking, bedrijventerreinen en ontwikkeling en innovatie worden in nauw overleg met mijn ministerie geënt op deze programma's. Hiertoe worden afspraken gemaakt over de rol en inzet van elke ROM.
Voor het taakveld investeringsbevordering zal specifiek worden aangesloten bij de doelstellingen op dit gebied van mijn ministerie. Hiertoe wil ik verwijzen naar de notitie «Groei zonder Grenzen»1 waarin de activiteiten, resultaten en voornemens van mijn departement zijn benoemd en de wijze van samenwerking met de ROM's. Daarnaast zullen op dit taakveld van de ROM's extra inspanningen worden verwacht op het vlak van de verankering van investeringen.
4. Naar een nieuwe aansturingsrelatie tussen de overheid en de ROM's
Ik acht het van groot belang dat voor de periode 2006–2009 duidelijk en inzichtelijk is op welke wijze de ROM's hun activiteiten uitvoeren en hoe de ROM's worden gefinancierd. Hiertoe zal ik een aantal wijzigingen doorvoeren met betrekking tot de subsidierelatie en de aandeelhoudersrelatie van de ROM's. Daarnaast zal ik in overleg met de Raden van Commissarissen van de ROM's een efficiencyslag maken in de apparaatskosten van de ROM's. Een belangrijk element daarbij is het herijken van het beloningsbeleid van de ROM's, een onderwerp dat overigens ook terugkomt in de brief over de Kamers van Koophandel.
4.2. Subsidierelatie 2006–2009
Ik vind het belangrijk dat de ROM's hun taken effectief en efficiënt uitvoeren. In de vorige periode werden er jaarlijks afspraken gemaakt over de scope en de omvang van de uit te voeren activiteiten. Uit het evaluatieonderzoek blijkt duidelijk dat de activiteiten van de ROM's veelal een meerjarig karakter hebben. De activiteiten op het gebied van bedrijventerreinen zijn hier een voorbeeld van. Het ontwikkelen of herstructureren van een bedrijventerrein neemt namelijk al snel enkele jaren in beslag. Een ander voorbeeld is het opzetten van innovatieprogramma's, gericht op een bepaalde sector of een beperkt aantal doelgroepen. Voordat deze programma's leiden tot concrete business-developmentprojecten of implementatieprojecten bij het bedrijfsleven is vaak meer dan één jaar verstreken. Tevens is geconcludeerd dat de gezamenlijke aansturing van de ROM's kan worden verbeterd. Het gaat dan om de inhoudelijke afstemming van het beleid van mijn ministerie en het beleid van de provincies en de concrete prestaties waar de ROM aan moet voldoen.
Ik neem deze aanbevelingen ter harte. In de komende periode 2006–2009 zal ik daarom samen met de betrokken provincies meerjarige (afrekenbare) afspraken in de vorm van een prestatiecontract gaan maken en daar onze subsidie gezamenlijk op richten. De afspraken lopen tot 2009 waarbij 2009 zelf een overgangsjaar zal zijn. In het overgangsjaar word de subsidieafrekening voor de periode 2006–2008 gemaakt en een evaluatie van deze beleidslijn opgesteld. De volgende onderwerpen worden in de prestatiecontracten met elke ROM voor de periode 2006–2008 opgenomen:
1. Het kader waarop de activiteiten worden gebaseerd, namelijk de programma's gebaseerd op Pieken in de Delta.2
2. Omvang van de activiteiten met bijbehorende financiering van het Ministerie van Economische Zaken en de provincies.
3. Meerjarige meetbare prestatieafspraken, mede afgeleid van de begrotingsdoelstellingen van het Ministerie van Economische Zaken. Met iedere ROM zal ik concrete afrekenbare afspraken maken over in ieder geval de navolgende thema's voor de periode 2006–2008:
– omvang buitenlandse investeringen uitgedrukt in aantal vestigingen, fte's en investeringsvolume,
– uitvoering gebiedsgericht beleid waaronder ook de aanleg en herstructurering van bedrijventerreinen,
– research en development uitgaven in de desbetreffende regio,
– uitgelokt investeringsvolume in participaties.
Overeenstemming over deze zaken resulteert in een meerjarig beleidsplan en prestatiecontract per ROM. Deze zullen worden vertaald in jaarplannen met bijbehorende begrotingen op basis waarvan de jaarbudgetten worden toegekend. De subsidieafrekening zal plaatsvinden in 2009 op basis van de prestatieafspraken, te meten op meerjarige basis. Bij het verwijtbaar niet halen van de prestatieafspraken kan er eventueel gekort worden op de subsidie.
De apparaatskosten verbonden aan de uitvoering van de goedgekeurde jaarplannen wil ik samen met de provincies volledig subsidiëren. De huidige methodiek waarbij een deel van de apparaatskosten wordt gefinancierd uit opbrengsten van het participatiebedrijf, vind ik onvoldoende transparant en niet meer passen in de nieuwe aansturingsrelatie. Zodoende is de uitvoering van de activiteiten van de ROM niet meer afhankelijk van eventuele winsten uit het participatiebedrijf. Het mogelijke risico dat activiteiten namelijk onverhoopt niet kunnen worden uitgevoerd bestaat dan niet meer. De kosten voor het participatiebedrijf blijven ten laste van de onderneming. Wel vind ik, in overeenstemming met de aanbevelingen uit het evaluatierapport, dat de synergie-effecten tussen de activiteiten van het participatiebedrijf en de overige activiteiten zoveel mogelijk moeten worden benut. Het participatiebeleid van de ROM's zal ik daarom laten aansluiten bij de in de gebiedsgerichte programma's benoemde thema's en sectoren.
Zo richt ik me met de provincies optimaal op het behalen van de resultaten van de programma's.
Met betrekking tot de corporate governance sluit ik mij aan bij het standpunt van de Minister van Financiën dat de code van de commissie Tabaksblat ook van toepassing is op staatsdeelnemingen. De ROM's onderschrijven de code in algemene zin. In hun recente jaarverslagen hebben de ROM's na overleg met het Ministerie van Economische Zaken gezamenlijk aangegeven hoe zij de code op zichzelf van toepassing achten en hoe zij deze code in de komende jaren zullen naleven en handhaven. Aangaande de onafhankelijkheid van de commissarissen geldt dat de overheidscommissaris niet langer past binnen de gewenste code. Inmiddels is het Rijk niet langer vertegenwoordigd in de Raden van Commissarissen van de ROM's. Wel heeft het Rijk de mogelijkheid een onafhankelijke commissaris binnen de gestelde profielschets voor te dragen. De provinciale aandeelhouders van de NOM en het LIOF zijn tot op heden nog wel met provinciale bestuurders in de Raden van Commissarissen vertegenwoordigd. Ik ben van mening dat het terugtrekken van deze commissarissen de transparantie van de besluitvorming binnen de organisatiestructuren ten goede komt en de perceptie van eventuele belangenverstrengeling tegengaat. Ik vind het echter wel belangrijk dat er binnen de Raad van Commissarissen regionale bestuurlijke kennis en ervaring aanwezig is. Mede daarom zou deze eis onderdeel moeten uitmaken van de profielschets op basis waarvan de Raad wordt samengesteld. Ik zal er op toezien dat de ROM's de komende periode voldoen aan governance richtlijnen voor overheidsinstellingen.
Doordat ik niet meer toe sta dat met de opbrengsten uit het participatiekapitaal een deel van de apparaatskosten van de niet-participatie kerntaken wordt gefinancierd, zal het eventuele positieve netto resultaat van de ROM ter beschikking komen van de algemene vergadering van aandeelhouders.
Momenteel verschillen de vermogensposities van de ROM's onderling sterk. Deze onderlinge verschillen worden veroorzaakt door enkele zeer rendementsvolle participaties in het verleden bij NOM en LIOF en de startfase waarin het participatiebedrijf van OOST verkeert. Voor het eind van het jaar zal ik samen met de andere aandeelhouders en in overleg met de ROM's vaststellen wat hun weerstandsvermogen moet zijn om nu en in de toekomst de participatietaak op het gewenste niveau te blijven uitvoeren. Hierbij definieer ik het weerstandsvermogen van de ROM als het minimum benodigd kapitaal om nu en in de toekomst de participatiedoelstelling van de ROM te kunnen realiseren. Ik zal in overleg met de provincies het eventueel verschil tussen het totaal vermogen en het weerstandsvermogen als overtollig vermogen door de ROM's aan de algemene vergadering van aandeelhouders ter beschikking laten stellen.
Een groot deel van de kosten van de ROM's bestaan uit personeelskosten. Het huidige beloningsbeleid van de ROM's is geënt op de verwachting van begin jaren negentig dat de ROM's meer als zelfstandig privaat bedrijf zouden voortbestaan. Het beloningsbeleid van destijds was daarom afgestemd op de CAO van het bankwezen. Dit beloningsbeleid past niet bij – blijvend – aan de overheid gelieerde organisaties. Ik heb daarom besloten het beloningsbeleid van de ROM's te heroverwegen en zal in overleg met de medeaandeelhouders en de Raden van Commissarissen van de ROM's duidelijke kaders aangeven waarbinnen het beloningsbeleid van de ROM's zal moeten plaatsvinden. Deze kaders zullen mede zijn gebaseerd op het Rijksbeloningsbeleid. Het is aan de Raad van Commissarissen om – binnen het door de algemene vergadering van aandeelhouders vastgestelde bezoldigingsbeleid – hieraan gevolg te geven. Het nieuwe beloningsbeleid zal de huidige rechten van de werknemers niet kunnen aantasten.
In de komende maanden zal ik in overleg met de betrokken provincies starten met de uitvoering van deze beleidslijn. Dit houdt onder meer in dat ik met de provincies prestatiecontracten per ROM zal gaan afspreken en dat de subsidievoorwaarden worden aangepast. Verder zal ik samen met de provincies bezien op welke wijze de bestaande aandeelhoudersovereenkomsten en statuten van de ROM's moeten worden aangepast. Ik verwacht u hierover medio 2006 te informeren.
Tenslotte is het mijn voornemen deze beleidslijn in 2009 te evalueren. Ik ga er vanuit dat met deze aanpak de ROM's, als instrument voor het regionaal economisch beleid, uitgerust zijn voor het realiseren van de Pieken in de regionale economie.
Activiteiten die niet direct bijdragen aan de kerndoelen van de ROM's dienen ten minste de integrale kosten te dekken en te zijn voorzien van separate verslaglegging.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26570-21.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.