Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 26494 nr. 5 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 26494 nr. 5 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juli 2000
In onze brief van 27 januari 2000 hebben wij toegezegd u nader te informeren over onze voornemens de bevoegdheden van de politie in de Wet wapens en munitie (WWM) aan te passen.
Om beter zicht te krijgen op de toepassingsmogelijkheden van de bestaande opsporingsbevoegdheden van de politie hebben wij daarnaar onderzoek laten doen. Tevens is hierbij onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van vuurwapencriminaliteit en naar de mogelijkheden van de lokale driehoek in de aanpak van vuurwapencriminaliteit. In dit kader zijn ook enkele proefprojecten uitgevoerd. Deze proefprojecten hebben wij aangekondigd in ons schrijven aan de Tweede Kamer van 22 april 1999 en u bent hierover nog nader geïnformeerd in onze brief van 23 december 1999. Het onderzoek is uitgevoerd door het onderzoeksbureau BeleidsOnderzoek en Advies (BOA). Bijgaand treft u een evaluatieverslag van het onderzoek en de proefprojecten aan1.
Tevens willen wij van deze gelegenheid gebruik maken om ons beleid ten aanzien van de aanpak van vuurwapencriminaliteit nader toe te lichten.
In het onderzoek zijn drie thema's nader bestudeerd, te weten:
1. de ontwikkeling van vuurwapencriminaliteit;
2. de opsporingsbevoegdheden op basis van huidige wetgeving (WWM), met name in gebieden met een bijzondere gevaarzetting;
3. de mogelijkheden van de lokale driehoek om vuurwapencriminaliteit anderszins tegen te gaan.
Per thema volgt hieronder een korte beschrijving en reactie van onze zijde.
De ontwikkeling van vuurwapencriminaliteit
Uit het onderzoek blijkt dat de beschikbare cijfers geen eenduidig en betrouwbaar landelijk beeld laten zien van de ontwikkeling van vuurwapencriminaliteit in de afgelopen jaren. De landelijke cijfers zijn incompleet en leveren daarom ons inziens nog onvoldoende betrouwbare gegevens op.
Gelet op het belang dat wij hechten aan een goed overzicht wordt momenteel gewerkt aan een verbetering van de informatiepositie van de politie ten aanzien van (vuur)wapens. In onze voorgaande brieven berichtten wij u reeds over de invoering van het Vuurwapendatasysteem (VDS). Dit Vuurwapendatasysteem zal een betrouwbaar beeld gaan geven van het aantal vuurwapengerelateerde (gewelds)delicten. Overigens komt uit het onderzoek bij een beperkt aantal politieregio's – waar sprake is van een consistente en betrouwbare verzameling – een wisselend beeld naar voren. Naast een toename van de vuurwapencriminaliteit en de daaraan gerelateerde criminaliteit in de ene regio is er ook in andere regio's een afname te zien.
De opsporingsbevoegdheden op basis van de huidige wetgeving
Het evaluatieverslag beschrijft de gang van zaken en de uitkomsten van de proefprojecten. Gezien de looptijd van het onderzoek was het niet mogelijk de meer langdurige varianten op de gekozen aanpak van wapencriminaliteit en -geweld te onderzoeken, zoals het doorrechercheren op aangetroffen wapens.
Op basis van de rechterlijke uitspraken is vast komen te staan dat het de politie, ondanks een daartoe strekkende last van het Openbaar Ministerie, niet is toegestaan om op grond van een algemene verdenking preventief te fouilleren op wapens. Evenmin blijkt het politieoptreden rechtmatig te zijn wanneer na verkregen last in een gebied met bijzondere gevaarzetting stelselmatig auto's op wapens worden doorzocht.
Overigens heeft het Openbaar Ministerie te Amsterdam hoger beroep aangetekend tegen het vonnis betreffende de projecten in Amsterdam.
Mede op basis van deze uitspraken concluderen wij dat de thans in de Wet wapens en munitie opgenomen bevoegdheden voor de opsporingsinstanties onvoldoende armslag bieden om de vuurwapencriminaliteit adequaat op te sporen en wapengeweld aan te pakken.
Niet-strafrechtelijke mogelijkheden om vuurwapencriminaliteit tegen te gaan
In het onderzoek is informatie verzameld over de mogelijkheden van een publiek- en privaatrechtelijke aanpak van vuurwapencriminaliteit en -geweld. Hoewel er geen bijzondere bevoegdheden zijn voor handhaving van een verbod op het dragen van (verborgen) wapens, zijn er toch mogelijkheden om op onderdelen van de gesignaleerde problematiek in gebieden met een bijzondere gevaarzetting op te treden. Als voorbeeld is met name in horecagebieden een publiek-private samenwerking goed mogelijk, als aspect van een algemener lokaal veiligheids- en preventiebeleid. Een voorbeeld is het fouilleren van horecabezoekers door horecamedewerkers, waarbij aan de politie gemeld wordt als er wapens worden aangetroffen.
Beleid inzake intensivering van de handhaving
Mede op basis van de uitkomsten van het onderzoek zijn wij gesterkt in onze mening dat gekomen moet worden tot een uitbreiding van bevoegdheden. Het moet echter niet blijven bij een wettelijke maatregel alleen. Dit zou ons inziens te beperkt zijn. De wettelijke maatregelen moeten daarom worden bezien in het licht van overigens getroffen en nog te treffen maatregelen ter intensivering van ons beleid. Wij beogen die intensivering van de handhaving onder meer door de volgende maatregelen:
a. het instellen van coördinerende regionale bureaus Wapens en Munitie bij alle politiekorpsen;
b. het bevorderen van deskundigheid bij de politie (herinvoering van de wapenspecialisatie);
c. het verbeteren van de informatiepositie van de politie;
d. het verbeteren en vernieuwen van registratie-, vuurwapenherkennings- en vergunningensystemen;
e. bij elk in beslag genomen of aangetroffen vuurwapen dient waar mogelijk standaard een huiszoeking en een vergelijkend hulsbodemonderzoek (drugfire) te worden uitgevoerd.
f. het uitbreiden van preventieve acties in de horeca en op scholen.
Aan het merendeel van deze maatregelen zal op regionaal en lokaal niveau verder vorm en inhoud moeten worden gegeven. Tijdens de begrotingsbehandeling van Justitie op 3 november 1999 in de Tweede Kamer is dezerzijds aangegeven dat bij de beleids- en beheerscycli van de korpsen aandacht zal worden gevraagd voor de vormgeving van de aanpak van de vuurwapenproblematiek in hun regionale beleidsplannen. In de Landelijke politiebrief 2001 en de bijlage daarop is aangegeven dat in tweederde van de plannen het onderwerp «terugdringen van het wapenbezit en groepsgeweld» voorkomt. Niet alleen door onder meer verhoogde (periodieke) controles op geregistreerde wapens, de handelsvoorraad bij verkooppunten en op schietverenigingen maar ook in het voornemen maximaal gebruik te willen maken van de bevoegdheden in de Wet wapens en munitie laten de korpsen zien dat het hen ernst is met de bestrijding van illegaal wapenbezit. Voorts wordt onderzocht in hoeverre het mogelijk is een database in te richten met gegevens over onbetrouwbare wapenhandelaren. Hierbij zal tevens worden bezien in hoeverre internationale uitwisseling van deze gegevens mogelijk is. De bovenstaande maatregelen, in combinatie met de uitbreiding van de bevoegdheden wapencriminaliteit vroegtijdig op te sporen, vormen een extra stimulans voor een effectieve en daadkrachtige aanpak.
Daarnaast wijzen wij op enkele andere ontwikkelingen die wij in dit kader reeds in gang hebben gezet. Hierbij gaat het om de ingebruikneming van het Vuurwapen Data Systeem (VDS) en het ontwikkelen van een Cd-rom met een interactief opleidingsprogramma voor de politie ter bevordering van een bredere deskundigheid op het vuurwapenterrein. Ook het wetsvoorstel ter verhoging van de strafmaat voor overtreding van de Wet wapens en munitie moet in dit kader worden gezien als een versterking van deze maatregelen.
Zoals reeds aangegeven, bevestigen de resultaten van het onderzoek ons in ons eerder ingenomen standpunt (brief van 27 januari jl.; TK 1999–2000, 26 494, nr. 4) dat, naast deze maatregelen, ook wettelijke maatregelen in het kader van het uitbreiden van bevoegdheden van politieambtenaren ter zake nodig zijn.
Momenteel hebben wij om die reden een voorontwerp tot wetswijziging in voorbereiding. Deze wetswijziging strekt er toe de politie in bepaalde omstandigheden en onder bepaalde voorwaarden ruimere bevoegdheden te geven tot het doorzoeken van kleding en vervoermiddelen op (vuur)wapens in een daartoe aangewezen gebied. Het gaat hierbij om gebieden waarbij sprake is van een bijzonder risico voor aantasting van de veiligheid van het leven of de gezondheid van de zich in het gebied bevindende personen. Ook kan er sprake zijn van de ernstige vrees voor het ontstaan van een dergelijke situatie. Het bestaan van dergelijke omstandigheden kent doorgaans meerdere uiteenlopende oorzaken. Het ligt dan ook in de rede dat ten aanzien van een dergelijk gebied een beleid wordt gehanteerd dat breder is dan uitsluitend het inzetten van onderhavige bevoegdheden. Ook andere maatregelen kunnen van invloed zijn op de leefbaarheid en veiligheid in een dergelijk gebied.
De burgemeester van de desbetreffende gemeente wordt de bevoegdheid verleend dit gebied aan te wijzen na overleg met de Officier van Justitie en met in beginsel voorafgaande instemming van de gemeenteraad. Ten aanzien van dit laatste zal voor spoedeisende gevallen een spoedprocedure in het leven worden geroepen. De extra bevoegdheden zullen bovendien slechts gedurende een van tevoren vastgestelde tijdsduur mogen worden uitgeoefend. De uitoefening van deze bevoegdheden zal overigens pas kunnen geschieden na voorafgaand verlof van de Rechter-commissaris, die daartoe beslist op vordering van het OM. Op deze wijze zijn ons inziens ten aanzien van de hiervoor aangegeven ingrijpende bevoegdheden voldoende waarborgen ingebouwd voor een zorgvuldige toepassing daarvan. In deze waarborgen ziet de regering ook de rechtvaardiging om een eigen wetsvoorstel in voorbereiding te nemen. Het regeringsvoorstel zal afwijken van het wetsvoorstel van het lid van de Tweede Kamer Van de Camp waar het de rol van de burgemeester in samenspraak met de gemeenteraad betreft en in de wettelijke en procedurele waarborgen voor een zorgvuldige toepassing, de beperkte tijdsduur en de toepassing van strafrechtelijke bevoegdheden pas na machtiging van de Rechter-commissaris op verzoek van de Officier van Justitie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26494-5.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.