26 473
Wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van pluimveerechten

nr. 12
AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER VLIES

Ontvangen 18 mei 2000

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel G, wordt artikel 58d als volgt gewijzigd:

I

In het eerste lid wordt «100» vervangen door: 250.

II

In het tweede lid wordt «100» vervangen door: 250.

Toelichting

Dit amendement beoogt het maximum aantal hobbymatig te houden legkippen te verhogen naar 250. Er zijn ruim 2000 hobbymatige houders van pluimvee met meer dan 100 legkippen. Aangezien zij volgens de wet niet worden aangemerkt als bedrijf, hebben zij geen aanspraak kunnen maken op pluimveerechten. Zij worden door het maximum van 100 legkippen gedupeerd.

Aangezien dit artikel bepaalt dat «op geen enkel moment» meer dan 100 legkippen mag worden gehouden, komen vooral veel hobbymatige houders in het broedseizoen in de problemen. Uit een enquête onder de leden van de NHDB blijkt dat de hobbymatige houders van dwerghoenders gemiddeld 202 dieren houden. In het voorjaar komen de kuikens daar nog bij.

Het verhogen van het aantal legkippen betekent niet een verhoging van de mestproductie, omdat deze hobbymatige houders reeds bestonden. Het beoogt slechts een onevenredige krimp van het aantal hobbykippen te voorkomen, temeer daar het in de meeste gevallen gaat om extensieve houderijen die proberen om bijzondere raskippen in stand te houden.

Er wordt gekozen voor 250 kippen, omdat dit aantal in diverse (internationale) regelingen als uitgangspunt wordt gehanteerd (EU-richtlijn welzijn leghennen en Verordening Plan van Aanpak Salmonella en Campylobacter). Dit komt de controleerbaarheid en handhaafbaarheid van het beleid ten goede.

Van der Vlies

Naar boven