Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26432 nr. 1;206 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26432 nr. 1;206 |
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 1 maart 1999
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 2 maart 1999.
De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal wordt onderworpen kan door of namens één van de Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 1 april 1999.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State gehoord, heb ik de eer U hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen het op 30 september 1998 te 's-Gravenhage tot stand gekomen verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Republiek Bulgarije inzake technische en financiële samenwerking (Trb. 1998, 239 en 1999, 29)1.
Een toelichtende nota bij dit verdrag treft U eveneens hierbij aan.
De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.
Het verdrag heeft ten doel een juridisch raamwerk vast te stellen voor de uitvoering van door Nederland gesteunde projecten voor technische en financiële assistentie in Bulgarije. Het gaat daarbij in hoofdzaak om projecten ontwikkeld onder het Programma Samenwerking Oost-Europa (PSO). In voorkomende gevallen vallen ook projecten in het kader van bijvoorbeeld het Programma Maatschappelijke Transformatie (MATRA) onder het verdrag. Verder kunnen onder meer ook door Nederland medegefinancierde projecten van multilaterale instellingen onder het verdrag vallen. De belangrijkste in het verdrag geregelde onderwerpen zijn de belastingvrijstelling voor in het kader van de projecten in Bulgarije geïmporteerde materialen en apparatuur en de privileges en immuniteiten van uitgezonden personeel.
De noodzaak van een verdrag is van Bulgaarse zijde naar voren gebracht. De in 1997 in werking getreden Bulgaarse wetgeving op het terrein van de omzetbelasting staat slechts afwijkingen van de geldende invoerbepalingen toe voor zover die voortvloeien uit internationaalrechtelijke afspraken. Voordat deze nieuwe wetgeving van kracht was geworden, volstond een clausule in een jaarlijks tussen het Bulgaarse Ministerie van Handel en Toerisme en het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken gesloten Memorandum of Understanding inzake het PSO om vrijstelling van alle heffingen op invoer van goederen te verkrijgen. Het ontbreken van een grondslag voor de belastingvrijstelling kan de voortgang van de PSO-projecten ernstig belemmeren.
Het verdrag voorziet niet in een verplichting voor Nederland om hulp te verlenen.
Hoewel het verdrag tussen beide regeringen is gesloten, zal het uiteraard tussen beide staten gelden.
Het verdrag zal uit zijn aard, wat het Koninkrijk betreft, alleen voor Nederland gelden.
Artikel 1 geeft de reikwijdte van het verdrag aan. Niet alleen projecten overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten aan beide zijden vallen onder het verdrag, maar ook projecten en programma's die worden uitgevoerd in samenwerking met derden. Met het laatste wordt onder meer bedoeld de co-financiering van multilaterale projecthulp uitgevoerd door internationale financiële instellingen zoals de Wereldbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Ook projecten van particuliere organisaties kunnen met instemming van de verdragspartijen en van die organisaties onder de werking van het verdrag vallen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om projecten in het kader van MATRA.
Artikel 2 geeft een omschrijving van de belangrijkste begrippen die in dit verdrag worden gehanteerd. In onderdeel 1, onder a, is op Bulgaars verzoek het begrip «financiële middelen» opgenomen in plaats van het meer gangbare begrip «kapitaal». In Bulgarije heeft laatstgenoemd begrip een bredere betekenis dan het begrip «financiële middelen». Voor Nederland is de term «financiële middelen» in het kader van dit verdrag toereikend.
Onderdeel 2 geeft aan ten aanzien van welke personen de verdragsbepalingen van toepassing zijn. In beginsel is dit iedereen die op basis van een overeenkomst werkzaamheden ten behoeve van projecten of programma's uitvoert, behalve Bulgaarse onderdanen en permanente inwoners van Bulgarije. Er wordt dus bewust niet van «Nederlands personeel» gesproken aangezien niet iedereen die door Nederland wordt uitgezonden de Nederlandse nationaliteit heeft. Onder personeelsleden vallen niet alleen degenen die zelf een overeenkomst hebben met de Nederlandse regering, maar ook zij die een contract hebben met bedrijven of organisaties die op contractbasis werkzaamheden in het kader van projecten en programma's uitvoeren. Ook van Bulgaarse zijde gecontracteerde toegevoegde experts kunnen als personeel worden beschouwd (zie onder b).
Artikel 3 biedt voor Nederland de mogelijkheid tot inspectie, beoordeling, controle en dergelijke van projecten en programma's.
In artikel 4 is de vrijstelling van belastingen en heffingen geregeld ten aanzien van door Nederland gefinancierde diensten en goederen in het kader van een onder het verdrag vallend project of programma. Deze vrijstelling omvat zowel vrijstelling van belastingen en andere heffingen voor permanente import en export als vrijstelling van het betalen van een borg op tijdelijke importen en exporten. Het artikel heeft alleen betrekking op door of namens een Nederlandse partij aangeschafte middelen.
In het tweede lid is bepaald dat alle bronnen in principe eigendom blijven van Nederland, tenzij anders wordt overeengekomen.
Op grond van artikel 5 is de toepassing van voorrechten en immuniteiten op personeel slechts mogelijk na een desbetreffende mededeling door Nederland en na aanvaarding door Bulgarije.
De diverse onderdelen van artikel 6 hebben een standaardkarakter en zijn eveneens te vinden in verdragen inzake ontwikkelingssamenwerking die Nederland met veel landen heeft gesloten. De strekking van dit artikel is het bij de uitvoering van programma's en projecten betrokken personeel te vrijwaren van allerlei belastingen en heffingen over hun inkomen en over hun (tijdelijk) ingevoerde goederen en vrij te stellen van nationale dienstverplichtingen. Verder wordt onder meer voorzien in het verlenen van assistentie aan het personeel bij douaneformaliteiten en het tijdig verstrekken van visa.
In het tweede lid is bepaald dat het personeel niet ongunstiger behandeld zal worden dan vergelijkbaar personeel van andere staten of organisaties. De vergelijkbaarheid heeft in dit geval betrekking op deskundigen uit dezelfde discipline.
Artikel 7 regelt immuniteiten en claims. Het personeel wordt gevrijwaard van juridische acties ten gevolge van hun professionele handelen of nalaten. In het tweede lid is bepaald dat Bulgarije de Nederlandse staat vrijwaart van contractuele aansprakelijkheid voor programma's en projecten. Verder worden de Nederlandse staat en het personeel gevrijwaard van buiten-contractuele aansprakelijkheid voor handelen en nalaten voortvloeiend uit uitvoering van een verplichting op grond van een programma of een project en dat de dood, fysiek letsel of schade aan de bezittingen van derden ten gevolge heeft. Een en ander geldt voor zover die aansprakelijkheid niet door een verzekering wordt gedekt. Opzettelijk handelen of grove nalatigheid vallen niet onder de vrijwaring door de Bulgaarse overheid van buitencontractuele aansprakelijkheidstelling. Het derde lid bepaalt dat de Bulgaarse overheid in geval van vrijwaring alle rechten mag uitoefenen die anders aan de Nederlandse staat of het personeel zouden toekomen.
De bepalingen in artikel 8 regelen het gedrag van het personeel en het effect van een negatieve beoordeling daarvan. Op verzoek van Bulgaarse zijde is expliciet bepaald dat privileges en immuniteiten van personeel alleen betrekking hebben op hun activiteiten in het kader van projecten en programma's die onder het verdrag vallen. Bij onwenselijk gedrag van een personeelslid of bij nalatigheid van het personeel bij het uitvoeren van de verplichtingen voortvloeiend uit het verdrag of uit een programma of een project kan Bulgarije – na overleg met de Nederlandse regering – verzoeken het desbetreffende personeelslid terug te roepen.
Artikel 9 betreft de samenwerking tussen verdragspartijen ingeval van arrestatie of het vasthouden van personeel. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen indien een personeelslid bij een verkeersongeluk betrokken raakt.
Artikel 10 regelt de beslechting van geschillen die voortkomen uit deze overeenkomst. Aan de mogelijkheid van een geschillenregeling wordt sterk de voorkeur gegeven boven een situatie waarin een mechanisme voor geschillenbeslechting ontbreekt. Een niet bijgelegd geschil kan immers langdurig als een last blijven drukken op een samenwerkingsproces.
Ingevolge artikel 11 heeft het verdrag een onbeperkte looptijd. Het verdrag kan opgezegd worden door middel van een schriftelijke mededeling waarbij een opzegtermijn van zes maanden geldt.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
G. Ybema
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. J. van Aartsen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26432-1.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.