26 287
Wijziging Wet Luchtverkeer (implementatie LVB-evaluatie)

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging Wet Luchtverkeer (implementatie LVB-evaluatie).

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

12 november 1998

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter uitvoering van de Nota inzake het algemene beleidskader voor luchtverkeersbeveiliging (kamerstukken II 1997/98, nr. 2) noodzakelijk is de bevoegdheden van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat ten aanzien van de Luchtverkeersbeveiligings-organisatie aan te scherpen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet Luchtverkeer (Stb. 1992, 368) wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 23, eerste lid, komt onder wijziging van de onderdelen d tot en met g, in c tot en met f onderdeel c te vervallen.

B

Artikel 30 komt te luiden:

Artikel 30

De raad van toezicht bestaat uit zes leden, waaronder de voorzitter, alsmede een waarnemer, die de Minister van Verkeer en Waterstaat in de raad van toezicht vertegenwoordigt.

C

Artikel 31 wordt gewijzigd als volgt:

a. Het eerste lid komt te vervallen.

b. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid worden twee nieuwe leden ingevoegd, luidende:

1. De leden van de raad van toezicht worden zonder last of ruggespraak benoemd voor een tijdvak van vier jaren en zijn éénmaal voor een tijdvak van vier jaren herbenoembaar. Hun kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen ontslag worden verleend.

2. De waarnemer in de raad van toezicht wordt aangewezen voor een tijdvak van vier jaren en kan éénmaal voor een tijdvak van vier jaar opnieuw worden aangewezen. De aanwijzing kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen worden ingetrokken.

D

Na artikel 34 wordt een nieuw artikel 34a ingevoegd luidende:

Artikel 34a

1. De LVB-organisatie handelt in overeenstemming met de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gestelde regels inzake kwaliteits- en veiligheidszorg.

2. In de in het eerste lid bedoelde regels worden in elk geval bepalingen opgenomen met betrekking tot kwaliteit, veiligheid en verificatie.

E

Artikel 42 wordt gewijzigd als volgt:

a. Het eerste lid komt te vervallen.

b. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot vierde en vijfde lid worden drie nieuwe leden ingevoegd, luidende:

1. Het bestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.

2. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

3. Onze Minister stelt met betrekking tot het eerste en tweede lid een informatiestatuut vast.

F

Na artikel 44 worden twee nieuwe artikelen toegevoegd, luidende:

Artikel 44a

Indien naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het bestuur dan wel de raad van toezicht van de LVB-organisatie zijn taak niet of niet naar behoren vervult, kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, na overleg met het betrokken orgaan, de noodzakelijke voorzieningen treffen. Onze Minister stelt de Tweede Kamer der Staten-Generaal onverwijld in kennis van de door hem getroffen voorzieningen.

Artikel 44b

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet en vervolgens na iedere vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de werking en doeltreffendheid van de LVB-organisatie. De LVB-organisatie is gehouden aan deze evaluatie medewerking te verlenen.

ARTIKEL II

Indien de Wet Luchtverkeer (Stb. 1997, 255) in werking treedt, wordt deze gewijzigd als volgt:

A

In artikel 5.23, eerste lid, komt onder wijziging van de onderdelen d tot en met g in c tot en met f, onderdeel c te vervallen.

B

Artikel 5.30 komt te luiden:

Artikel 5.30

De raad van toezicht bestaat uit zes leden, waaronder de voorzitter, alsmede een waarnemer, die de Minister van Verkeer en Waterstaat in de raad van toezicht vertegenwoordigt.

C

Artikel 5.31 wordt gewijzigd als volgt:

a. Het eerste lid komt te vervallen.

b. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid worden twee nieuwe leden ingevoegd, luidende:

1. De leden van de raad van toezicht worden zonder last of ruggespraak benoemd voor een tijdvak van vier jaren en zijn eenmaal voor een tijdvak van vier jaren herbenoembaar. Hun kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen ontslag worden verleend.

2. De waarnemer in de raad van toezicht wordt aangewezen voor een tijdvak van vier jaren en kan eenmaal voor een tijdvak van vier jaar opnieuw worden aangewezen. De aanwijzing kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen worden ingetrokken.

D

Na artikel 5.34 wordt een nieuw artikel 5.34a ingevoegd luidende:

Artikel 5.34a

1. De LVB-organisatie handelt in overeenstemming met de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gestelde regels inzake kwaliteits- en veiligheidszorg.

2. In de in het eerste lid bedoelde regels worden in elk geval bepalingen opgenomen met betrekking tot kwaliteit, veiligheid en verificatie.

E

Artikel 5.42 wordt gewijzigd als volgt:

a. Het eerste lid komt te vervallen.

b. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot vierde en vijfde lid worden drie nieuwe leden ingevoegd, luidende:

1. Het bestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.

2. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

3. Onze Minister stelt met betrekking tot het eerste en tweede lid een informatiestatuut vast.

F

Na artikel 5.44 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 5.45

Indien naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het bestuur dan wel de raad van toezicht van de LVB-organisatie zijn taak niet of niet naar behoren vervult, kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, na overleg met het betrokken orgaan, de noodzakelijke voorzieningen treffen. Onze Minister stelt de Tweede Kamer der Staten-Generaal onverwijld in kennis van de door hem getroffen voorzieningen.

Artikel 5.46

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet en vervolgens na iedere vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de werking en doeltreffendheid van de LVB-organisatie. De LVB-organisatie is gehouden aan deze evaluatie medewerking te verlenen.

ARTIKEL III

Artikel I van deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld, met uitzondering van artikel I, onderdeel A, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en dat terugwerkt tot en met 1 januari 1999.

ARTIKEL IV

Indien de Wet Luchtverkeer (Stb. 1997, 255) in werking treedt, treedt artikel II van deze wet op hetzelfde tijdstip in werking.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Naar boven