26 273
Wijziging van de Wet tot gemeentelijke herindeling van Lemelerveld

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).

In de wet van 5 september 1996 tot gemeentelijke herindeling van Lemelerveld (Stb. 1996, 447) is bepaald dat op 3 maart 1999, tegelijkertijd met de verkiezingen van provinciale staten, tussentijdse verkiezingen voor de gemeenteraad in Dalfsen zullen plaatsvinden. Aanvankelijk stond in het wetsvoorstel Lemelerveld dat de gemeenteraad een zittingsduur van 5 jaar en vier maanden zou hebben (van 1 januari 1997 tot april 2002). Bij de behandeling van de wetsvoorstellen tot gemeentelijke herindeling van Schouwen-Duiveland en Walcheren (Stb. 1996, 446 en 448) en de wetsvoorstellen tot gemeentelijke herindeling in de samenwerkingsgebieden Midden-Brabant, Breda en Westelijk Noord-Brabant en in een gedeelte van de samenwerkingsgebieden Zuidoost-Brabant en 's-Hertogenbosch (Stb. 1995, 427 en Stb. 1996, 449, 450 en 451) heeft een discussie plaatsgevonden over de duur van de zittingstermijn van de nieuwe gemeenteraden. Bij de behandeling van het wetsvoorstel tot gemeentelijke herindeling van Lemelerveld is vervolgens het amendement Mulder-van Dam c.s. aangenomen. De Kamer was, net als bij de eerder genoemde wetsvoorstellen, de mening toegedaan dat een zittingsduur van ongeveer 5½ jaar diende te worden opgesplitst in twee zittingstermijnen. Na de tussentijdse verkiezingen in maart 1999, zouden de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen in Dalfsen gelijktijdig met de reguliere gemeenteraadsverkiezingen in maart 2002 in de rest van Nederland plaatsvinden.

Op het moment van vaststelling van de wet tot gemeentelijke herindeling van Lemelerveld was niet te voorzien dat de gemeente Dalfsen binnen afzienbare termijn opnieuw bij een gemeentelijke herindeling betrokken zou zijn. De procedure tot gemeentelijke herindeling in West-Overijssel, waarvan Dalfsen deel uitmaakt, bevond zich destijds in de beginfase. In oktober 1996 hebben gedeputeerde staten van Overijssel in de nota «Varianten gemeentelijke herindeling West-Overijssel» hun visie gegeven op de versterking van het lokaal bestuur in West-Overijssel. Vervolgens is in oktober–november 1996 in het herindelingsgebied het open overleg ex artikel 2 van de Wet algemene regels herindeling gestart. Op 29 oktober 1997 hebben provinciale staten van Overijssel tenslotte een ontwerp-regeling voor gemeentelijke herindeling in West-Overijssel vastgesteld. Op dit moment is een wetsvoorstel die deze gemeentelijke herindeling mogelijk maakt in voorbereiding. Afhankelijk van de parlementaire behandeling zou de beoogde herindeling in West-Overijssel per 1 januari 2000 of uiterlijk per 1 januari 2001 geëffectueerd moeten worden. Verkiezingen voor de nieuwe gemeenten na de herindeling in dit gebied vinden dan plaats in het najaar van 1999 of in het najaar van 2000.

Een herindeling per één van de genoemde data zou betekenen dat binnen korte tijd twee keer een nieuwe gemeenteraad in Dalfsen zou moeten worden gekozen. Dat is een ongewenste situatie. Ten eerste wordt de besluitvorming binnen de raad belemmerd doordat er geen bestuurlijke continuïteit is. Ten tweede brengen extra verkiezingen veel kosten met zich mee. Tenslotte scheppen twee verkiezingen op korte termijn onduidelijkheid voor de burger. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dalfsen heeft bij brief van 27 mei 1998 een verzoek tot uitstel van de tussentijds geplande verkiezingen van maart 1999 ingediend. Het college stelt voor de gemeenteraadsverkiezing samen te laten vallen met de verkiezing die plaatsvindt bij de gemeentelijke herindeling.

Bovengeschetste omstandigheden rond de voorgenomen gemeentelijke herindeling in West-Overijssel maken het wenselijk dat er een wettelijke voorziening met betrekking tot de verlenging van de zittingsduur van de gemeenteraad in Dalfsen wordt getroffen. Onderhavig wetsvoorstel strekt ertoe de tussentijds geplande verkiezingen van maart 1999 te laten vervallen en de zittingstermijn van de per 1 januari 1997 aangetreden gemeenteraad te verlengen tot april 2002 teneinde te voorkomen dat in kort tijdsbestek tweemaal verkiezingen van de leden van de gemeenteraad moeten worden gehouden. De verlenging van de zittingstermijn tot april 2002 wordt geregeld in het voorgestelde derde lid van artikel 2 van de Wet tot gemeentelijke herindeling Lemelerveld. Hierin wordt immers bepaald dat de zittingsperiode van de per 1 januari 1997 aangetreden nieuwe gemeenteraad tegelijk eindigt met de zittingsperiode van de raden die worden gekozen bij de verkiezingen van 4 maart 1998, derhalve april 2002. Er wordt echter vanuit gegaan dat de zittingstermijn korter zal zijn in verband met de voorgenomen gemeentelijke herindeling met ingang van 1 januari 2000, dan wel 1 januari 2001.

Het voorstel van de gemeente Dalfsen voor het laten samenvallen van de gemeenteraadsverkiezing met de verkiezing die plaatsvindt bij de gemeentelijke herindeling wordt hiermee ondersteund. De datum van herindeling in West-Overijssel is echter op dit moment nog onbekend. In het wetsvoorstel tot gemeentelijke herindeling in West-Overijssel zullen de definitieve bepalingen omtrent de herindelingsverkiezingen worden opgenomen. Deze verkiezingen vinden dan voor alle betrokken gemeenten gelijktijdig plaats.

In verband met de noodzaak tijdig duidelijkheid te geven omtrent het al dan niet doorgaan van verkiezingen in Dalfsen in 1999 is het van belang dat het onderhavige wetsvoorstel voortvarend wordt behandeld. Wellicht ten overvloede merk ik daarbij op, dat ik met de behandeling van dit wetsvoorstel geenszins een voorschot wil nemen op de inhoudelijke discussie over het herindelingsvoorstel met betrekking tot West-Overijssel.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Peper

Naar boven