Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 26227 nr. 31 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 26227 nr. 31 |
Vastgesteld 15 juni 2000
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, de vaste commissie voor Justitie2, de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat3 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport4 hebben op 24 mei 2000 overleg gevoerd met minister De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, minister Korthals van Justitie en staatssecretaris Vliegenthart van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:
– de laatste rapportage van de verantwoordelijke bewindslieden over alle deelaspecten;
– het COT-rapport, voorzien van een kabinetsreactie;
– de mogelijke problemen in de sfeer van ziekenhuizen, ambulancevervoer en andere vormen van hulpverlening en planning bij calamiteiten;
– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 13 april 2000 inzake het alcohol- en drugsbeleid tijdens het EK 2000 (BZK 00-432).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissies
De heer Middel (PvdA) was tamelijk tevreden over de vorderingen bij de voorbereiding van het EK 2000, maar hij was er ontstemd over dat men in vijf politieregio's meent, niet te behoeven deelnemen aan de voorbereidingscursus. Is de regering het ermee eens dat men dit alsnog zou moeten doen?
Verder vroeg hij zich af hoe er gehandeld zou worden als de burgemeester van een speelstad in overleg met de regering moest besluiten een wedstrijd af te gelasten. En mocht er zich een calamiteit voordoen tijdens het EK, wie neemt dan de beslissing dat het toernooi toch doorgaat?
Heeft de minister van Justitie er rekening mee gehouden dat er in het kielzog van deelnemende teams personen naar Nederland kunnen komen die oorlogsmisdaden hebben begaan, die mensenrechten hebben geschonden, zoals wijlen Arkan in Joegoslavië?
Het antwoord van de regering op zijn eerdere vragen over de rol van de bedrijfshulpverlening in de stadions vond de heer Middel wat onbevredigend. Heeft de arbeidsinspectie al gecontroleerd of deze hulpverlening op orde is?
Zijn er inmiddels voldoende plekken voor bestuurlijke ophouding met voldoende mogelijkheden om supportersgroepen adequaat van elkaar te scheiden? Zijn de snelrechtprocedures voldoende voorbereid en is er voldoende capaciteit bij de justitie beschikbaar? Is er lering getrokken uit de recente problemen met supporters? Welke grens zal er worden aangehouden bij het alcoholgebruik van supporters?
Ten slotte vroeg de heer Middel of het verschil tussen België en Nederland op het punt van vrij reizen nog problemen zou kunnen opleveren.
De heer Rijpstra (VVD) vroeg zich af waarom de regering de zorg van het Crisisonderzoeksteam (COT) in zijn rapport over de verschillen in beleid op het gebied van de openbare orde tussen de speelsteden niet deelt. Hij drong aan op zoveel mogelijk uniformiteit in het beleid, met name bij de bejegening van supporters. Worden bij de NS de conducteurs ook betrokken bij de cursus op dit terrein, net als de spoorwegpolitie? Gaan overigens de deelnemende landen hun supporters ook daadwerkelijk begeleiden? Zou het gelet op de grote Turkse gemeenschap in Nederland niet zinvol zijn contact op te nemen met haar officiële vertegenwoordigers?
In het COT-rapport is als een punt van zorg naar voren gekomen dat niet-speelsteden weinig specifieke voorbereidingen treffen voor het EK. Ziet men het belang hiervan niet in?
De heer Stekelenburg heeft er als korpsbeheerder van Midden- en West-Brabant in een brief aandacht voor gevraagd dat het middel van de bestuurlijke ophouding waarschijnlijk ook buiten de speelsteden gebruikt zal worden, met name in de gebieden waar naar verwachting veel supporters zullen verblijven. Zal hiermee in financiële zin rekening gehouden worden, eventueel achteraf?
Uit de audit blijkt dat er kaartjes zijn verkocht aan supporters voor vakken die niet voor hen bedoeld waren. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?
Kan de regering aangeven hoe precies de verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen de burgemeesters van de speelsteden, de bewindslieden en de minister-president? De heer Rijpstra vreesde discussies op momenten waarop slagvaardig opgetreden dient te worden.
Ten slotte vroeg de heer Rijpstra nog hoe het toernooi gevolgd zal worden, ook met het oog op de evaluatie. Zal de eindevaluatie door een volstrekt onafhankelijke instantie verricht worden?
De heer Atsma (CDA) was blij dat er langzaam maar zeker meer enthousiasme voor het EK merkbaar was. Zal het EK ook extra toerisme naar Nederland aantrekken? Is er een systeem om in de gaten te houden of alle supporters en toeristen gehuisvest kunnen worden? Hij sloot zich aan bij het verzoek van de heer Rijpstra om niet-speelsteden zo nodig de helpende hand te bieden.
Voor het vervoer van supporters heeft de minister van Verkeer en Waterstaat extra vliegcapaciteit mogelijk gemaakt, met name in de nachtelijke uren, behalve op vliegveld Beek. Zou het gelet op de scharnierfunctie tussen Eindhoven en Charleroi geen aanbeveling verdienen, zo nodig ook bij dit vliegveld op dit punt meer ruimte te bieden? En verwacht de regering inderdaad geen problemen als gevolg van de geplande werkzaamheden aan een aantal toevoerwegen?
Verder sloot de heer Atsma zich ook aan bij de vraag van de heer Rijpstra over de verdeling van de verantwoordelijkheden en ook hij wees op het gebrek aan uniformiteit in het beleid van de speelsteden op het punt van de drooglegging en de bestuurlijke ophouding, maar ook bij het om veiligheidsredenen niet volledig gebruiken van de capaciteit van de stadions. Zijn er duidelijke afspraken gemaakt over de positie van hulpverleners in de stadions? Kunnen zij afdoende beschermd worden tegen supportersgeweld?
Tot zijn teleurstelling had de heer Atsma moeten constateren dat de zwarte handel in kaartjes enorm uit de hand lijkt te lopen. Hoe beoordeelt de regering de situatie op dit punt? Zal deze ontwikkeling geen grote risico's voor de openbare orde opleveren?
Ook mevrouw Ravestein (D66) maakte zich zorgen over het verschil in beleid tussen de speelsteden. Is de regering het ermee eens dat uniformiteit hierbij zeer belangrijk is, juist omdat er vaak een beroep zal moeten worden gedaan op politiemensen van elders? Wie is er verantwoordelijk en kan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingrijpen als hij het niet eens is met het beleid in een bepaalde stad?
De controle rondom de stadions lijkt goed geregeld te zijn, maar wat er elders in de speelsteden kan gebeuren baart meer zorgen. Wat is er voortgekomen uit het overleg over de verschillende risico's bij de huldiging van de winnaar, afhankelijk van welk land dat zal zijn?
In een van de stukken bij de behandeling van de Wet arbeid vreemdelingen stelt de regering dat de vreemdelingenpolitie vanwege het EK twee maanden lang geen capaciteit zal hebben om arbeid van illegalen op te sporen. Mevrouw Ravestein kon zich wel een verschuiving van de prioriteiten voorstellen, maar dit bevreemdde haar.
De extra kosten van medische voorzieningen worden nu in beeld gebracht. Zijn deze niet zeer moeilijk in te schatten en zijn er in een gewone competitieperiode van drie weken niet veel meer risicowedstrijden dan tijdens het EK?
Mevrouw Ravestein verzocht de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties contact op te nemen met de staatssecretaris van Financiën in verband met berichten dat de bij Euro 2000 ingezette vrijwilligers belasting zouden moeten betalen over loon in natura vanwege de kleding die zij voor hun werk krijgen.
Verder was zij het met het COT eens dat er niet voldoende is gedaan om het toernooi aan te grijpen om de aantrekkelijkheid van Nederland als vakantieland aan te prijzen. De film «The warming-up» was teleurstellend.
In hoeverre beschouwt de regering de finale van de Amstel Cup als een geslaagde oefening? Is hier nog van geleerd?
Ten slotte gaf mevrouw Ravestein aan dat D66 veel waardering heeft voor alle betrokkenen, die enorm veel werk hebben verzet om van het evenement een succes te kunnen maken.
Mevrouw Hermann (GroenLinks) was het hiermee eens en zij ging ervan uit dat dit overleg alleen diende om na te gaan wat er nog aan de voorbereiding ontbreekt, waarbij zij zich wilde concentreren op de medische zorg in verband met de gewone dingen die voorvallen als grote aantallen mensen zich in een feestelijke stemming in een vreemde omgeving bevinden. Gelet op de geringe middelen en de handhaving van het reguliere zorgniveau zal alleen bij een echte calamiteit het landelijke ambulancebijstandsplan in werking treden. Volgens het COT-rapport zal per hulpverleningsregio een raming van de te verwachten extra kosten van ambulancevervoer gemaakt worden, maar hoe staat het met de capaciteit van de ziekenhuizen en de (voor)financiering van de extra zorg? Buitenlanders zullen wellicht niet altijd genoeg geld bij zich hebben voor medische behandeling. Er zijn al wachtlijsten voor allerlei verrichtingen; komt de basiszorg voor de bevolking niet in het gedrang?
Ten slotte vroeg mevrouw Hermann nog of de cellencapaciteit voldoende zal zijn en wilde zij nadere informatie over de visumplicht.
Mevrouw Kant (SP) sloot zich aan bij de vragen over de uniformiteit van het beleid in de verschillende speelsteden. Zij herinnerde eraan dat haar fractie de nieuwe wetten op het gebied van openbare orde en veiligheid te ver vond gaan, maar zij wilde de discussie hierover niet weer oprakelen. Wel vroeg zij in verband hiermee welk effect de regering verwacht van de verhoging van een aantal boetes met 25%. Zij verwachtte er absoluut geen preventieve werking van. Is de regering het er niet mee eens dat tegenover een delict altijd dezelfde strafmaat moet staan?
Met verbazing had mevrouw Kant ontdekt dat er in de zorg vele zaken nog helemaal niet geregeld zijn, vooral op het financiële vlak. Zij was het met mevrouw Hermann eens dat de reguliere zorg niet in het gedrang mag komen. De verantwoordelijkheid voor de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen berust ook tijdens het EK bij de speelsteden zelf en volgens de minister hebben deze de voorbereiding voortvarend ter hand genomen, maar hoe zit het met de financiën? Hoe kan het dat pas begin mei duidelijk is geworden dat er extra kosten zullen zijn voor de geneeskundige ketens in de speelsteden en dat nu nog niet duidelijk is wie deze kosten zal betalen? Hebben de GGD's zelf een werkgroep gevormd om de voorbereiding ter hand te nemen, mede omdat de algemene geneeskundige hulpverlening bij rampen nog maar net van de grond gekomen is? Zo ja, waarom is er niet eerder een initiatief genomen om deze hulpverlening met landelijke aansturing goed te organiseren? Is er inmiddels een kostenoverzicht per speelstad? Is de regering bereid de budgettaire gevolgen van deze extra inspanningen in de zorg op te vangen voorzover deze aantoonbaar met het EK te maken hebben?
De heer Van den Berg (SGP) wees er ten overvloede nog op dat zijn fractie een heel andere kijk op het EK heeft dan de andere fracties. Zij heeft geen enkele behoefte aan deze vorm van sportverdwazing, met alle negatieve aspecten ervan, maar nu het bijna zo ver is wil zij toch nog aandacht vragen voor een aantal zaken.
De heer Van den Berg legde er nogmaals de nadruk op dat de inzet van extra politie-eenheden op geen enkele manier ten koste mag gaan van de basispolitiesterkte in de verschillende regio's, wat minister Peper indertijd ook duidelijk heeft toegezegd. Hij zag echter nog steeds aanleiding tot gerede twijfel en hij wachtte in dit verband nog op de beantwoording van zijn schriftelijke vragen over de situatie in Zeeland tijdens de drukke pinksterdagen, maar ook elders geven korpsbeheerders blijk van zorgen op dit punt. Zal de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de toezegging van zijn voorganger gestand doen dat de basispolitiezorg ook tijdens het EK gegarandeerd zal zijn?
De fractie van de SGP vindt het een dwaze gedachte dat de Nederlandse belastingbetaler zou moeten opdraaien voor het gratis vervoer voor supporters, die toch ook voldoende geld hebben om de reis naar Nederland te maken. Waar komt de kostenstijging van 7 mln. naar 11 mln. uit voort?
Volgens berichten in de media zijn de speelsteden op zoek naar locaties waar degenen die bestuurlijk zijn opgehouden, gedurende enkele uren vastgezet kunnen worden. Is dit probleem inmiddels opgelost? En hoe staat het met training van politie en justitie, juist voor de toepassing van dit nieuwe instrument?
In het vorige algemeen overleg werden de kosten van het evenement nog op 60 mln. geraamd, nu wordt er al een bedrag van 100 mln. genoemd. Waar komt deze kostenstijging vandaan? Hier komt nog bij dat men verwacht dat de economische impuls van het EK zeer gering zal zijn, dus het is nog maar de vraag of het Nederland überhaupt iets zal opleveren, nog afgezien van eventuele schade als gevolg van rellen en dergelijke.
De heer Van den Berg sloot zich aan bij de vragen en opmerkingen van mevrouw Kant over de kosten voor de gemeenten op het gebied van de medische zorg. Hij vond dat deze niet voor hun rekening zouden moeten komen.
Minister Van Boxtel schrijft in een brief aan de betrokken gemeenten dat er is afgesproken het staande alcohol- en drugsbeleid strikt te handhaven en dat er al naar gelang de situatie tijdens het EK zal worden bezien of repressiever optreden noodzakelijk is. De heer Van den Berg vroeg om een toelichting hierop.
Ten slotte ging de heer Van den Berg ervan uit dat de regering het met hem eens is dat elke vorm van vuurwerk bij manifestaties taboe zal zijn, hoe de wedstrijden ook zullen verlopen en wat de uitslagen ervan ook zullen zijn.
Het antwoord van de bewindslieden
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gaf aan dat het EK inmiddels zo langdurig en grondig is voorbereid dat Nederland er zo ongeveer wel klaar voor is. Een van de belangrijkste punten die nog uit het rapport van het COT naar voren zijn gekomen, is de uniformiteit van het bejegeningsprofiel. Er is een landelijk kader voor de tolerantiegrenzen overeengekomen en verdere uniformering vindt plaats via het handboek dat de gemeenten krijgen. Zaken worden op elkaar afgestemd in de ambtelijke regiegroep en er vindt coördinatie plaats in de stuurgroep van het politieproject. De minister vond het overdreven om te stellen dat men zich in vijf politieregio's aan deelneming aan de voorbereidingscursus zou onttrekken. Het gaat om een cursus die voor het begin van het EK gegeven zal worden om alleen nog de puntjes op de i te zetten, want de korpsen doen dit werk natuurlijk al jaren. Van de door het COT genoemde korpsen maakt dat van Flevoland overigens wel gebruik van de cursus, maar het richt zich daarbij met name op degenen die daadwerkelijk bij het EK zullen worden ingezet. Verder is de eigen opleiding in het korps Amsterdam-Amstelland in relatie tot het EK nog uitgebreider dan het bejegeningsprofiel, dat volledig wordt onderschreven. Ook in Friesland biedt men de instructie voor de bejegening gericht aan, namelijk aan de korpsleden die feitelijk bij het EK betrokken zullen zijn. Ook het korps Twente integreert het bejegeningsprofiel in de eigen oefeningen. Er vindt overigens ook coördinatie met de Belgen plaats, opdat niet de indruk ontstaat dat men zich in Nederland iets zou kunnen permitteren, wat men zich in België niet zou kunnen veroorloven en omgekeerd.
Verder stelde de minister dat de eigen verantwoordelijkheid van de burgemeesters van de speelsteden past in de Nederlandse decentrale structuur. De burgemeesters, colleges, officieren en politiechefs hebben bewezen dat zij van wanten weten. Zij zijn ook zeker niet uit op het beheren van eigen koninkrijkjes, maar op het goed waar maken van hun verantwoordelijkheid binnen het algemene kader, waar men zich goed in kan vinden. De minister relativeerde dan ook dat er grote verschillen in beleid tussen de speelsteden gebleken zouden zijn. Hij stelde dat de burgemeesters het volledig met elkaar eens zijn, ook al doen zij niet altijd exact dezelfde uitspraken. Hij had er het volste vertrouwen in dat zij door hun ervaring en hun gezonde verstand te gebruiken in overleg met anderen voortreffelijk zullen kunnen optreden, ook bij onvoorziene gebeurtenissen, zowel op het gebied van de openbare orde als op het sportieve vlak.
Ook de verdeling van de bevoegdheden is volgens de minister volstrekt helder. De burgemeester heeft de verantwoordelijkheid voor de openbare orde en de veiligheid in zijn stad. In de veelvuldige contacten was de minister met de burgemeesters van de speelsteden overeengekomen dat eventuele maatregelen op elkaar afgestemd zullen worden en dat er overleg zal worden gevoerd over de meest geschikte manier van optreden, ook met de minister van BZK als coördinerend bewindsman, die weer met zijn collega's zal overleggen. Hij verwachtte dan ook weinig tijd te zullen hebben voor het bekijken van wedstrijden. In dit verband wees hij er nog op dat het alcoholbeleid in een brief uiteengezet is en dat het dient te worden toegepast in de mate waarin de situatie erom vraagt. Dronken supporters komen in ieder geval het stadion niet in. En hij ging ervan uit dat de burgemeester van een speelstad beter dan wie ook kan beoordelen of alle voor een wedstrijd beschikbare kaarten kunnen worden uitgegeven.
In alle speelsteden, maar ook ver daarbuiten, wordt er geoefend met de toepassing van het middel van bestuurlijke ophouding. Het kan worden ingezet als dit nodig mocht blijken en de minister was er in tegenstelling tot mevrouw Kant heel tevreden mee.
Het probleem bij de geneeskundige en andere hulpverlening zit inderdaad niet zozeer in het voorbereid zijn op calamiteiten, als wel in de extra kosten die ermee gemoeid zouden zijn. De regering heeft dan ook op basis van de ramingen van de betrokken instanties besloten een garantie van meer dan 4 mln. voor excessieve kosten te geven. Deze zullen met een nacalculatie toebedeeld worden. Eventuele meerkosten zullen hoe dan ook betaald worden, maar daarover zal dan nog overleg gevoerd worden. De minister zegde toe de Kamer nader te zullen inlichten over de kostensoorten die onder de genoemde garantie vallen. Hij zag geen aanleiding om extra geld beschikbaar te stellen voor het gebruik van het middel van bestuurlijke ophouding, omdat het alleen gebruikt zal worden als het echt nodig is, als ultimum remedium. Hij wees erop dat politie, rampenbestrijdingsorganisaties en dergelijke budgetten hebben die niet alleen op normale situaties zijn toegesneden, maar ook enige reserve bieden.
De recente ongeregeldheden bij voetbalwedstrijden zijn zeer nauwlettend gevolgd. Aanstaande vrijdag zal er een overleg plaatsvinden met vertegenwoordigers van de voetbalbonden en regeringen in Turkije, Engeland en Denemarken. Aan de hand van de ervaring met die gebeurtenissen zal nog eens precies nagegaan worden, hoe een en ander hier zou kunnen worden voorkomen. Er zal ook gesproken worden over begeleiding van supporters door politiemensen uit die landen. Verder houdt het bejegeningsprofiel in dat problemen in de kiem gesmoord worden. De minister had de indruk dat men in Denemarken wellicht wat lang met ingrijpen gewacht heeft, maar hij verwachtte dat dit bij de evaluatie nog wel zal blijken.
De spoorwegpolitie zal als onderdeel van het korps landelijke politiediensten volledig op de hoogte zijn van de te hanteren beleidslijnen. De NS heeft veel ervaring met het vervoeren van grote groepen en men zal ervoor zorgen dat de conducteurs op de drukte in verband met het toernooi voorbereid zijn. Er zullen in ieder geval weinig problemen met kaartjescontrole zijn en er is goed overleg met de betrokken instanties over de begeleiding van de supporters.
Er is voorzien in een evaluatie van de aspecten op het gebied van de openbare orde door het COT, terwijl een andere instantie gevraagd zal worden de overige aspecten te evalueren. De minister sloot niet uit dat het al naar gelang de bevindingen tijdens het toernooi wenselijk zou kunnen blijken hierbij ook nog anderen in te schakelen, maar hij wilde de evaluatie niet te veel optuigen, omdat na afloop ook zou kunnen blijken dat het allemaal heel goed is gegaan. En overigens zullen alle professionele diensten een eigen evaluatie kunnen maken.
Over het openbaar vervoer heeft er overleg met België plaatsgevonden. Tijdens het toernooi gelden er in België speciale tarieven en ook bij de NS zullen kaartjes voor het reizen in België te koop zijn.
De minister verwachtte geen extra congestie op de plaatsen waar tijdens het toernooi aan de weg gewerkt zal worden. Verder heeft de minister van Verkeer en Waterstaat na een afweging besloten voor vliegveld Beek in verband met de overlast van nachtvluchten vooralsnog geen ontheffing daarvoor te verlenen, maar hij sloot niet uit dat dit in bepaalde situaties toch nog overwogen zal worden.
Het leek de minister duidelijk dat de zwaardere belasting van de politie haar tol zal eisen en dat de uitvoering van andere taken daaronder te lijden zal hebben, maar hij ging ervan uit dat er ruimte voor zou zijn als het absoluut nodig mocht blijken zijn om tijdens het EK aan opsporing in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen te doen.
Verder zegde de minister toe contact te zullen opnemen met de staatssecretaris van Financiën in verband met het door mevrouw Ravestein gesignaleerde fiscale probleem met vrijwilligers.
De schriftelijke vragen van de SGP-fractie zijn inmiddels beantwoord en de problemen zijn ook opgelost. Bij nieuwe problemen zal er meteen met de betrokkenen contact worden opgenomen om die problemen samen te bekijken. De minister legde er de nadruk op dat er voor de basispolitiezorg voldoende menskracht beschikbaar is en dat er voor het EK nog extra capaciteit kan worden ingezet.
De minister van Justitie constateerde dat er weinig vragen op zijn beleidsterrein waren gesteld en hij leidde daaruit af dat er een behoorlijk vertrouwen bestaat in het plan van aanpak van het openbaar ministerie. Er zijn voldoende officieren van justitie en rechters beschikbaar en ook de capaciteit van het arrestantenvervoer is toereikend.
Met het verhogen van de strafmaat heeft de regering willen aangeven dat de maatschappelijke onrust en de schade die voetbalvandalisme engeweld met zich meebrengt, een hogere straf rechtvaardigt. Zij verwacht hiervan een preventieve werking en zij wil hiermee duidelijk maken waar de overheid staat.
Er zullen tijdens het EK 406 cellen extra beschikbaar zijn. De minister tekende hierbij aan dat bij bestuurlijke ophouding de betrokkenen niet in gewone cellen of in politiecellen worden vastgezet, maar op andere plaatsen zullen worden vastgehouden. De genoemde 406 cellen zijn dus bestemd voor degenen die strafbare feiten hebben gepleegd waarbij voorlopige hechtenis toegepast kan worden. Mochten dit er nog te weinig zijn, dan is er in het gevangeniswezen voldoende flexibiliteit om nog meer mensen vast te kunnen zetten.
De minister was verheugd over de uitspraak van de rechter over commerciële zwarthandel, waarmee het mogelijk is geworden om civiele acties daartegen te ondernemen. Voor het overige zal in en rondom de stadions zeer goed op zwarthandel worden gelet en zal er zeer streng tegen worden opgetreden.
Er zal ook streng worden opgetreden tegen het in het bezit hebben van drugs, waarbij maximale aandacht geschonken zal worden aan de directe omgeving van de stadions en de plaatsen waar supporters bijeenkomen. De regering is zich ervan bewust dat de combinatie van alcohol en met name synthetische drugs gevaarlijk is en dit zal dan ook zoveel mogelijk worden tegengegaan.
Mochten er «louche» figuren uit Roemenië, Joegoslavië of Turkije met de voetbalteams proberen mee te reizen, dan moet bedacht worden dat bezoekers uit deze landen visumplichtig zijn en daarbij worden hun antecedenten zeer grondig gecontroleerd aan de hand van het vreemdelingenregister, het justitiële antecedentenregister en het Schengeninformatiesysteem. En voorzover het nog om gesloten grenzen gaat, zal er aan de grens worden nagegaan of bezoekers criminele antecedenten hebben. Ook zal de BVD de bezoekers uit de genoemde landen nog controleren en als er aanleiding toe is, zullen zij worden opgevangen en zo nodig vervolgd.
De heer Van Zundert (directeur-generaal EK 2000) lichtte toe dat de maatregel om 5% van de kaartjes achter te houden bedoeld is om bij risicowedstrijden meer ruimte in de vakken te verkrijgen. Bij wedstrijden met weinig risico's kunnen burgemeesters hiervan afwijken. Dit wordt in Nederland door een enkele burgemeester gedaan, in België wordt aan deze regel strikt de hand gehouden.
Het verbaasde hem zeer dat men in sommige landen bezoekers van het EK zou adviseren geen identiteitsbewijs mee te nemen, want er is uitgebreid overleg over geweest dat er een identificatieplicht geldt. In Engeland wordt er nog wel eens het advies gegeven het paspoort thuis of in het hotel te laten, maar in het overleg is steeds aangegeven dat het bij het EK absoluut noodzakelijk is het paspoort mee te nemen.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zei dat de arbeidsinspectie de bedrijfshulpverlening in de stadions niet apart getoetst heeft in verband met het EK. De arbeidsinspectie ziet daartoe geen aanleiding, omdat zowel de gemeente als de KNVB periodiek een aantal aspecten controleert die daarmee samenhangen.
De organisatie voor de begeleiding van supporters in het kader van goed gastheerschap staat volledig op de rails. Zeven van de deelnemende landen zetten stewards in voor de begeleiding van supporters die georganiseerd reizen. Afzonderlijk reizende supporters worden begeleid door teams van fancoördinatoren, die inmiddels ook al allemaal zijn geformeerd. Fans uit Joegoslavië en Turkije worden begeleid door professionals die hun taal spreken.
De verblijfscapaciteit voor supporters en toeristen vormt nog een kwetsbaar punt. De regering doet al het mogelijke om de onzekerheid op dit punt weg te nemen door uit verschillende bronnen zoveel mogelijk informatie te verzamelen, maar in dit verband is de strategie om maximaal twee tickets per persoon beschikbaar te stellen een lastig punt, omdat er daardoor aanzienlijk minder zicht is op reis- en verblijfgedrag van supporters. Aan dit onderwerp zal in de derde audit nog aandacht worden besteed. Spreiding van supporters over het hele land zal in ieder geval echt noodzakelijk zijn om iedereen adequaat te kunnen huisvesten.
De staatssecretaris legde er de nadruk op dat het Nederlandse zorgsysteem erop gericht is de basiszorg voor iedereen afdoende te regelen en langs andere lijnen de zorg te kunnen leveren die in uitzonderlijke situaties nodig is. Verder gaf zij aan dat er behalve met Roemenië met alle deelnemende landen verdragen op het terrein van de sociale zekerheid en de gezondheidszorg bestaan, zodat de verzekeringsaspecten en de financiering van de zorg voor de buitenlanders die tijdens het EK in Nederland verblijven, helder geregeld zijn. Het gaat dus hetzelfde als bij normaal toeristisch verkeer. Roemenen die naar Nederland willen komen, zijn visumplichtig; er is met de Belgen afgesproken dat er bij een visumaanvraag getoetst zal worden of bezoekers uit dit land voldoende verzekerd zijn.
Verder wees de staatssecretaris er nog op dat de speelsteden al ervaring hebben met internationale voetbalwedstrijden, ook met risicowedstrijden. De situatie is dus ook voor de zorg niet nieuw en zij ging er zonder meer van uit dat de hulpverleners met hun professionele instelling adequaat zullen reageren op eventualiteiten.
Ten slotte sprak de staatssecretaris in aanvulling op de opmerking van de minister over de belastingkwestie voor de vrijwilligers de verwachting uit dat een en ander soepel geregeld zal worden, ook al omdat er geen sprake is van een echte arbeidsverhouding.
De heer Middel (PvdA) zei dat hij na aanvankelijke scepsis en een kritische opstelling van zijn fractie de conclusie kon trekken dat de regering de voorbereiding van het EK goed op orde heeft. Hij wilde nog weten of de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kader van zijn coördinerende taak nog iets extra's zal doen voor de niet-speelsteden. En ten slotte vroeg hij of ook de rechtsbescherming goed geregeld is, vooral in verband met de verschillende talen van de supporters.
De heer Rijpstra (VVD) legde er nog de nadruk op dat de afronding van de voorbereiding van het EK vooral in het teken zou moeten staan van de begeleiding van de supporters. Hij had er vertrouwen in dat de organisatie nu bijna rond is en hij was het ermee eens dat risico's nooit helemaal uitgesloten kunnen worden. Ten slotte drong hij er nog op aan dat de regering steeds met één mond spreekt.
De heer Atsma (CDA) stelde dat zijn fractie het organiseren van het EK steeds als een fantastische kans voor Nederland heeft beschouwd om zich op tal van manieren te profileren, maar dat zij nooit de ogen heeft gesloten voor de bijbehorende risico's die het imago van Nederland weer afbreuk zouden kunnen doen. Daarom wilde het CDA bij het nemen van maatregelen ook wat verder gaan dan de regering. De heer Atsma maakte zich nog steeds zorgen over de uniformiteit van het beleid en ten slotte vroeg hij de regering nog kort in te gaan op de veiligheid en de begeleiding van de teams tijdens hun verblijf.
Mevrouw Ravestein (D66) was blij met de toezeggingen inzake de belastingkwestie van de vrijwilligers en zij vroeg nog om een reactie op haar vragen over de Amstel Cup.
Mevrouw Hermann (GroenLinks) was er nog niet van overtuigd dat de normale zorgvoorzieningen tijdens het EK voldoende zullen zijn. Kunnen de normale zorg voor de bezoekers van het EK en de Euro 2000-zorg als punten van aandacht betrokken worden bij de laatste quick-scan door de commissie-Alders? Zij was het ermee eens dat de hulpdiensten bij calamiteiten zoals onlangs in Enschede voortreffelijk werk leveren, maar zij wees erop dat het gewone werk dan wel even terzijde geschoven wordt. Zij vroeg de toezegging dat de zorg in verband met het EK niet ten koste zal gaan van de reguliere zorg voor de Nederlandse bevolking.
Mevrouw Kant (SP) vroeg zich af hoe bij de evaluatie nagegaan zou kunnen worden in hoeverre hogere boetes een preventieve werking hebben gehad. Ook zij hoopte dat alles goed zal gaan, maar zij stelde dat dit dan zeker niet aan de hogere boetes te danken zou zijn.
Zij was blij met de toezegging dat de regering garant zal staan voor eventuele extra kosten in de zorg en zij was het met de staatssecretaris eens dat de zorg zijn verantwoordelijkheid heeft genomen en gewoon klaar staat voor het geval er iets misgaat, maar zij vond dat als er geen beroep op de paraatheid van deze sector behoeft te worden gedaan, de aangegeven garantie geen ongedekte cheque zou mogen zijn.
De heer Van den Berg (SGP) ging ervan uit dat de minister zich zal houden aan de toezegging van zijn voorganger dat iedereen in Nederland ook tijdens het EK kan rekenen op de normale politiebescherming. Hij noemde dit een punt van grote zorg bij de burgemeesters, de politie zelf en de bevolking.
Ten slotte ging hij ervan uit dat het uitblijven van een reactie op zijn opmerking over vuurwerk als een instemming met zijn standpunt beschouwd kan worden.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties antwoordde dat er voor alle gemeenten en regionale brandweerkorpsen een handleiding beschikbaar is gesteld. Verder zijn er zes bijeenkomsten met burgemeesters over bestuurlijke ophouding geweest en zij zullen waarschijnlijk binnenkort nog een brief ontvangen. Alle betrokkenen hebben dus voldoende gelegenheid gehad aan de voorbereidingen deel te nemen.
De minister was het met de heer Rijpstra eens dat bijdragen aan de communicatie over het EK goed op elkaar moeten worden afgestemd. Hij verwachtte verder dat de aanpak zozeer uniform zal zijn dat er op wezenlijke punten geen verschillen tussen België en Nederland en binnen Nederland tussen de speelsteden zullen zijn.
Over de veiligheid van de teams is onlangs nog uitgebreid overleg gevoerd met alle gemeenten waar teams verblijven. De burgemeesters krijgen nog een mededeling over het basispakket aan voorzieningen waarover zij kunnen beschikken en uiteraard zullen de teams ook zelf voor een aantal voorzieningen zorgen.
Bij de Amstel Cup heeft het parkeren op afstand heel goed gewerkt, net als het bejegeningsprofiel conform de plannen voor het EK. Het instellen van een perimeter heeft een positief effect gehad en hetzelfde geldt voor de verkeersregeling door middel van dynamische route-informatie.
Ten overvloede wees de minister er nog op dat er bij een eventueel gebrek aan mankracht bij de politie ook de marechaussee bijstand kan verlenen. De totale capaciteit leek hem in ieder geval voldoende.
De minister was het niet eens met de zienswijze van de heer Van den Berg op het afsteken van vuurwerk. De oorzaken van de vuurwerkramp in Enschede zullen nog worden onderzocht en de Kamer zal zeker nog intensief betrokken worden bij de maatregelen die daar eventueel uit zullen voortvloeien. Hij vond het echter bizar om te stellen dat er in Nederland geen vuurwerk meer zou mogen worden afgestoken en hij wilde beslissingen over het afsteken van vuurwerk dan ook overlaten aan degenen die eventuele festiviteiten in verband met het EK organiseren.
De heer Van den Berg (SGP) wilde de gebeurtenissen in Enschede zeker niet gebruiken als aanleiding om te pleiten voor een algemeen verbod op het afsteken van vuurwerk, het ging hem om de gevoelens die het afsteken van vuurwerk zou kunnen oproepen bij slachtoffers en nabestaanden van de ramp.
De minister hield vast aan het maken van een scherp onderscheid tussen de veiligheid van de opslag van gevaarlijke stoffen en het toestaan van het afsteken van vuurwerk. Het leek hem onjuist om vuurwerk bij feestelijkheden te relateren aan de ramp in Enschede.
Ten slotte herhaalde de minister dat er al van verschillende kanten nadrukkelijk op gewezen is dat brandweer, GGD en ziekenhuizen in de speelregio's extra kosten zullen maken. Hier is grondig naar gekeken en de conclusie was dat het verstandig zou zijn al bij voorbaat een bedrag van 4,2 mln. uit te trekken als garantie in verband met bijzondere kosten. Die zullen worden vergoed op basis van nacalculatie, waarbij het eindbedrag zowel hoger als lager kan uitvallen.
De minister van Justitie was het met de heer Middel eens dat in dit verband ook een goede rechtsbescherming noodzakelijk is. In het algemeen zal volgens de piketregeling iemand die in voorlopige hechtenis wordt genomen of in bewaring wordt gesteld, door een advocaat bezocht worden. Als het om veel personen gaat, kan er een probleem ontstaan. Er zijn dan ook afspraken gemaakt tussen de parketten in de speelsteden en de dekens van de Orde van advocaten aldaar om ervoor te zorgen dat er voldoende advocaten beschikbaar zijn. Hetzelfde geldt voor de benodigde tolken, al zal er in beide gevallen natuurlijk enige improvisatie nodig zijn als het om zeer grote aantallen gaat.
De minister handhaafde zijn standpunt dat verhoging van de boete een signaal vormt aan buitenlandse bezoekers die zich niet goed willen gedragen. Bovendien is in de praktijk gebleken dat de portemonnee voor velen een gevoelige plek vormt. De minister was het wel met mevrouw Kant eens dat het moeilijk zou zijn het effect van de maatregel te evalueren.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wilde er geen enkele onduidelijkheid over laten bestaan dat de paraatheid van de zorginstellingen voor het EK niet ten koste zal gaan van de reguliere zorg. Bij een excessief beroep op ziekenhuiscapaciteit zou wel een situatie kunnen ontstaan waarin spoedeisende behandelingen voorrang krijgen, dus enige invloed is nooit helemaal uit te sluiten, maar de professionaliteit van de hulpverleners zal in zulke situaties de handelwijze bepalen. De staatssecretaris had er alle vertrouwen in dat men daarbij correcte afwegingen zal maken.
Ten slotte gaf zij aan dat de wettelijke systematiek en de afspraken zo helder zijn dat het COT geen aanleiding heeft gezien tot het nadere onderzoek, waarom mevrouw Hermann vroeg.
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Cloe
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,
Van Heemst
De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,
Blaauw
De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Essers
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Coenen
Samenstelling: Leden: Schutte (RPF/GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van de Camp (CDA), Van den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66), Dankers (CDA), Cornielje (VVD), O. P. G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld (VVD), De Boer (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Duijkers (PvdA) en Balemans (VVD).
Plv. leden: Rouvoet (RPF/GPV), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Van Wijmen (CDA), Ravestein (D66), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Rabbae (GroenLinks), Cherribi (VVD), Gortzak (PvdA), Dittrich (D66), Wijn (CDA), Nicolaï (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA), Kuijper (PvdA), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GroenLinks ), Poppe (SP), Belinfante (PvdA) en Essers (VVD).
Samenstelling: Leden: Swildens-Rozendaal (PvdA), Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Zijlstra (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Rouvoet (RPF/GPV), Rabbae (GroenLinks), Van Oven (PvdA), Dittrich (D66), ondervoorzitter, O. P. G. Vos (VVD), Van Wijmen (CDA), De Wit (SP), Weekers (VVD), Wijn (CDA), Van der Staaij (SGP), Ross-van Dorp (CDA), Patijn (VVD), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD) en Halsema (GroenLinks).
Plv. leden: Wagenaar (PvdA), Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Van Vliet (D66), Duijkers (PvdA), Arib (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Karimi (GroenLinks), Santi (PvdA), Hoekema (D66), Van den Doel (VVD), Rietkerk (CDA), Marijnissen (SP), De Vries (VVD), Eurlings (CDA), Van Walsem (D66), Buijs (CDA), Rijpstra (VVD), Van Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks) en Kamp (VVD).
Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), voorzitter, Van den Berg (SGP), Reitsma (CDA), Biesheuvel (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Valk (PvdA), Van Gijzel (PvdA), Leers (CDA), ondervoorzitter, Feenstra (PvdA), Van Heemst (PvdA), Verbugt (VVD), Van Zuijlen (PvdA), Stellingwerf (RPF/GPV), Giskes (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), Van der Steenhoven (GroenLinks), Ravestein (D66), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Van der Knaap (CDA), Eurlings (CDA), Van Bommel (SP), Herrebrugh (PvdA) en Hindriks (PvdA).
Plv. leden: Te Veldhuis (VVD), Bakker (D66), Th. A. M. Meijer (CDA), Stroeken (CDA), Van Gent (GroenLinks), Waalkens (PvdA), Crone (PvdA), Atsma (CDA), Duivesteijn (PvdA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Voûte-Droste (VVD), Spoelman (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Augusteijn-Esser (D66), Geluk (VVD), Luchtenveld (VVD), Vendrik (GroenLinks), Van Walsem (D66), Weekers (VVD), Balemans (VVD), Buijs (CDA), Dankers (CDA), Poppe (SP), Dijksma (PvdA) en Dijsselbloem (PvdA).
Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Bijleveld-Schouten (CDA), Middel (PvdA), Rouvoet (RPF/GPV), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Lambrechts (D66), Essers (VVD), voorzitter, Dankers (CDA), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Spoelman (PvdA), Hermann (GroenLinks), Kant (SP), Gortzak (PvdA) Buijs (CDA), E. Meijer (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Arib (PvdA) en Atsma (CDA).
Plv. leden: Van 't Riet (D66), Rehwinkel (PvdA), Eurlings (CDA), Apostolou (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Van Gent (GroenLinks), Noorman-den Uyl (PvdA), Weekers (VVD), Ravestein (D66), Örgü (VVD), Van de Camp (CDA), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Smits (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Marijnissen (SP), Belinfante (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), O. P. G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi (VVD), Duijkers (PvdA) en Th. A. M. Meijer (CDA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26227-31.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.