26 224
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake geneeskundige verklaringen

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING

1. Algemeen

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State)

Het onderhavige wetsvoorstel, waarbij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij mede is betrokken, schrapt het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste voor personeel in het basisonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs.

De reden daarvoor is het standpunt van het kabinet dat het gebruik van voorspellend medisch onderzoek alleen onder strikte voorwaarden is toegestaan en dat werkgevers terughoudend gebruik dienen te maken van dergelijke aanstellingskeuringen. Inmiddels is dit in de Wet op de medische keuringen geregeld. Met het voorliggende wetsvoorstel wordt beoogd de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs hierop af te stemmen. De overige onderwijswetgeving bevat geen artikelen die vergelijkbaar zijn met de artikelen die ingevolge het voorliggende wetsvoorstel worden gewijzigd en behoeft derhalve geen afstemming.

Er is voor gekozen om het benoemingsvereiste van een geneeskundige verklaring in zijn geheel uit de betreffende onderwijswetten te schrappen. Dit bevordert de gelijkluidendheid met de overige onderwijswetten. In voorkomende bijzondere gevallen zal het mogelijk blijven dat het bevoegd gezag een aanstellingskeuring uit laat voeren, mits de voorschriften ingevolge de Wet op de medische keuringen te allen tijde worden nageleefd.

2. Financiële gevolgen

Dit wetsvoorstel heeft geen financiële gevolgen voor de Rijksbegroting.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L. M. L. H. A. Hermans

Naar boven