26 089
Vaststelling van titel 7.4 (Huur) van het Burgerlijk Wetboek

nr. 12
AMENDEMENT VAN HET LID VAN GENT

Ontvangen 22 maart 2001

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 261 wordt na lid 2, onder vernummering van lid 3 tot lid 4, een lid ingevoegd, luidende:

3. De verhuurder is gebonden aan een wijziging van de levering van zaken of diensten en het daarbij behorende gewijzigde voorschotbedrag, indien die wijziging betrekking heeft op zaken of diensten die slechts aan een aantal huurders gezamenlijk geleverd kunnen worden, en ten minste 70% van de huurders hiertoe een voorstel heeft gedaan. Zowel de verhuurder als de huurder die niet met de wijziging heeft ingestemd, kan binnen acht weken na de schriftelijke kennisgeving van de in de eerste volzin bedoelde huurders aan hem dat 70% of meer van de huurders een voorstel tot wijziging heeft gedaan, een beslissing van de rechter vorderen omtrent de redelijkheid van het voorstel.

Toelichting

Dit amendement sluit in gedachtengang aan bij amendement nr. 11; net als het geval is bij een VvE, dienen groepen huurders een voorstel tot wijziging van het servicepakket te kunnen voorleggen aan de verhuurder. Dit initiatiefrecht kan betrekking hebben op bijv. de instelling van een huismeester of het leveren van internet via de kabel.

Met name in het kader van de stimulering van woonzorgdiensten en het meer afstemmen van woning en service op de wensen en behoeften van senioren, is dit een belangrijk recht voor zittende bewoners.

Net als bij het voorgestelde initiatiefrecht voor renovatie, staat zowel voor de huurder als de verhuurder een gang naar de rechter open.

Van Gent

Naar boven