26 032
Goedkeuring van de op 16 december 1997 te Brussel tot stand gekomen Protocollen bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Hongarije, de Republiek Polen en de Tsjechische Republiek

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING1

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).

Inleiding

Op de Top van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) die op 10 en 11 januari 1994 te Brussel werd gehouden, is de mogelijkheid en wenselijkheid van uitbreiding van de NAVO met Midden- en Oost-Europese landen voor het eerst naar voren gekomen (zie kamerstukken II 1993/94, 23 400 V, nr. 52 en X, nr. 59). In september 1995 kwam vervolgens een NAVO-studie gereed naar de relevante aspecten van een mogelijke uitbreiding (zie kamerstukken II 1995/96, 24 400 V, nr. 6). Deze studie heeft in belangrijke mate als leidraad gediend bij de bondgenootschappelijke discussie over de keuze van in aanmerking komende landen en de daaropvolgende toetredingsonderhandelingen. Voorts is op basis van de studie met geïnteresseerde landen die daarom hadden verzocht, een individuele dialoog gestart over het uitbreidingsproces. Deze twaalf landen zijn Albanië, Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Tsjechië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Tijdens het debat over de uitbreiding van de NAVO op 4 maart 1997 bleek dat de Tweede Kamer in grote meerderheid voorstander was van uitbreiding van het Bondgenootschap (Handelingen II 1996/97, blz. 4184–4249). Ook in de Eerste Kamer sprak een meerderheid zich in die zin uit (Handelingen I 1996/97, blz. 862–892).

Op 8 juli 1997, op de NAVO-top in Madrid, bereikte de NAVO consensus over uitnodigingen aan Hongarije, Polen en Tsjechië tot het beginnen van toetredingsonderhandelingen. De NAVO stelde vast dat opname van deze landen de algehele politieke en strategische belangen van het Bondgenootschap zou dienen en de algehele Europese veiligheid en stabiliteit zal versterken (kamerstukken II 1996/97, 25 000 V, nr. 89; 25 243, nrs. 1, 4, 5). Aangezien de NAVO open wil blijven staan voor volgende toetredingen, is in Madrid tevens besloten dat de individuele dialogen met de overige geïnteresseerde partners voortgaan en dat het uitbreidingsproces op een volgende NAVO-Top in Washington, in de eerste helft van 1999, wederom zal worden bezien.

Onderhandelingen met Hongarije, Polen en Tsjechië

Hongarije, Polen en Tsjechië hebben tijdens de toetredingsonderhandelingen, die na de NAVO-Top in Madrid zijn gestart, aangegeven de bondgenootschappelijke verplichtingen te willen aanvaarden. Ook willen zij volledig deelnemen aan de militaire structuur, aan de planning voor collectieve verdediging en aan de conflictpreventie- en crisisbeheersingstaken van de NAVO, alsook aan de samenwerking en dialoog die de NAVO met derde landen heeft opgezet, met name in Midden- en Oost-Europa, waaronder Rusland (kamerstukken II 1996/97, 25 243, nr. 3) en Oekraine (kamerstukken II 1996/97, 25 000 V, nr. 89) en met landen in het Middellandse Zee-gebied (kamerstukken II 1996/97, 25 000 V, nr. 85). De toetredende landen ondersteunen het standpunt van de huidige leden dat de NAVO open blijft voor de opname van nieuwe leden. De onderhandelingen zijn op 16 december 1997 succesvol afgerond met de ondertekening van de onderhavige toetredingsprotocollen (kamerstukken II 1997/98, 25 600 V, nr. 49).

De NAVO streeft ernaar dat de toetredingsprotocollen van Hongarije, Polen en Tsjechië bij gelegenheid van de NAVO-Top in Washington (april 1999) in werking zullen zijn getreden en dat deze landen dan als volwaardige leden begroet kunnen worden.

Achtergrond uitbreiding

Het begin van het huidige uitbreidingsproces ligt bij de wens van democratisch gekozen regeringen in de betrokken landen om toe te treden tot de Euro-Atlantische waardengemeenschap waarvan de NAVO een belangrijk onderdeel is. Artikel 10 van het op 4 april 1949 te Washington totstandgekomen Noord-Atlantisch Verdrag (Stb. 1949, J.355; hierna te noemen het NAVO-Verdrag) biedt die mogelijkheid. Het uitbreidingsproces draagt bij aan de verhoging van stabiliteit en veiligheid in geheel Europa. Opname van nieuwe leden zal voorts de band tussen de Verenigde Staten en Europa bestendigen en nieuwe impulsen geven aan de transatlantische samenwerking.

De uitbreiding is onderdeel van de aanpassingen van de NAVO om een nieuwe, bredere veiligheidsarchitectuur in Europa mogelijk te maken. De uitbreiding is onlosmakelijk verbonden met ontwikkeling van dialoog en samenwerking met de meeste landen in Midden- en Oost-Europa, in het bijzonder met Rusland en met Oekraine. Hierdoor wordt voorkomen dat door uitbreiding van de NAVO nieuwe scheidslijnen in Europa zouden ontstaan (kamerstukken II 1996/97, 25 243, nr. 1).

Financiële consequenties van de toetreding van Hongarije, Polen en Tsjechië

De NAVO heeft becijferd dat de gemeenschappelijke kosten van uitbreiding ongeveer 1,5 miljard dollar bedragen, te spreiden over tien jaar. Het Nederlandse aandeel in deze kosten bedraagt ongeveer f 13 miljoen per jaar (kamerstukken II 1996/97, 25 000 V, nr. 85). Tijdens de toetredingsonderhandelingen is overeenstemming bereikt over de bijdragen van Hongarije, Polen en Tsjechië aan de gemeenschappelijke NAVO-budgetten (respectievelijk 0,65%, 2,48% en 0,9%). De uitgenodigde landen hebben voorts aangegeven hun defensie-uitgaven geleidelijk te verhogen om daarmee modernisering van hun strijdkrachten mogelijk te maken. Zo kunnen zij ook in de toekomst volwaardig bijdragen aan alle bondgenootschappelijke taken, waaronder conflictpreventie en crisisbeheersing.

De Protocollen

Evenals dat het geval was bij eerdere toetredingen tot de NAVO, zoals Griekenland en Turkije (Trb. 1951, 153), de Bondsrepubliek Duitsland (Trb. 1954, 177) en Spanje (Trb. 1982, 4) wordt het feit dat Hongarije, Polen en Tsjechië zullen worden uitgenodigd toe te treden, neergelegd in Protocollen bij het NAVO-Verdrag. Na ondertekening door partijen volgt goedkeuring van de Protocollen conform de geldende nationale wetgeving van de onderscheiden lidstaten. Alle 16 lidstaten dienen de Protocollen te aanvaarden, willen deze in werking treden. Na inwerkingtreding van de Protocollen richt vervolgens de Secretaris-Generaal van de NAVO namens alle lidstaten een uitnodiging aan de respectieve regeringen. Hongarije, Polen en Tsjechië, aldus uitgenodigd, kunnen partij worden bij het NAVO-Verdrag door het neerleggen van hun aktes van toetreding bij de regering van de Verenigde Staten, de depositaris van het NAVO-Verdrag.

Koninkrijkspositie

De Protocollen zullen, evenals het NAVO-Verdrag, alleen voor Nederland gelden.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. van Mierlo

De Minister van Defensie,

J. J. C. Voorhoeve


XNoot
1

De tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State is ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven