25 999
CAO zorgsector

nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rijswijk, 16 april 1998

Conform mijn toezegging aan u informeer ik u hierbij over de resultaten van het overleg over de ova.

Ik kan u – tot mijn genoegen – melden dat wij in staat zijn gebleken het overleg met de NZf op een constructieve wijze af te ronden.

Het kabinet heeft inmiddels een bod gedaan aan de werkgeversorganisaties in het VWS-veld. Met inachtneming van de wenselijk geachte versluiering wil ik u hierbij op hoofdlijnen informeren over het bod dat door het kabinet aan de VWS-werkgevers is gedaan.

De NZf heeft aangegeven dit bod aan hun leden voor te leggen. Het bestuurlijk overleg met de andere werkgeversorganisaties is nog gaande. In het bod wordt uitgegaan van een tweejarige ova. Door deze tweejarige ova nu af te spreken worden werkgevers in staat gesteld om in het CAO-overleg te komen tot een meerjarige afspraak. Gelet op de recent afgesloten CAO's achten werkgevers een dergelijke langere looptijd van de CAO nodig om tot marktconforme afspraken met werknemers te komen.

In deze meerjarige afspraak is ten aanzien van de productiviteitsontwikkeling afgesproken dat deze in 1999 geen component is in de opbouw van de ova. Daarnaast heeft het kabinet voor 1999 extra middelen ter beschikking gesteld ter vermindering van de werkdruk (ter grootte van 0,3% van de loonsom).

Naast het bod voor de ova heeft het kabinet tevens besloten de sector gericht te faciliteren door extra middelen ter beschikking te stellen voor maatregelen om de scholingsmogelijkheden binnen instellingen te verbeteren (ter grootte van 0,2% van de loonsom).

Er is overeenstemming tussen kabinet en werkgevers over de noodzaak om tot een aanpak van de te verwachten arbeidsmarktknelpunten te komen door middel van benutting en intensivering van de activiteiten van arbeidsvoorziening ten behoeve van de VWS-sectoren en door middel van fiscale maatregelen. Deze aanpak zal de komende weken nader worden geconcretiseerd.

Tenslotte heeft het kabinet, in reactie op de door werkgevers hierover aangegeven zorgen, opgemerkt dat met het nieuwe kabinet later dit jaar nader zal worden gesproken over de werkdruk en de invulling van de maatregelen op het terrein van scholing en arbeidsmarkt.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Naar boven