25 968
Nigeria

nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 31 maart 1998

Onder verwijzing naar de brief van de griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken d.d. 11 maart jl. (zie bijlage) kan ik, mede namens mijn ambtgenoot voor Ontwikkelingssamenwerking het volgende mededelen over de actuele situatie in Nigeria.

Algemeen

De situatie in Nigeria blijft uitermate verontrustend: het land dreigt door falend economisch en sociaal beleid verder af te glijden en is bovendien geconfronteerd met afnemende staatsinkomsten als gevolg van de ontwikkeling van de olieprijzen.

Wat de toestand op het gebied van de mensenrechten aangaat moet worden geconstateerd dat sprake is van een toenemend aantal politieke gevangenen, van intimidatie van de pers, alsmede van gewelddadig optreden tegen politieke activisten.

Er moet rekening mee worden gehouden dat het tegenwoordige militaire bewind, onder leiding van generaal Abacha, zal worden bestendigd indien betrokkene, naar wordt verwacht, zich kandidaat zal stellen voor de voor 1 augustus a.s. voorziene presidentsverkiezingen en zou worden geïnstalleerd als Staatshoofd.

Eind december 1997 is in Abuja een aantal personen gearresteerd. Onder hen bevindt zich de militaire «nummer twee», Generaal Diya, behorend tot de Yoruba's, de grootste etnische groep in Nigeria. Naar verluidt zou betrokkene zich tegen de kandidaatstelling van generaal Abacha hebben verzet en hebben aangedrongen op een burgerkandidaat. Volgens de officiële beschuldiging zou het evenwel gaan om een poging tot het plegen van een staatsgreep. Inmiddels heeft het Abacha-bewind, dat evenals vorige regeringen hoofdzakelijk bestaat uit vertegenwoordigers van etnische groepen uit het Noorden van het land, aangekondigd dat het onderzoek is afgerond. De militairen worden berecht door een militair tribunaal.

Democratiseringsproces/transitieprogramma In oktober 1995 kondigde generaal Abacha een transitieprogramma aan. Hij beloofde uiterlijk 1 oktober 1998 de macht te zullen overdragen aan civiele autoriteiten. Gedurende de overgangsperiode van drie jaar zou een proces van democratisering worden ingezet en zou respect voor mensenrechten en de «rule of law» hersteld worden. Ook zullen in 1998 parlements- en presidentsverkiezingen worden gehouden.

Het aangekondigde transitieprogramma vindt, zij het met enige vertraging, voortgang. Algemeen punt van kritiek blijft het weinig democratisch gehalte van het programma, dat niet is getoetst aan enige vorm van (burger-)inspraak.

Als eerste stap zijn, na verscheidene malen te zijn uitgesteld, op 15 maart 1997 lokale verkiezingen gehouden. Aangezien alleen vijf door de overheid goedgekeurde partijen die loyaal zijn tegenover de regering, aan de verkiezingen mochten deelnemen, riep de oppositie – overigens zonder succes – op tot een boycot.

De opkomst bij de verkiezingen op 6 december 1997 voor de staatsassemblees was slechts gering: de kiezers waren onbekend met de taken van de op te richten assemblees en met de toegestane vijf politieke partijen.

Parlementsverkiezingen zijn voorzien op 25 april a.s. en presidentsverkiezingen op 1 augustus a.s.

Mensenrechten

Het beleid wordt in grote lijnen gekenmerkt door gewelddadig en/of intimiderend optreden tegen politieke opponenten en mensenrechtenactivisten, beknotting van vrije meningsuiting en van de pers, afhankelijkheid van de rechtbanken en machtsmisbruik door politie en militairen tegenover de Nigeriaanse burger. Daarnaast wordt het dagelijks leven vooral beïnvloed door corruptie op grote schaal en criminaliteit waartegen onvoldoende krachtig wordt opgetreden, onder meer als gevolg van het ontbreken van het nodige toezicht op overheidsinstanties als politie, militairen en de rechterlijke macht.

De schattingen van het aantal politieke gevangenen lopen uiteen van circa 100 tot 300.

Onder de prominente gevangenen bevindt zich M. Abiola, winnaar van de presidentsverkiezingen van 12 juni 1993, die na te hebben verklaard dat hij op grond van de verkiezingsuitslag van juni 1993 de wettige President van Nigeria was, in 1994 werd gearresteerd.

Een viertal journalisten werd in 1995 door een Militaire rechtbank veroordeeld tot gevangenisstraffen van 15 jaar. Verscheidene journalisten worden zonder enige vorm van proces gevangen gehouden. Advocaten die hier tegen optreden, krijgen veelal te maken met actieve tegenwerking van de autoriteiten.

Het repressieve karakter van het huidige bewind kwam in het bijzonder tot uitdrukking in de executie op 10 november 1995 van Ken Saro-Wiwa, voorman van de «Movement for the Survival of the Ogoni People» (MOSOP) en acht andere MOSOP-leden, na een kort en internationaal ernstig bekritiseerd proces.

Tegen een anti-Abacha-demonstratie op 3 maart jl. te Lagos werd door de politie opgetreden.

Op 17 november 1997 heeft generaal Abacha toegezegd dat een aantal politieke gevangenen amnestie zou worden verleend, doch tot op heden heeft hij deze belofte niet gestand gedaan.

Nigeria heeft tot dusverre geweigerd de Speciale VN-Rapporteur voor Nigeria, aangesteld op grond van een resolutie die in april 1997 werd aangenomen tijdens de 53ste zitting van de VN-Mensenrechtencommissie, toe te laten.

Voorts kan worden verwacht dat de ILO, die in verband met twee gevangen vakbondsleiders een missie had willen zenden, doch daartoe van de Nigeriaanse autoriteiten geen toestemming verkreeg, een klacht tegen Nigeria zal indienen onder de procedure voorzien in artikel 26, de ernstigste vorm van sancties waarover de ILO beschikt.

Ook de Paus heeft tijdens zijn recente bezoek aan Nigeria de mensenrechten aan de orde gesteld.

EU-Nigeria

De van 4 december 1995 daterende «Position commune» van de Europese Unie met betrekking tot Nigeria is laatstelijk op 28 november 1997 verlengd tot 1 november 1998. Bij die gelegenheid heeft de Algemene Raad tevens besloten dat de lidstaten van de Unie alleen in speciale gevallen visa zullen verlenen aan Nigeriaanse onderdanen, wanneer deze deelnemen aan een internationale conferentie op hun grondgebied. Met name geldt zulks voor vergaderingen in het kader van de vierde Lomé-overeenkomst, ondertekend op 15 december 1989.

Voorts kunnen lidstaten op grond van dwingende internationale verplichtingen die reeds werden aangegaan vóór aanvaarding van de «Position commune», eventueel afwijken van genoemde visarestricties.

Geheel in overeenstemming met de gemeenschappelijke gedragslijn van de EU stelt de Nederlandse Regering zich op het standpunt dat voortdurend druk dient te worden uitgeoefend op het Nigeriaanse bewind, teneinde te bewerkstelligen dat de politieke en burgerrechten mede in het licht van het in 1995 aangekondigde transitieprogramma zullen worden gerespecteerd.

Dit transitieprogramma dient te worden beoordeeld aan de hand van een viertal criteria:

– vrijlating van politieke gevangenen, onder wie de in 1993 tot President gekozen Abiola;

– vrijheid van meningsuiting en het recht op (politieke) partijvorming;

– totstandkoming en publikatie van een (concept) grondwet;

– respect voor de «rule of law», onafhankelijkheid van de rechtelijke macht en het stopzetten van het uitvaardigen van decreten.

Ingeval generaal Abacha mocht worden gekozen tot President, zal de EU afhankelijk van de mate waaraan zal zijn voldaan aan genoemde criteria, haar positie nader bepalen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. van Mierlo

BIJLAGE

's-Gravenhage, 11 maart 1998

Aan:

– de Minister van Buitenlandse Zaken

– de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Namens de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken verzoek ik u om een brief over de actuele situatie in Nigeria. De regering van dat land heeft beloofd om in oktober van dit jaar het democratische bestuur te herstellen. Om te beoordelen of dat echt gebeurt moeten er vóór de verkiezingen duidelijke maatstaven worden aangelegd ten aanzien van de organisatie van die verkiezingen en moet de vrijlating worden gerealiseerd van politieke gevangenen, zoals Abiola, moet er een einde worden gemaakt aan arrestaties zonder vorm van proces en moeten de vrijheid van meningsuiting en pers worden gegarandeerd. Voorts zal de EU in mei van dit jaar een besluit nemen over de verlenging van de sancties tegen Nigeria. Ik verzoek u om in de brief aan bovengenoemde punten aandacht te schenken.

De griffier van de commissie,

Hommes

Naar boven