25 922 (R 1613)
Goedkeuring van het op 2 oktober 1997 te Amsterdam tot stand gekomen Verdrag van Amsterdam houdende wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en sommige bijbehorende akten, met Protocollen

nr. 151
MOTIE VAN HET LID HESSING C.S.

Voorgesteld in het wetgevingsoverleg van 29 oktober 1998

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat art. 113 EG Verdrag in het verleden van grote betekenis is geweest voor de integratie van de handelspolitiek;

constaterende, dat de besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid ex art. 113 lid 4 hierbij een essentiële functie heeft vervuld;

constaterende, dat internationaal handelspolitiek overleg zich steeds minder beperkt tot goederenhandel maar evenzeer gaat over diensten en investeringen; dat voor deze onderwerpen lidstaten aanzienlijk nationale bevoegdheden hebben behouden; dat als gevolg daarvan mandaten voor onderhandelingen steeds vaker slechts met unanimiteit tot stand kunnen worden gebracht;

constaterende, dat de slagvaardigheid van de Unie in internationaal handelspolitiek overleg als gevolg hiervan te wensen over laat;

constaterende, dat het in het kader van de IGC 1996/1997 niet mogelijk is gebleken art. 113 aan te passen aan de eisen van de tijd;

verzoekt de Regering zich actief in te zetten voor een toekomstige herziening van art. 113, waarbij de rol van de Commissie in handelspolitiek overleg wordt versterkt en de besluitvorming door de Raad met gekwalificeerde meerderheid wordt uitgebreid,

en gaat over tot de orde van de dag.

Hessing

Timmermans

Van den Akker

Scheltema-de Nie


XNoot
1

Eerder abusievelijk rondgedeeld onder 26 200 XI, nr. 18.

Naar boven