25 900
Wijziging van de Algemene nabestaandenwet in verband met gebleken onbillijkheden

nr. 17
MOTIE VAN HET LID BAKKER C.S.

Voorgesteld 15 april 1998

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat het recht op aanvullende studiefinanciering, conform de Wet op de Studiefinanciering, wordt bepaald op grond van het belastbaar inkomen in het jaar t-3;

van oordeel, dat het in situaties waarin het inkomen sterk daalt, en zeker indien dit het gevolg is van wetswijziging, onbillijk is dat niet gelijktijdig een aanvullend beroep kan worden gedaan op de Wet op de Studiefinanciering en dat de bestaande regeling voor peiljaarverlegging te rigide is;

verzoekt de regering de wens om de studiefinanciering sneller toegankelijk te maken indien het inkomen fors daalt te betrekken bij de nadere afwegingen over de toekomst van de studiefinanciering, die in het kader van de begrotingsvoorbereiding 1999 zal plaatsvinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Bakker

Kalsbeek-Jasperse

Van der Stoel

Naar boven