25 887
Derde Nationaal Milieubeleidsplan

nr. 15
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 28 mei 1998

Op 6 april 1998 heeft de vaste kamercommissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer met het kabinet overleg gevoerd over het derde Nationaal Milieubeleidsplan. Mede namens mijn collega's van Economische Zaken, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Verkeer en Waterstaat en voor Ontwikkelingssamenwerking, alsmede de Staatssecretaris van Financiën informeer ik u hierbij over de gevolgen die het kabinet verbindt aan de uitkomsten van de beraadslagingen. Hiermee geef ik tevens uitvoering aan artikel 4.6, eerste lid, van de Wet milieubeheer.

Gevolgtrekkingen uit de discussie

Gelet op de discussie concludeert het kabinet dat de Kamer instemt met het voorgelegde NMP3-beleid inclusief de inzet van de bijbehorende instrumentele en financiële middelen zoals beschreven in het NMP3.

Ten aanzien van de moties die bij de stemming op 16 april jl. zijn aangenomen, merkt het kabinet nog het volgende op.

Het kabinet zal de Kamer een notitie over externe integratie toezenden, waarin het o.a. ingaat op de mogelijkheden en wenselijkheid om de milieudoelstellingen en de verantwoordelijkheden voor het realiseren daarvan toe te delen aan de verschillende ministeries.

De zes light-railprojecten genoemd in de nota «Light rail op een rij» worden de komende jaren uitgewerkt. Het kabinet zal er daarbij voor zorgdragen dat per project een optimalisatie van de light-rail-investeringen plaatsvindt.

Het kabinet neemt de uitwerking van een plan voor de stimulering van de inzet van zonne-PV op daken ter hand en zal daarbij tevens bezien of de introductie van zonne-PV kan aansluiten bij Duurzaam Bouwen, bijvoorbeeld door opname als vrijwillige maatregel in het DuBo-pakket.

Het dreigend financieel tekort voor de realisering van de Ecologische Hoofdstructuur en het Structuurschema Groene Ruimte heeft het kabinet reeds aangekaart in de brief over de Impuls voor de ruimtelijk-economische structuur (ICES). Over het ICES-pakket vindt in de kabinetsformatie besluitvorming plaats. Het kabinet zal in overleg met provinciale en lokale overheden nader bezien welke maatregelen mogelijk zijn om verdere grondprijsstijgingen te voorkomen.

Het kabinet wijst er nogmaals op dat een discussie over de in het NMP3 beschreven opties, waarmee de doelen voor klimaatverandering (broeikasgassen), NOx en ernstige geluidhinder (verkeer) en mest en ammoniak (landbouw) nog wat verder naderbij gebracht kunnen worden, zal moeten plaatsvinden bij de komende kabinetsformatie.

Inwerkingtreding van het NMP3

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.6, eerste lid, van de Wet milieubeheer zal ik het tijdstip van inwerkingtreding van het NMP3 publiceren in de Staatscourant. Deze zal op 1 juni 1998 zijn. Met de inwerkingtreding van het NMP3 worden het NMP1 en NMP2 vervangen.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

M. de Boer

Naar boven