25 878
Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met vervanging van de tijdelijke regeling van de vergoeding voor de exploitatiekosten door een in die wet zelf neergelegde regeling (regeling nieuw bekostigingsstelsel exploitatiekosten voortgezet onderwijs)

nr. 12
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 8 juni 1999

Zoals toegezegd in het overleg met de Kamer over het wetsvoorstel voor het vernieuwde bekostigingssysteem materieel (BSM) begin februari 1999, geef ik u hierbij nadere informatie over verzoeken om toepassing van artikel 89, tweede lid, WVO van individuele scholen in de zes jaar na invoering BSM (1 januari 1993).

Met name het in de historie zoeken naar verzoeken die uiteindelijk niet hebben geleid tot een aanpassing in de bekostiging, heeft meer tijd gekost dan gedacht. Excuses daarvoor.

1. Aantal gehonoreerde verzoeken

Er zijn 9 verzoeken gehonoreerd (en die hebben tevens geleid tot een semi-structurele aanvullende bekostiging).

In de eerste plaats is er het verzoek van een vijftal scholen, die leerlingen van internaten opvangen, om extra bekostiging voor deze leerlingen. Dit verzoek is gehonoreerd vanaf 1 januari 1993; internaatsleerlingen ontvangen een extra bedrag per leerling en een hoger aantal normatieve m2 per leerling.

Met ingang van 1 januari 1997 is daarnaast nog een aantal verzoeken ontvangen om van het normatieve aantal m2 af te wijken: een school met veel langdurig zieken, een school met gehandicapten, een school voor doven en een joodse school.

Voor al deze scholen wordt – gelet op hun sterk afwijkende omstandigheden – een extra aantal m2 voor de bekostiging in aanmerking genomen. De verzoeken van de scholen zijn daarmee deels gehonoreerd.

2. Aantal beroepszaken

Het aantal beroepszaken dat tot een uitspraak heeft geleid in de periode van 1 januari 1993 (invoering BSM) tot en met 1998 is 19. Daarvan hebben 11 beroepen ook daadwerkelijk een relatie met BSM; de rest heeft in hoofdzaak betrekking op de wettelijke regeling, die gold voor 1 januari 1993. De volgende onderwerpen betreffen beroepen die een relatie met BSM hebben:

– overgangsrecht BSM/toevoegen schoonmaak aan BSM (2x);

– extra uitgaven ter zake van telefooncentrale, verhuiskosten, fusie/notaris e.d. voorheen apart te declareren, nu in lump sum (4x);

– extra uitgaven onderhoud (5x).

Eén beroep is na heroverweging afgedaan. Dit betekent dat achteraf de bekostiging is aangepast conform het verzoek van de school. Van de resterende 18 beroepen zijn de uitspraken in het voordeel van OCenW gedaan en is de bekostiging voor die scholen dus niet aangepast.

3. Aantal afgewezen verzoeken

Het totaal aantal binnengekomen en afgewezen verzoeken is ongeveer 140. Het is overigens niet ongebruikelijk dat in verband met dezelfde zaak meer dan één brief binnenkomt. Dit vloeit ook voort uit de gebruikelijke behandelingsprocedure. Vaak bleek dat het oorspronkelijke verzoek om extra bekostiging te weinig gegevens bevatte en dat de school dus nog één of meer brieven verstuurde ter onderbouwing van het verzoek.

Procedure

Vooral kort na de invoering van BSM (1 januari 1993) kwamen er nog veel verzoeken binnen die eigenlijk nog op de wet van voor 1 januari 1993 waren gebaseerd. In het antwoord van OCenW werd er dan op gewezen wat de werking van de nieuwe regeling was en welke gegevens de school moest verschaffen (totale inkomsten/uitgaven eventueel gegevens over reserves) alvorens het verzoek in behandeling kon worden genomen.

Een vervolgverzoek, dat betrekking had op BSM werd (tot 1 augustus 1996) voor advies doorgestuurd naar de Onderwijsraad en pas daarna werd de definitieve reactie van OCenW aan de school toegestuurd.

Verzoeken

Uit de ca. 140 ontvangen verzoeken (incl. beroepszaken) die hebben geleid tot afwijzing is een steekproef van 41 verzoeken nader geanalyseerd. Er is gekozen voor een steekproef aangezien er geen specifieke registratie is bijgehouden van alle brieven waarbij scholen een beroep hebben gedaan op artikel 89 van de WVO.

Daarbij bleek dat 7 verzoeken geen vervolg hebben gekregen na een antwoordbrief waarin om nadere onderbouwing wordt verzocht. De overige 34 verzoeken zijn in te delen naar de volgende categorieën:

a. hoge huurlasten gebouwen/terreinen 12

b. hoge exploitatiekosten gymlessen/gymlokalen 6

c. hoge onroerend zaak belasting 4

d. overgangsregelingen die verband houden met BSM 4

e. onderhoudskosten/nog uit te voeren onderhoud 3

f. renovatiekosten, dakbedekking, verwarming 3

g. verhuiskosten 2

Totaal 34

Van het bovenstaande totaal van 34, hebben 15 verzoeken (categorie a en f) met huisvesting te maken en niet met de materiële exploitatie (BSM) en vier verzoeken (categorie d.) hebben te maken met bezwaar tegen overgangsregelingen. Er resteren dus 15 verzoeken minder dan de helft die echt samenhangen met de structurele materiële vergoeding en niet met overgangs- of invoeringsproblemen. Die 15 verzoeken doen meestal een beroep op artikel 89 WVO omdat op één onderdeel van BSM de inkomsten t.o.v. de uitgaven tekortschieten.

Tot 1 januari 1993 bestond de mogelijkheid tot extra bekostiging van onderhoudsuitgaven, van kosten voor gymlessen of voor een verhuizing, zonder dat gekeken werd naar de totale vergoeding in relatie tot de totale uitgaven.

Onder de BSM-regeling na 1 januari 1993 wordt echter niet meer gekeken naar de afzonderlijke kostencategorieën maar uitsluitend of de totale vergoeding redelijkerwijs kostendekkend is voor een in normale omstandigheden verkerende school.

4. Tenslotte

Bovenstaand is een compleet beeld geschetst van de toegekende uitzonderingen op de reguliere materiële bekostiging en de beroepen waarover een uitspraak is gedaan. Het aantal verzoeken is, zoals al eerder aangegeven, meer indicatief.

Tenslotte wil ik wijzen op de extra bekostiging opgenomen in de reguliere materiële bekostiging, die een school onder de opheffingnorm ontvangt als deze school ontheffing heeft verkregen en die een school voor een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak ontvangt.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

K. Y. I. J. Adelmund

Naar boven