25 874
Ongeval Transavia-toestel

nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 15 januari 1999

Op 27 januari staat een overleg gepland betreffende het Transavia-ongeval dat plaatsvond op 24 december 1997. Bij een eerdere gelegenheid heeft u besloten om het overleg niet te doen plaatsvinden aangezien het rapport van de Raad voor de Luchtvaart nog niet beschikbaar was. Ik heb u dit toen medegedeeld per brief van 29 september 1998. Op indicatie van de Raad voor de Luchtvaart heb ik toen aangegeven dat het onderzoeksrapport naar alle waarschijnlijkheid december 1998 beschikbaar zou zijn.

Inmiddels heb ik van de Raad vernomen dat hij niet in staat is gebleken om op voornoemde datum de publikatie van het onderzoeksrapport te realiseren. De voorzitter van de Raad, de heer R. Muller, is recentelijk benaderd over de redenen die hebben geleid tot deze vertraging. Volgens hem is de belangrijkste oorzaak:

het nog niet gereed zijn van een aantal technische onderzoeken die door derden worden uitgevoerd ten aanzien van het gedrag van de automatische stuurinrichting, de aan het neuswiel gerelateerde systemen en het windgedrag tijdens het ongeval.

De verwachting is dat het nog enige maanden zal kunnen duren voordat het onderzoek is afgerond. Onzekere factor voor wat betreft het tijdstip van de eindrapportage is met name de informatie van Boeing.

Zodra ik het rapport van de Raad voor de Luchtvaart betreffende het ongeval heb ontvangen zal ik u dit mededelen.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos

Naar boven