Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 25816 nr. 8 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 25816 nr. 8 |
Ontvangen 18 juni 1999
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A. Artikel 1 komt als volgt te luiden:
Onder de naam «rekeningrijden» wordt een belasting geheven ter zake van het tijdens spitsuren met een motorrijtuig rijden op een weg in beheer bij het Rijk door een betaalpoort in de Randstad.
B. Artikel 2 komt als volgt te luiden:
1. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen: de plaatsen van de betaalpoorten, bedoeld in artikel 1 en de rijrichtingen waarvoor de belasting wordt geheven.
2. De in artikel 1 bedoelde betaalpoorten kunnen zijn gelegen op of aan wegen alsmede op of aan toeritten naar en afritten van deze wegen, die blijkens een plan als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, verbindingen van nationaal belang vormen.
C. In artikel 7 vervalt de aanduiding van het enige lid.
D. In artikel 9, tweede lid, wordt «drie maanden» vervangen door: vier maanden.
E. Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 66b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 10 vermelde bedragen.
F. In artikel 11, eerste lid, wordt na «artikel 8» een komma ingevoegd.
G. Artikel 12, alsmede het daarbij behorende opschrift, vervalt.
H. Na artikel 12 worden een opschrift en drie artikelen ingevoegd, luidende:
1. Vrijstelling van belasting wordt op verzoek verleend voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van zieken en gewonden en die als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot hetgeen wordt verstaan onder de inrichting en de uiterlijke herkenbaarheid van de motorrijtuigen, bedoeld in het eerste lid.
3. De inspecteur beslist op een verzoek om vrijstelling van belasting bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Vrijstelling van belasting wordt, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, verleend voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt door politie en brandweer en als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn.
Vrijstelling van belasting wordt, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, verleend voor motorrijtuigen die zijn bestemd om daarmee openbaar vervoer te verrichten en daarvoor geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt.
I. Na artikel 14 wordt een artikel 14a toegevoegd luidende:
1. In afwijking van artikel 80 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 kan een provincie, een waterschap, onderscheidenlijk een gemeente, een belasting instellen ter zake van het tijdens spitsuren met een motor- rijtuig door een betaalpoort in de Randstad rijden op een weg, die in beheer is bij die provincie, dat waterschap onderscheidenlijk bij die gemeente.
2. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en met de betrokken provincie, het betrokken waterschap of met de betrokken gemeente de betaalpoorten bedoeld in het eerste lid en de rijrichtingen waarvoor de in het eerste lid bedoelde belasting worden geheven, aangewezen.
3. De artikelen 3 tot en met 7, 10 tot en met 15 zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde belasting is de rijksbelastingdienst belast met de heffing en invordering.
5. De in het eerste lid bedoelde belasting wordt als «rekeningrijden» geheven en ingevorderd.
6. De aan het plaatsen van de in het eerste lid bedoelde betaalpoorten en aan de heffing en invordering van het in het eerste lid bedoelde belasting verbonden kosten komen voor rekening van het rijk.
J. Er wordt een artikel 14b ingevoegd luidende:
1. Ten aanzien van elke stadsagglomeratie is het aantal betaalpoorten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en artikel 14a, eerste lid, dat in de rijrichting over de kortste weg naar de stadsagglomeratie is gelegen tussen elke plaats buiten de stadsagglomeratie en elke plaats binnen de stadsagglomeratie, ten hoogste één.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter omschrijving van de stadsagglomeraties, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden nadere regels gesteld die ertoe strekken dat een betaalpoort voor de weggebruiker duidelijk kenbaar is.
K. Na artikel 15 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Financiën zenden binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Bij algemene maatregel van bestuur zullen de criteria en parameters voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld.
In artikel 42, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 wordt na «Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen» een komma ingevoegd, gevolgd door de tekst: de Wet op het rekeningrijden.
L. Artikel 16 komt te luiden:
1. Deze wet treedt in werking op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip, dat per stadsagglomeratie verschillend kan zijn.
2. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en aan de kamers de gelegenheid is geboden om binnen acht weken na de dag waarop het ontwerp is overgelegd, hun oordeel aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kenbaar te maken.
De wijzigingen in de onderdelen A en B vloeien voort uit het voorstel regionale wegbeheerders eveneens de bevoegdheid tot belastingheffing toe te kennen. De belasting van rijkswege wordt op basis van het thans voorgestelde artikel 1 beperkt tot de wegen die bij het Rijk in beheer zijn.
De wijziging in onderdeel C heeft geen materiële betekenis.
Onderdeel D heeft betrekking op de betalingstermijn. Teneinde in de uitvoeringssfeer vanuit een oogpunt van klantvriendelijkheid de mogelijkheid te scheppen dat in meer gevallen dan nu is voorzien, de betalingen door belastingplichtigen voor rekeningrijden die worden gedaan naar aanleiding van een rekening van de belastingdienst, worden gecombineerd met betalingen van motorrijtuigenbelasting, zijn wij nader voornemens de duur van het tijdvak te stellen op drie maanden, en wordt de in artikel 9, tweede lid, opgenomen betalingstermijn met een maand verlengd tot vier maanden. In datzelfde verband achten wij het wenselijk de mogelijkheid te openen dat, evenals dat sinds 1 januari 1998 voor de motorrijtuigenbelasting mogelijk is, belastingplichtigen de op rekening voor rekeningrijden verschuldigde bedragen voldoen op basis van een door hen aan de belastingdienst verleende machtiging tot automatische maandelijkse incasso. Wij zijn voornemens de daartoe nodige bepalingen bij een afzonderlijke nota van wijziging in het wetsvoorstel op te nemen.
Onderdeel E strekt ertoe de in artikel 10 opgenomen tarieven voor rekeningrijden jaarlijks per 1 januari aan te passen aan de inflatie. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het indexatiemechanisme dat wordt toegepast voor de tarieven van een aantal belastingen, waaronder de loon- en inkomstenbelasting, zoals dat automatisme is voorgeschreven in artikel 66b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Onderdeel F is van redactionele aard.
De wijziging in onderdeel G heeft betrekking op de naheffingsbepaling in artikel 12 van het wetsvoorstel. Dat artikel verwijst naar artikel 21 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Dat laatste artikel is komen te vervallen (bij wetten van 18 december 1997, Stb. 737 en 738). Onderdeel G strekt ertoe artikel 12 van het wetsvoorstel in dat verband te laten vervallen. In gevallen waarin de belastingplichtige de belasting niet tijdig betaalt, is artikel 67c van de Awr van toepassing. Ingevolge die bepaling kan in die gevallen de inspecteur een verzuimboete opleggen. De hoogte daarvan zal worden bepaald bij het besluit bestuurlijke boeten.
De wijziging in onderdeel H brengt mee dat bepalingen in het wetsvoorstel worden opgenomen waarbij vrijstellingen worden verleend voor, kortweg, politie- en brandweerauto's en ambulance-auto's. Deze bepalingen stemmen overeen met de desbetreffende vrijstellingen van de motorrijtuigenbelasting.
Openbaar vervoer dat ter uitvoering van de dienstregeling gebruik maakt van de weg ter hoogte van een betaalpoort, dient met het oog op de met de uitvoering van de dienstregeling te dienen belangen enerzijds en het doel van rekeningrijden anderzijds eveneens van deze belasting te worden vrijgesteld.
Bij onderdeel I wordt regionale wegbeheerders de bevoegdheid toegekend om in samenhang met rekeningrijden op het hoofdwegennet een belasting in te stellen op het gebruik van het onderliggend wegennet. Rekeningrijden is in eerste instantie bedoeld voor regulering van het verkeer op het hoofdwegennet. De regionale overheid zou van deze mogelijkheid gebruik kunnen maken om sluipverkeer te voorkomen. Een regionale overheid is bevoegd om een belasting in te stellen voor die wegen in de Randstad die bij haar in beheer zijn. De belasting moet ingevolge artikel 220 van de Provinciewet, artikel 216 van de Gemeentewet en ingevolge artikel 110 van de Waterschapswet worden ingesteld bij belastingverordening. Indien een regionale wegbeheerder een belasting wil instellen kan het belastbaar feit zich pas voordoen nadat op de desbetreffende regionale weg betaalpoorten zijn geplaatst. Ingevolge het voorgestelde artikel 14a, tweede lid, wordt bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de plaatsen van de betaalpoorten voor de door een regionale wegbeheerder ingestelde belasting aangewezen. Er kunnen slechts met instemming van de desbetreffende wegbeheerder plaatsen voor de betaalpoorten ten behoeve van de door een regionale wegbeheerder ingestelde belasting aangewezen worden.
Op basis van het voorgestelde artikel 14a, derde lid, zijn op de door een regionale wegbeheerder ingestelde belasting hetzelfde tarief en dezelfde vrijstellingen van toepassing als gelden voor de belasting die van rijkswege wordt geheven. Ingevolge het voorgestelde artikel 14a, vierde en vijfde lid, wordt de lokale belasting op gelijke wijze geheven en ingevorderd als de belasting die van rijkswege wordt geheven. De Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 zijn derhalve ook van toepassing op de heffing en de invordering van de lokale belasting. Het doen van uitspraak op een bezwaarschrift en het optreden in een eventuele beroepsprocedure geschiedt door de inspecteur die ook inzake de van rijkswege geheven belasting bevoegd is.
Onderdeel J bevat in de eerste plaats een vernummering van het voorgestelde artikel 2, derde tot en met vijfde lid. In de tweede plaats wordt voorgesteld het maximum van het aantal betaalpoorten dat iemand kan passeren bij het binnenrijden van een stadsagglomeratie te verlagen van twee tot één. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat deze bepaling ziet op de som van de betaalpoorten in de rijrichting over de kortste weg naar de stadsagglomeratie voor de beide belastingen.
Bij onderdeel K worden twee nieuwe artikelen ingevoegd: artikel 15a en artikel 15b. Artikel 15a draagt de ondergetekenden op deze ter regulering bedoelde belasting binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de wet te evalueren.
De aanvulling op artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals aangebracht bij artikel 15b, benadrukt dat het kentekenregister er mede toe strekt gegevens te bevatten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het rekeningrijden.
Artikel 16 van het wetsvoorstel bepaalt dat de inwerkingtreding van de wet bij wet wordt geregeld. Wij zien nu evenwel af van ons voornemen tot indiening van een wetsvoorstel voor deze zogenoemde invoeringswet. Ingevolge onderdeel L wordt in dit verband artikel 16 vervangen door de bepaling dat het tijdstip van inwerkingtreding van de wet wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur. Dat tijdstip kan voorts per stadsagglomeratie verschillen. De delegatie van de bevoegdheid met betrekking tot de inwerkingtreding aan de algemene maatregel van bestuur is ingevolge het tweede lid van artikel 16 onderworpen aan controle door de Staten-Generaal.
In dit stadium zijn wij voornemens met rekeningrijden per 1 september 2001 te starten in één stadsagglomeratie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25816-8.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.