25 720
Organisch Psychosyndroom

25 883
Arbeidsomstandigheden

nr. 21
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 25 augustus 2008

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 en de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer2 hebben op 19 juni 2008 overleg gevoerd met minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:

– de brief van 19 december 2007 over resultaten proef met AWARE-code (25 720, nr. 20);

– de brief van 8 januari 2008 houdende het eindverslag van het project «Inspecties Brandweer» van de Arbeidsinspectie (26 956, nr. 57);

– de brief van 29 januari 2008 houdende inspectieverslag Vakantiewerk 2007 uitgevoerd door de Arbeidsinpectie in samenwerking met de Voedsel en Waren Autoriteit (31 200 XV, nr. 68);

– de brief van 11 februari 2008 houdende het IWI Onderzoek Keuringsinstellingen duikarbeid en persoonlijke beschermingsmiddelen (26 448, nr. 356);

– de brief van 14 maart 2008 houdende de eindevaluatie Programma VASt (25 883, nr. 129);

– de brief van 21 maart 2008 inzake aanpak asbestverwijdering (25 834, nr. 48);

– de brief van 9 april 2008 inzake het rapport «Oog voor veiligheid» van de Inspectie Werk en Inkomen (26 448, nr. 360);

– de brief van 15 mei 2008 over arbeidsomstandighedenbeleid gevaarlijke stoffen (25 883, nr. 131).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

Mevrouw Timmer (PvdA) vindt het goed dat er hulpmiddelen worden ontwikkeld ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers, zoals de AWARE-code, het programma VASt en de arbocatalogi. Ook is zij ingenomen met de forse inzet op het ontwikkelen van voorlichtingscampagnes en met de nauwlettendheid waarmee de kwaliteit van de inspecties in de gaten wordt gehouden. Recente ongevallen, bijvoorbeeld die waarbij beroepsduikers betrokken waren, laten echter zien dat nog meer maatregelen moeten worden getroffen.

Verschillende rapporten laten zien dat de certificerende instellingenbinnen de asbestketen te terughoudend zijn bij het sanctioneren van bedrijven. Het is goed dat de kabinet de regelgeving op dit gebied wil aanscherpen. Hoe gaat de minister de samenwerking binnen de keten en de kwaliteit van certificerende bedrijven verbeteren? De aanwezigheid van asbest binnen een bedrijf moet centraal geregistreerd worden door een overheidsorganisatie.

De in Nederland ontwikkelde AWARE-code verdient verdere ondersteuning, zowel nationaal als Europees. De code is zo bruikbaar, doordat de eindgebruiker ervan de werknemer op de werkvloer is, die in een keer de arbeidsrisico’s van een product kan overzien. Is het mogelijk om leveranciers en branches te verplichten om AWARE-codes aan te leveren, zodat branches als de verfindustrie werknemers niet langer belemmeren om maatregelen voor hun eigen veiligheid te nemen? Welke concrete stappen onderneemt de minister om de AWARE-code Europees onder de aandacht te brengen?

Hoe is het mogelijk dat werkgevers hun werknemers desgevraagd weigeren de bij het werk behorende risico-inventarisatie te overhandigen? Hoe verhoudt deze weigering zich tot artikel 12, lid 2 van de Arbowet? Is de minister bereid de wet aan te passen, indien deze de mogelijkheid van weigering laat bestaan?

Het opstellen van arbocatalogi leidt binnen veel sectoren nog tot problemen. Het zou daarom onverstandig zijn om de beleidsregels per 2009 af te schaffen. Het is niet realistisch om ervan uit te gaan dat alle sectoren voor 2009 een arbocatalogus hebben. Hoe staat de minister tegenover de signalen uit de sectoren? Kiest hij voor kwaliteit of voor kwantiteit? Hoeveel arbocatalogi zijn inmiddels goedgekeurd?

Zzp’ers zouden in sommige gevallen, bijvoorbeeld op het gebied van deelwerkzaamheden en fysieke belasting, buiten de regels en procedures van de arbocatalogi vallen. Daardoor kan de zzp’er zelf bepalen hoe hij omgaat met de arbeidsveiligheid. Hierdoor wordt de Arbeidsinspectie buitenspel gezet en wordt de omgang tussen zzp’ers en bouwpersoneel in loondienst negatief beïnvloed. Oneerlijke concurrentie kan ontstaan wanneer een zzp’er goedkoper kan werken dan een gewone werknemer doordat hij niet aan dezelfde veiligheidsprocedures hoeft te voldoen. Dezelfde regels en procedures voor veilig en gezond werken moeten voor iedereen gelden. Daarom is het onverstandig om de verantwoordelijkheid hierover bij de bedrijven te laten. Zij zullen waarschijnlijk geen of onvoldoende maatregelen treffen.

Het is van groot belang dat er op korte termijn onderzoek wordt gedaan naar de mogelijke toxicologische gevolgen van losse nanodeeltjes voor werknemers die werken met nanotechnologie.

De heer Koppejan (CDA) maakt zich grote zorgen over de veiligheid van medewerkers op bouwplaatsen, in het bijzonder van zzp’ers. In 2007 vonden op bouwplaatsen 60 ernstige ongevallen plaats met zzp’ers, waarvan drie met dodelijke afloop. Er bestaat geen meldingsplicht voor ongelukken met zzp’ers, anders dan bij ongevallen met gewone werknemers. Het vermoeden bestaat dat er veel meer ongevallen hebben plaatsgevonden dan bekend is. De Arbeidsinspectie heeft geconstateerd dat kleine zelfstandigen in de bouw roekelozer zijn en meer kans lopen op ernstige ongevallen op de bouwplaats. Hierdoor brengen zzp’ers zichzelf en hun omstanders in gevaar. Een derde van het totaal aantal werknemers in de bouw is al zzp’er, en dit aandeel groeit nog steeds.

Ook de heer Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, heeft er in de vorm van een petitie voor gepleit dat zzp’ers voor alle arbeidsrisico’s onder het regime van de Arbowet en de arbocatalogi worden geplaatst. Kan de minister op korte termijn informatie geven over de mogelijk verhoogde veiligheidsrisico’s van zzp’ers in de bouw? Kan de minister voor 31 december 2008 samen met de brancheorganisatie van werkgevers en werknemers met concrete voorstellen komen, die de veiligheid van zzp’ers in de bouw verbeteren?

De ondernemingsraad heeft een belangrijke taak bij het waarborgen van de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden. Daarom zou de Arbeidsinspectie net als voorheen niet alleen de directie van een bouwbedrijf moeten rapporteren over een uitgevoerde inspectie, maar ook de ondernemingsraad.

De aangenomen motie-Koopmans/Stuurman verzocht de regering om de doelvoorschriften in de wet concreter te formuleren in grenswaarden voor een bepaald arbeidsrisico. Wanneer wordt het toegezegde gezondheidsadvies van de Gezondheidsraad over de verschillende arbeidsrisico’s gepresenteerd?

De conclusie uit het inspectieverslag over de brandweer is dat brandweerkorpsen nog onvoldoende inzicht hebben in de veiligheidsrisico’s die zich voordoen bij repressief optreden, zoals brandbestrijding. In dat opzicht is er weinig verbeterd ten opzichte van de inspecties in 1999 en 2000. Deze berichten zijn verontrustend. Korpsen wordt aanbevolen de aanpak van veiligheidsrisico’s een grotere prioriteit te geven. Het project «kwaliteit brandweerpersoneel», waaraan op dit moment wordt gewerkt, heeft de verdere professionalisering van de brandweer tot doel. Ook zal de VNG, na overleg met de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR), aan de gemeenten per brief aandacht vragen voor de verantwoordelijkheid van de gemeenten als werkgever en suggesties doen voor verbeteringen van het arbobeleid. Dit is een stap in de goede richting, maar is dit voldoende voor een positief oordeel bij de volgende inspecties?

Waarom heeft de Arbeidsinspectie nauwelijks boetes opgelegd? Gemeenten die de RI&E niet op orde hebben, moeten veel steviger worden aangepakt door de Arbeidsinspectie. Korpsen hebben voorts nog onvoldoende maatregelen getroffen om vallen van hoogten te voorkomen. Ook zijn er te veel overtredingen geconstateerd bij duikarbeid. Op dit moment wordt verkend of het brandweerduiken kan worden ondergebracht bij het beroepsduiken. Uit het rapport Veilig werken onder water blijkt daarnaast dat de eisen voor de opleiding en ervaring van brandweerduikers minder zwaar is dan voor de overige beroepsduikers. Geven de recente dodelijke ongevallen met brandweerduikers de minister aanleiding om extra maatregelen te nemen om de veiligheid van brandweerlieden bij het duiken te verhogen?

Hoe gaat de minister bevorderen dat de werkgever meer aandacht besteedt aan de houding en de cultuur binnen het korps rond het thema veiligheid? Korpsen doen bijvoorbeeld nauwelijks iets aan de evaluatie van bijna-ongevallen.

Gezien de conclusies van de laatste inspectie mag er niet te lang gewacht worden met de volgende inspectie. Wanneer wordt deze uitgevoerd?

Het is opvallend dat de overtredingen rond vakantiewerk zijn toegenomen, van 25% in 2006 naar 31% in 2007. De controle, met name in de horeca en de land- en tuinbouw, moet worden geïnventariseerd.

De heer Ulenbelt (SP) wil weten welke verffabrikanten weigeren hun informatieplicht na te komen, terwijl zij de veroorzakers zijn van het Organisch psychosyndroom (OPS) bij werknemers in de bouw. De minister doet niets meer dan fabrikanten oproepen mee te werken aan de AWARE-code, en verwijst naar Europa. Nationaal beleid zou bij dit onderwerp echter op zijn plaats zijn. Verffabrikanten hebben een ereschuld doordat zij veel slachtoffers hebben gemaakt. Waarom zou de minister geen heffing invoeren op verfblikken waarop de AWARE-code niet is vermeld? Het daarmee verkregen geld kan worden gebruikt om onafhankelijke instituten de AWARE-code voor bepaalde producten te laten vaststellen.

Het is verontrustend dat de arbeidsomstandigheden bij de brandweer in de afgelopen zes jaar nauwelijks zijn verbeterd. Waarom legt de minister de verantwoordelijkheid hiervoor niet bij de korpsleiding, in plaats van bij de gemeenten, zoals de minister voorstelt? De korpsleiding zit veel dichter op het werk dat door de brandweer wordt uitgevoerd.

Jongeren moeten worden gewezen op de vele misstanden bij het vakantiewerk. Er worden allerlei waarschuwingen uitgedeeld aan werkgevers, maar slechts in 10% van de gevallen worden boetes opgelegd. De boetes voor overtredingen bij werk dat door jongeren wordt verricht, moeten sterk verhoogd worden. Jongeren tussen de dertien en de achttien moeten maximaal beschermd worden. Ook zouden werkgevers die in de fout zijn gegaan, op internet gepubliceerd moeten worden, zodat ouders en jongeren zien waar zij beter niet terecht kunnen voor vakantiewerk.

Er is voor gekozen om de regulering van de risico’s met betrekking tot de asbestziekte over te laten aan het particulier initiatief. Negen certificatie- en keuringsinstellingen (cki’s) zijn daarom opgericht door particulieren. Zij maken er een zootje van. De Arbeidsinspectie constateert dat in 97% van de gevallen de cki’s de regels niet naleven. De Inspectie Werk en Inkomen (IWI) wijst op de afhankelijkheid van de keuringsinstelling van de opdrachtgever en de verslapping van de naleving van de regels hierdoor. Cki’s zouden moeten worden opgeheven en vervangen door een asbestverwijderingsautoriteit.

Al een aantal jaren achter elkaar blijken ook de instellingen voor kranenkeuringen niet naar behoren functioneren. Ook in de hijskranensector moet dus een andere oplossing komen dan de private certificatie-instellingen.

Wanneer brengt de Gezondheidsraad zijn advies uit over de gevolgen van bestrijdingsmiddelen en oplosmiddelen voor de voortplanting?

Hoe staat het met de uitvoering van de motie-Ulenbelt, waarin de regering werd verzocht om bij de aanbesteding van onderhoudswerkzaamheden veiligheid beter in beeld te brengen?

Antwoord van de minister

De minister is van mening dat door de aanscherping van de eisen in de asbestketen en het toezicht van de IWI het er minder toe doet of de keuringsinstanties een particuliere of overheidsinstelling zijn. Een centrale overheidsinstelling leidt bovendien vaak tot wachtlijsten.

De minister van VROM is aan het bekijken hoe het functioneren van de handhavingsketen verbeterd kan worden. Ook wordt het mogelijk gemaakt dat cki’s sanctionerende maatregelen opleggen aan door hen gecertificeerde bedrijven, op basis van de handhavingsgegevens van de Arbeidsinspectie. Wanneer een cki een bedrijf zijn certificaat ontneemt, wordt voorts voorkomen dat dit bedrijf zijn certificaat elders haalt. Ten slotte wordt er een studie verricht naar de mate van ontduiking van de asbestregels en de wijze waarop dit gebeurt.

Tegen een centrale registratie van asbest in huizen en bedrijven pleit de overweging dat registratie altijd een onvolledig beeld oplevert. Als het bedrijf wordt afgebroken, wordt mogelijk geconstateerd dat op nog veel meer plekken asbest aanwezig is. Een verplichte registratie treft huiseigenaren die zelf niet weten of asbest er is. Ook bij bedrijven levert een verplichte registratie van asbest niet meer op dan een inventarisatie.

Vaak is asbest niet zichtbaar, zodat bij het aantreffen van asbest iedere keer moeten worden afgevraagd of men had kunnen weten dat zich asbest in het gebouw bevond. De enige winst van een registratie is dat er een boete kan worden uitgedeeld wanneer mensen of bedrijven de aanwezigheid van asbest bewust niet hebben aangemeld. De veiligheid is niet gebaat bij een centrale registratie. Om te controleren of zich asbest in een pand bevindt, moet je vaak operaties plegen die het risico verhogen.

Een centrale registratie verleent de handhavende instanties niet meer gezag dan zij nu reeds hebben. Ook nu houdt de IWI toezicht, zodat er geen concurrentie mogelijk is tussen bedrijven, wanneer het ene bedrijf de regels soepeler hanteert dan het andere. Zouden de cki’s een overheidsinstantie worden, dan is dit het derde overheidsinstituut dat inspecteert, naast de Arbeidsinspectie en de IWI. Het is beter de problemen aan te pakken. Als uit vervolgonderzoek blijkt dat dit niet adequaat is, zal verder worden gekeken.

De minister ziet geen noodzaak om de AWARE-code op verpakkingen van oplosmiddelen verplicht te stellen. De AWARE-code loopt juist goed doordat deze de verantwoordelijkheid van de branche is. Verder is de etikettering, vanwege belemmerende effecten op de markt, nauw gereguleerd binnen Europees verband. Sommige verffabrikanten blijken niet bereid te zijn om de codes te leveren. Door marktwerking worden zij deels afgestraft, omdat afnemers selecteren op producenten die informatie leveren.

Het verplicht stellen van de AWARE-code is ook moeilijk doordat het een specifieke soort stoffen betreft. Waarom zou voor deze stoffen wel de verplichting gelden en voor andere niet? Dit sluit aan bij de systematiek van de arbowetgeving met betrekking tot het omgaan met risico’s en de eigen verantwoordelijkheden van de sector.

De minister zegt toe in overleg te treden met de verffabrikanten over de problemen en knelpunten. Bij het volgende overleg kan daarover gesproken worden. Vrijstelling van de verpakkingsbelasting bij een AWARE-code is een aardige gedachte om in het achterhoofd te houden.

Het inzagerecht in de RI&E is in de wet geregeld als zorgplicht van de werkgever. Artikel 8 van de Arbowet verplicht werkgevers om werknemers doeltreffend te informeren over de risico’s die verbonden zijn aan de werkzaamheden die zij verrichten en maatregelen te nemen om deze risico’s te voorkomen of te beperken. Ook als werknemers er niet om vragen, zijn werkgevers verplicht te informeren en de maatregelen te treffen.

Artikel 12 van de Arbowet regelt het overleg over arbeidsomstandigheden tussen werknemers en werkgevers. De RI&E is opvraagbaar via de ondernemingsraad en moet ook besproken worden met de ondernemingsraad.

Inmiddels wordt in meer dan 100 sectoren gewerkt aan een arbocatalogus. In negentien gevallen zijn de catalogi al tot stand gekomen. Twaalf catalogi zijn goedgekeurd. In 2009 zal naar verwachting zo’n 50% van de bedrijven met een arbocatalogus werken. In 2012 zal dit 80% zijn. In de wetgeving is er steeds van uitgegaan dat het systeem niet per definitie dekkend is. Om die reden vormt de gestelde termijn geen bedreiging voor de kwaliteit van de arbocatalogus. De stimuleringsregeling loopt bewust door tot en met 2009. Beleidsregels bieden voorschriften, maar verou-deren ook steeds sneller. Dit is een belangrijke reden om voor een andere systematiek te kiezen. De prikkel om op een andere systematiek over te gaan, wordt weggenomen indien aangekondigd dat de beleidsregels blijven bestaan.

Twee subsidieaanvragen zijn inmiddels ontvangen. De verwachting is dat men dit jaar uitkomt op 25 subsidieaanvragen. De vertraging wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld vragen over verhoudingen tussen arbocatalogi die een breed terrein bestrijken en arbocatalogi die op een meer specifiek terrein zitten. De vraag is of je kunt verwijzen naar andere normen en andere catalogi. De commissie-Linschoten beantwoordt deze vragen. De minister zegt toe dat hij vóór de begrotingsbehandeling van SZW een overzicht zal geven van de stand van zaken van de arbocatalogi, inclusief een beleidsvisie.

De RI&E-verplichting is niet van toepassing op de zelfstandige. Ook is er een onderscheid gemaakt tussen gevaren en minder ernstige risico’s. De regels over minder ernstige risico’s (tillen, psychische belasting stress, werkdruk) zijn niet van toepassing op zzp’ers. Gevaren zijn wel van toepassing op iedereen die zich op een bouwplaats bevindt. Sociale partners zijn betrokken geweest bij deze regelgeving. De SER heeft zich hierover uitgesproken in 2004. De Arbeidsinspectie heeft in 2006 op een totaal van 900 ongelukken in de bouwsector, 60 ongelukken geregistreerd waarbij zelfstandigen betrokken waren. Het is mogelijk dat er sprake is van een ondermelding bij minder ernstige ongelukken, maar niet bij ernstige ongelukken, omdat de registratie in ziekenhuizen en door verzekeraars gebeurt. Er bestaat in ieder geval geen bewijs voor het beeld dat de bouwplaats bijzonder gevaarlijk is voor zelfstandigen. Uit cijfers van het CBS blijkt dat zelfstandigen de helft minder ongevallen opdoen in de bouw. De Arbeidsinspectie vergewist zich voortdurend van veilige werkomstandigheden in alle sectoren. Uit de optiek van arbeidsomstandigheden en gezondheid is er kortom geen aanleiding om zelfstandigen onder dezelfde regeling te plaatsen als werknemers in de bouw. Wel zal er overleg plaatsvinden over de veiligheid van zzp’ers in de bouw. De Kamer zal vóór de begrotingsbehandeling van SZW worden geïnformeerd over de uitkomsten van dit overleg.

Nog voor het zomerreces zal het kabinet een actieplan presenteren over nanotechnologie, naar aanleiding van het advies van de Gezondheidsraad.

Inspectierapporten worden niet meer rechtstreeks aan de ondernemingsraad gestuurd. Dit was geen wettelijke regeling, maar een service die de Arbeidsinspectie uitvoerde. Een paar jaar geleden bleek hieraan geen behoefte meer te bestaan. Onder staatssecretaris Van Hoof is de service beëindigd. In de praktijk bleek het overleg tussen werkgevers en werknemers over arbeidsomstandigheden voldoende. Inspectierapporten kunnen ook bij de werkgever worden opgevraagd. Als blijkt dat ondernemingsraden grote behoefte hebben aan de inspectierapporten, wil de minister gaarne overwegen deze rapporten alsnog aan hen te sturen.

De adviezen van de Gezondheidsraad over oplosmiddelen zijn vorige week donderdag overhandigd. Ook is reeds een conceptversie klaar van het eerste signaleringsrapport. Het definitieve signaleringsrapport is 1 december 2008 gereed.

Volgens de systematiek van de Arbowet ligt de verantwoordelijkheid over de brandweerkorpsen bij de werkgever, in dit geval de gemeenten. De werkgever zal de beschikbare middelen en tijd mede bepalen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), de VNG en de brancheorganisatie voor brandweerkorpsen delen de conclusie dat de resultaten van de inspecties verontrustend zijn. De minister van BZK is van mening dat de arbeidsveiligheid bij de korpsen meer aandacht behoeft. Genoemde organisaties werken daarbij samen en proberen inte-graal het opleiden, oefenen, examineren en bijscholen op te pakken. De inspectie houdt de ontwikkelingen bij. De minister van BZK is het aanspreekpunt voor concrete maatregelen, terwijl de minister van SZW primair verantwoordelijk is voor controles en inspecties. Het wetsontwerp Veiligheidsrisico’s dat bij BZK in voorbereiding is, is mede bedoeld om de efficiency en kwaliteit van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en brandbestrijding op een hoger niveau te tillen. Dit wetsontwerp wordt na het zomerreces aan de Kamer gepresenteerd.

De NVBR onderkent dat het onacceptabel is dat na eerdere inspecties de brandweer nog steeds slecht presteert en gaat met BZK in discussie over de wijze waarop verbeteringen kunnen worden aangebracht. De Arbeidsinspectie heeft nauwelijks boetes opgelegd, conform haar algemene handhavingsbeleid. Boetes worden alleen bij acuut gevaar opgelegd. Bedrijven kunnen dan zelfs stil worden gelegd. Bij de brandweer is deze ingreep natuurlijk vrij riskant. Boetes kunnen ook worden opgelegd als blijkt dat er bij hercontrole nog steeds sprake is van een bepaalde overtreding. Over het algemeen blijkt uit hercontroles echter dat korpsen eerder geconstateerde misstanden hebben opgeheven.

De Arbeidsinspectie zal binnen enkele jaren opnieuw bij de gemeenten inspecteren op de RI&E.

Recente duikongevallen vormen een aanleiding voor nieuwe inspecties. Deze vinden nog dit jaar plaats bij alle sectoren waar gedoken wordt, dus ook bij de brandweer. Het knelpunt blijkt niet zozeer bij de eisen blijkt te liggen, maar bij de naleving ervan. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid en de NVBR verrichten momenteel een systeemonderzoek naar de arbeidsveiligheid bij brandweerduiken. Dit onderzoek moet uitwijzen welke verbeteringen doorgevoerd moeten worden. Dit onderzoek zal aan het einde van de zomer gereed zijn. De minister van BZK beslist of brandweerduikers onder dezelfde wettelijke eisen als andere duikers moeten worden gebracht, dan wel een eigen regeling behouden.

Naar aanleiding van de ongelukken in Urk en Terneuzen is door de algemene verenigingen contact opgenomen met de afzonderlijke korpsen over de naleving van de eisen. De Korpsen zijn door de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid en door de NVBR gewezen op de noodzaak van het oefenen van de noodprocedure voor de brandweerduikers. Een pilot wordt overwogen om brandweerduikers met een constante ademluchttoevoer te laten duiken, in plaats van met persluchtflessen vanaf de wal.

In 2007 is het aantal overtredingen bij vakantiewerk toegenomen. Inspectieresultaten in land- en tuinbouw laten in 2008 weer een stijging zien. Er heeft een startbijeenkomst voor het project Vakantiewerk van de Arbeidsinspectie plaatsgevonden, om systematischer te controleren op vakantiewerk.

Het is niet mogelijk om voor een enkele categorie van overtredingen die de Arbowet verbiedt de boetes te verhogen zonder dat de boetes voor overtredingen in andere categorieën zouden verhogen. In gevaarlijke situaties worden niet alleen boetes opgelegd, maar kan de Arbeidsinspectie zelfs een bedrijf stil leggen, ongeacht de vraag of hierbij jongeren in het geding zijn.

Het vermelden van bedrijven die bij vakantiewerk in de fout zijn gegaan heeft meer averechtse effecten dan gewenste effecten. Tot deze conclusie kwam men bij de totstandkoming van de Arbowetgeving. Ook heeft de SER er een advies aan gewijd. Als alle overtredingen geregistreerd worden, heeft het noemen van een bedrijf geen effect meer, omdat alle overtredingen gelijk worden gewogen. Bovendien constateren ouders als eersten wanneer de arbeidstijdenwet niet wordt nageleefd, doordat hun kinderen niet op tijd thuis zijn.

Het onderzoek naar aanleiding van de motie-Ulenbelt over de rol van de veiligheidssituatie bij aanbestedingen in de bouw is in gang gezet en is net door de aanbestedingsronde.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De Wit

De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Koopmans

De adjunct-griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Esmeijer


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), De Wit (SP), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Blok (VVD), Tichelaar (PvdA), Nicolaï (VVD), Jan Jacob van Dijk (CDA), Smeets (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Omtzigt (CDA), Van Hijum (CDA), Timmer (PvdA), Koşer Kaya (D66), Jonker (CDA), ondervoorzitter, Luijben (SP), Ulenbelt (SP), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Koppejan (CDA), Tony van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Thieme (PvdD), Karabulut (SP) en Vos (PvdA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Gerkens (SP), Vendrik (GroenLinks), De Krom (VVD), Heerts (PvdA), Smilde (CDA), Depla (PvdA), Aptroot (VVD), Willemse-van der Ploeg (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Pechtold (D66), Spies (CDA), Irrgang (SP), Lempens (SP), Cramer (ChristenUnie), Biskop (CDA), Kamp (VVD), Joldersma (CDA), Fritsma (PVV), Tang (PvdA), Ouwehand (PvdD), Gesthuizen (SP), Heijnen (PvdA) en Weekers (VVD).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Van Gent (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Poppe (SP), Snijder-Hazelhoff (VVD), ondervoorzitter, Depla (PvdA), Van Bochove (CDA), Koopmans (CDA), voorzitter, Spies (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Haverkamp (CDA), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Neppérus (VVD), Van Leeuwen (SP), Jansen (SP), Van der Burg (VVD), Van Heugten (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV), Ouwehand (PvdD), Bilder (CDA) en Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie).

Plv. leden: Duyvendak (GroenLinks), Van der Vlies (SGP), Polderman (SP), Remkes (VVD), Jacobi (PvdA), Hessels (CDA), Koppejan (CDA), Ormel (CDA), Koşer Kaya (D66), Leijten (SP), Schreijer-Pierik (CDA), Kamp (VVD), Timmer (PvdA), Waalkens (PvdA), Vos (PvdA), Zijlstra (VVD), Langkamp (SP), Gerkens (SP), Van Beek (VVD), Schermers (CDA), Besselink (PvdA), Agema (PVV), Thieme (PvdD), Vietsch (CDA) en Ortega-Martijn (ChristenUnie).

Naar boven