25 702
Verslagen van de Commissie voor de Verzoekschriften

nr. 196
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 september 1998

Hierbij geef ik mijn reactie op de uitnodiging, vervat in het verslag van de commissie voor de Verzoekschriften naar aanleiding van het verzoekschrift van de heer L. Van Dijk te Heemskerk (TK 97–98, 25 702, nr. 94). De Kamer heeft zich op 2 april jl. verenigd met dit verslag.

Uw kamer heeft mij in de eerste plaats uitgenodigd te bevorderen dat, behalve particulieren, ook ondernemers desgewenst zelf hun aangifte elektronisch kunnen doen. In reactie hierop wil ik het volgende opmerken. Zoals eerder aan de commissie werd meegedeeld, is het op dit moment alleen voor belastingconsulenten mogelijk om elektronisch aangifte te doen met het O-biljet. De reden hiervoor is tweeledig. In de eerste plaats is de invoering van de elektronische aangifte een dermate ingrijpend traject, dat het wenselijk is geacht om deze invoering fasegewijs te laten plaatsvinden. Van belang daarbij is – en daarmee kom ik tegelijk op de tweede reden voor de gekozen werkwijze – dat het O-biljet een duidelijk ingewikkelder structuur kent en vaak ook een groter fiscaal belang vertegenwoordigt dan het P-biljet. Met name de aanwezigheid van jaarstukken maakt dat voor de aangifte voor ondernemers minder gemakkelijk een elektronische faciliteit kan worden gecreëerd. De huidige diskette voor belastingconsulenten bevat voor deze jaarstukken een standaardmodel. De consulent moet, als hij van de diskette gebruik wil maken, het eigen model «vertalen» naar dit standaardmodel. Om die reden wordt van deze elektronische-aangiftevoorziening relatief weinig gebruik gemaakt. Ontwikkeling van eenzelfde faciliteit voor de ondernemer die zelf aangifte doet, zou voor de meeste ondernemers dan ook geen efficiency-winst betekenen. Datzelfde geldt wanneer ervoor zou worden gekozen de jaarstukken op papier, naast de aangiftdiskette, te laten aanleveren, hetgeen bovendien ook voor de Belastingdienst inefficiënt zou zijn. Vandaar dat ervoor is gekozen om het doen van elektronische aangifte met het O-biljet vooralsnog alleen voor consulenten mogelijk te maken. Dit betekent niet dat algehele invoering van de elektronische aangifte voor het O-biljet ook in de toekomst wordt uitgesloten. Mijn streven is er, overeenkomstig de aanbeveling vanuit de Commissie voor de Verzoekschriften, op gericht deze algehele invoering gestalte te geven. Momenteel wordt voor de vermelde problematiek inzake de jaarstukken gezocht naar een voor alle partijen bevredigende oplossing.

Het verslag van de Commissie bevat voorts de uitnodiging om ruime bekendheid te geven aan de mogelijkheid tot het doen van elektronische aangifte die aan de heer Van Dijk is geboden. Die mogelijkheid houdt in dat betrokkene, omdat hij voor de inkomstenbelasting als particulier wordt aangemerkt, kan verzoeken om handmatige verstrekking van de aangiftediskette voor particulieren. Op deze wijze kan hij toch langs elektronische weg aangifte doen. Het geven van algemene (publieks-) voorlichting op dit punt ligt naar mijn oordeel minder voor de hand. De omstandigheden waaronder een belastingplichtige, net als de heer Van Dijk, voor de omzetbelasting als ondernemer en voor de inkomstenbelasting als particulier wordt aangemerkt zijn namelijk individueel bepaald en moeilijk in algemene termen weer te geven. Het gaat bovendien om relatief zeldzame gevallen. Wel zal ik er zorg voor dragen dat de eenheden Ondernemingen er nog eens expliciet op worden gewezen dat, wanneer zo'n situatie zich voordoet, desgevraagd tot handmatige verstrekking van de aangiftediskette voor particulieren kan worden overgegaan.

Ten slotte wil ik nog opmerken dat er buiten de inkomstenbelasting ook nu al elektronische voorzieningen voor ondernemers bestaan, namelijk in de sfeer van de omzetbelasting en loonbelasting.

Ik meen hiermee in voldoende mate te hebben voldaan aan de verlangens van de Kamer.

De Staatssecretaris van Financiën,

W. A. F. G. Vermeend

BIJLAGE

's-Gravenhage, 3 april 1998

Aan de Staatssecretaris van Financiën

Hierbij deel ik u mede, dat de Kamer zich in haar vergadering van 2 april 1998 heeft verenigd met het bijgaande verslag bevattende de voorstellen van de Commissie voor de Verzoekschriften over het adres van de heer L. van Dijk te Heemskerk, met betrekking tot de electronische belastingaangifte door ondernemers.

Derhalve verzoek ik u namens de Kamer gevolg te geven aan de in het verslag bedoelde uitnodiging en haar zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van uw beslissing daarop.

Met vriendelijke groet,

P. Bukman

Naar boven