25 604
Jaaroverzicht Zorg 1998

nr. 27
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rijswijk, 19 maart 1998

Zoals u toegezegd in mijn brief d.d. 2 februari 1998 (25 604, nr. 25) betreffende kostenbeheersing medische hulpmiddelen en in mijn brief van 18 maart 1998 (24 124, nr. 66), doe ik u nu de bevindingen en voorstellen toekomen van de ambtelijke projectgroep kostenbeheersing medische hulpmiddelen betreffende de verder onderzochte hulpmiddelendeelmarkten. Deze zijn neergelegd in het Rapport kostenbeheersing medische hulpmiddelen deel II, dat ik u bijgaand doe toekomen.1

Hoewel het wellicht mogelijk is om met de uitvoering van de voorstellen genoemd in het rapport van de projectgroep behorend bij mijn brief van 2 februari en de voorstellen in het rapport deel II de taakstelling te realiseren, wil ik de lijn blijven volgen dat de taakstelling primair door de verzekeraars moet worden gerealiseerd.

Ik wil beslist voorkomen dat patiënten de dupe zouden worden van maatregelen die moeten leiden tot kostenbeheersing. Maatregelen die kunnen leiden tot het inperken van het op menswaardige wijze deelnemen aan onze samenleving zijn voor niemand acceptabel.

Wel wil ik de komende tijd in goed overleg met zorgverzekeraars, branche-organisaties en patiëntenverenigingen bekijken welke voorstellen van de projectgroep ten uitvoer kunnen worden gebracht die niet ten koste gaan van patiënten.

De gevolgde lijn heeft zoals ik u eerder heb geschreven tot gevolg dat de taakstelling voor 1998 niet volledig zal worden gehaald. Het Kabinet zal bij de Voorjaarsnota 1998 beslissen hoe het resterende besparingsverlies over 1998 zal worden opgevangen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers.


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven