Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 25604 nr. 21 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 25604 nr. 21 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Rijswijk, 18 november 1997
In aansluiting op de JOZ-behandeling van maandag 17 november jl. en de begrotingsbehandeling tot nu toe informeren wij u hierbij over de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling 1997 (ova-97) in relatie tot de financiering van de tweejarige NZf-CAO (1996–1998).
De suggestie leeft dat de ova niet voldoende zou zijn voor de dekking van de kosten van de CAO en dat daarom volumegeld gebruikt moet worden voor financiering van de arbeidsvoorwaarden. Onderstaand wordt toegelicht dat deze suggestie niet juist is; de ova is adequaat voor de financiering van de CAO.
Deze brief is tevens een reactie op de brief van de NZf aan de Tweede Kamer van 4 november 1997 (Dir 97 293/RdV/lb) en de brief van de VGN aan de Tweede Kamer van 14 november 1997 (192-JOZ/f25/ds).
1. Achtergrond: post-WAGGS afspraken met betrekking tot inzetten trendmatige productiviteitsontwikkeling
In het in 1994 tussen het toenmalige WVC (VWS), SZW en werkgevers overeengekomen post-WAGGS-model (TK, 1993–1994, 2 mei 1994, 23 723, nr. 1) is voorzien in een eigen bijdrage, uit hoofde van de trendmatige productiviteitsontwikkeling, destijds geprikt op 0,7%, uit het instellingsbudget. VWS en werkgevers hebben bij de ova-96 uitgebreid overleg gevoerd over de hoogte en de aanwending van de productiviteitsontwikkeling. VWS en werkgevers hebben hierover echter geen overeenstemming kunnen bereiken, waarop werkgevers dit punt hebben voorgelegd aan de onafhankelijke adviescommissie-Van Voorden. Werkgevers hebben de principiële vraag gesteld of de eigen bijdrage uit het instellingsbudget uit hoofde van de trendmatige productiviteitsontwikkeling zoals opgenomen in het referentiekader van het post-WAGGS-model, wel als dekking voor de arbeidskostenstijging kon worden benut. De commissie-Van Voorden achtte de inzet van de trendmatige productiviteitsontwikkeling ter financiering van de arbeidskostenontwikkeling gerechtvaardigd. Dat is een uitspraak die geacht mag worden ook thans nog even geldig te zijn.
2. De tweejarige CAO (1996–1998)
In 1996 heeft de NZf een tweejarige CAO afgesloten 1996–1998. De ova-97 dient ter dekking van deze CAO voor 1997. De inhoud van de CAO is uiteraard een zaak van werkgevers en werknemers en daarmee het resultaat van de in de CAO-onderhandelingen bereikte overeenstemming tussen beide partijen. Ten tijde van het afsluiten van de tweejarige CAO was echter de hoogte van de ova-97 nog niet bekend, hetgeen de NZf noodzaakte tot het hanteren van aannames over deze hoogte en derhalve de dekking van de CAO.
VWS heeft toen bekend werd dat een tweejarige CAO tot de mogelijke uitkomsten van de lopende CAO-onderhandelingen behoorde, bij brief van 24 juni 1997 (FEZ/ABA-U-96 498, zie bijlage pagina 2)1 gewezen op de risico's van het afsluiten van een CAO waarvan de dekking in de vorm van de ova-97 nog onbekend was. Dat de NZf constateert dat achteraf de cijfers tegenvallen ten opzichte van de door hen gehanteerde ramingen is dus juist datgene waar VWS voor gewaarschuwd heeft. Overigens leidt dit naar de onderstaande berekeningen laten zien niet tot de noodzaak de CAO ten laste van het volume te financieren. M.a.w. de ova-97 is zelfs in deze situatie kostendekkend.
Op 21 april 1997 is de NZf, net als de andere 13 werkgeversorganisaties die deelnemen aan het ova-overleg, akkoord gegaan met het eindbod van het kabinet voor de ova-97.
In lijn met het post-WAGGS-model en de uitspraak van de commissie-Van Voorden op dit punt wordt de trendmatige arbeidsproductiviteitsontwikkeling ingezet ter dekking van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling. De in het instellingsbudget beschikbare gelden voor de CAO-verbetering bedragen daarmee gemiddeld 2,8% (contractloonmutatie 2,5%, arbeidsduurverkorting 0,3%), waarvan gemiddeld 0,6% wordt verkregen door de inzet van de trendmatige arbeidsproductiviteitsontwikkeling. Gemiddeld aangezien er op het punt van de arbeidsproductiviteit een onderscheid is gemaakt in hoogproductieve en laagproductieve sectoren, resulterend in de volgende percentages voor de afzonderlijke NZf-sectoren:
Ziekenhuizen, RIAGG's 0,9%
Psychiatrische ziekenhuizen 0,5%
VGN, NVVz, MKD/MKT's, RIBW's 0,3%
(Het gemiddelde percentage voor de NZf-sectoren komt daarmee op 0,6%)
4. Financiering CAO: berekening NZf
Op grond van hun bezwaar tegen het inzetten van de trendmatige arbeidsproductiviteitsontwikkeling gaat de NZf uit van gemiddeld 2,2% ter dekking van de CAO, dus exclusief de trendmatige productiviteitsontwikkeling.
Uitgaande hiervan heeft de NZf een financieringsoverzicht opgesteld (d.d. 1 mei 1997). Het uiteindelijke saldo van deze confrontatie van inkomsten en uitgaven wordt zichtbaar in 1998. In de navolgende tabel wordt dit saldo – volgens de berekeningswijze van de NZf – weergegeven voor 1998, voor zowel de NZf-sectoren als totaliteit als voor de VGN, waar in de discussie specifiek veel aandacht voor is.
Tabel 1: tekort/overschot in procenten van de loonsom indien geen rekening wordt gehouden met de productiviteit
| SALDO* | 1998 |
|---|---|
| NZf | – 0,61 |
| VGN | – 0,05 |
bron: cijfers NZf d.d. 1 mei 1997, bijlage 2 Info
* Een positief saldo staat voor een overschot, een negatief saldo voor een tekort.
In deze financieringsoverzichten is dus geen rekening gehouden met de trendmatige productiviteitsontwikkeling in de zin dat deze wordt ingezet voor de financiering van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling. Hieruit blijkt dat voor de VGN zelfs zonder inzet van de productiviteit de financiering op 0,05% na sluitend is.
5. Financiering CAO conform post-WAGGS overleg: de inzet van de productiviteit
Indien hiermee in lijn met het post-WAGGS-model wel rekening wordt gehouden loopt de CAO rond.
Tabel 2: tekort/overschot in procenten van de loonsom indien rekening wordt gehouden met de productiviteit
| SALDO* | 1998 |
|---|---|
| NZf | – 0,01 |
| VGN | 0,25 |
* Een positief saldo staat voor een overschot, een negatief saldo voor een tekort.
Concluderend kan dan ook gesteld worden dat hoewel de raming van de NZf niet overeenkomt met de uiteindelijke ova-97, dit (op grond van de eigen gegevens van de NZf) geen problemen oplevert voor de dekking van de CAO. Bij de gedifferentieerde produktiviteitsontwikkeling daarin van slechts 0,3% houdt de VGN zelfs circa f 10 mln. (0,25% van de loonsom van f 4 mld.) over.
De beschikbare middelen zijn in lijn met het post-WAGGS uitgangspunt dus toereikend voor een marktconforme arbeidsvoorwaardenontwikkeling. Op grond van deze gegevens is er dan ook geen noodzaak te twijfelen aan de afspraak dat tegenover de gehele f 36 mln. een uitbreiding van de dagbesteding voor het hele bedrag zal staan (zie gezamenlijk persbericht 18 september jl.). Tegelijkertijd werken wij aan een lange termijn visie voor de betrokken sector.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25604-21.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.