25 600 VII
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (VII) voor het jaar 1998

nr. 44
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 24 juni 1998

Met verwijzing naar uw brief van 3 juni jl., waarin u mij via het stenografisch verslag van het gehouden ordedebat het verzoek van de afgevaardigde Van de Camp overbrengt, deel ik u het volgende mede.

Op de vraag naar een brief waarin het kabinet uiteenzet op welke wijze de voorbereidingen van het Europees kampioenschap voetballen plaatsvinden herinner ik de Kamer aan de uitvoerige brief over de organisatie van de Europese kampioenschappen voor landenteams in 2000, die ik mede namens mijn ambtgenote van Justitie en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 20 juni 1997 aan uw Kamer heb toegezonden (25 000-VII, nr. 42). Ik verwijs u gaarne naar de inhoud van deze brief.

Na de zomer van dit jaar zult u een uitgebreide rapportage ontvangen over de voortgang. Daarbij zullen ook de ervaringen worden betrokken die zijn opgedaan tijdens de Wereld Kampioenschappen in Frankrijk, met het oog op leermogelijkheden voor de organisatie van de EK2000.

Het Nederlands politieteam, dat ik mijn ambtgenoot in Parijs ter beschikking heb gesteld, heb ik opgedragen een evaluatierapport op te stellen. Tevens zal door het projectteam EK2000 van mijn departement en de nationale projectleider politie EK2000 in ambtelijk overleg met de Belgische overheid van de Wereld Kampioenschappen een evaluatie worden verzorgd.

De uitlating van de Nederlandse Politiebond over de omvang van de politiekosten acht ik in dit stadium prematuur. Op dit moment is nog geen risico-analyse op het gebied van de openbare orde situatie in 2000 op verantwoorde wijze op te stellen en daarmede ontbreekt vooralsnog inzicht in de behoefte aan politie-inzet en politiebijstand, zo ook in de kosten die deze inzet met zich brengt.

Naar mijn mening zal er in ieder geval sprake zijn van kosten van politie-inzet van het korps van de speelstad en van kosten voor politiebijstand van andere korpsen.

Met betrekking tot de eigen inzet van het korps van de 4 speelsteden merk ik op dat deze inzet weliswaar ten koste gaat van de overige politiezorg, doch dat de kosten voor deze inzet via de gebruikelijke normvergoeding aan de korpsen door mij worden gefinancierd. Tijdens de kandidaatstellingsprocedure hebben de burgemeesters/korpsbeheerders van de 4 speelsteden de consequenties van deze inzet meegewogen.

Met betrekking tot de kosten voor politiebijstand van andere korpsen heeft het kabinet een voorziening getroffen. In dat verband verwijs ik u naar paragraaf 2.1. van de aangehaalde brief over de organisatie van de EK2000.

Ik merk nog op, dat de kampioenschappen door 2 landen worden georganiseerd en dat het voor ons land om maximaal 4 wedstrijden per speelstad gaat over een periode van 3 weken.

Overigens zal de politie-inzet sterk afhankelijk zijn van de inspanningen van de organisator. Wanneer bijvoorbeeld de organisator niet slaagt in het tot stand brengen van een scheiding tussen rivaliserende supporters in en rond het stadion door een niet adequate toegangscontrole en een niet sluitend ticketbeleid, maar ook niet in voldoende toezicht van goed opgeleid personeel in en rond het stadion, dan zal dit voor de politie-inzet gevolgen hebben. Er is dan sprake van een afwenteling van kosten van de organisator op de politie. In dat verband merk ik op dat de burgemeester van de betrokken speelstad de bevoegdheid heeft de organisator voor het houden van de wedstrijden nadere bindende voorwaarden op te leggen

De Minister van Binnenlandse Zaken,

H. F. Dijkstal

Naar boven