25 600 VII
Vaststelling van begroting van uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (VII) voor het jaar 1998

nr. 39
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 5 juni 1998

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1, heeft over de brief van de minister van Binnenlandse Zaken van 23 februari 1998 over de toekenning van de tegemoetkoming in ziektekosten aan deeltijders (25 600 VII, nr. 33) de navolgende vragen ter beantwoording aan de regering voorgelegd. Deze vragen alsmede de daarop 4 juni 1998 gegeven antwoorden, zijn hieronder afgedrukt.

De fungerend voorzitter van de Commissie,

De Cloe

De griffier voor deze lijst,

Del Grosso

1

Wat zijn voor de regering de belangrijkste overwegingen geweest om af te wijken van de uitspraken van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB)?

Het kabinet is anders dan de Commissie gelijke behandeling van opvatting dat bij de toekenning van de tegemoetkoming ziektekosten geen inbreuk is gemaakt op het bepaalde in artikel 125g Ambtenarenwet. Het kabinet is van oordeel dat de tegemoetkoming ziektekosten een onderdeel vormt van het totale beloningspakket en een naar rato van de arbeidsduur toegekende tegemoetkoming derhalve aan de desbetreffende wettelijke bepaling voldoet.

2

Bestaat het risico dat het besluit van het kabinet in strijd is met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens?

Het besluit van het kabinet terzake is niet in strijd met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het verbod van onderscheid naar arbeidsduur als in casu aan de orde, valt niet onder de rechten en vrijheden welke zijn vastgesteld in dit Verdrag.

3

Zou de regering zijn standpunt willen heroverwegen in het geval de rechter tot dezelfde conclusie als de CGB zou komen?

Ja, door de desbetreffende sectorwerkgevers is besloten zich te refereren aan het oordeel van de rechter in de «proefprocedure». Met de centrales van overheidspersoneel zijn afspraken gemaakt m.b.t. toekomstig in te dienen bezwaar- en verzoekschriften. Besloten is een «generaal pardon» te verlenen. Dit generaal pardon houdt in dat deeltijders, teneinde hun rechten veilig te stellen, geen bezwaar hoeven te maken tegen de hoogte van de ziektekostentegemoetkoming in juni 1998 (de uitbetaling van de tegemoetkoming over de maanden oktober 1997 tot en met maart 1998) en ook niet tegen de hoogte van de daarna volgende betalingen.

4

Is er overeenstemming met de CGB over de toekenning van de tegemoetkoming in ziektekosten aan deeltijders? Zo nee, wat is dan eigenlijk de status van de uitspraak van het CGB?

De taak van de Commissie gelijke behandeling (CGB) in deze is een bijdrage te leveren aan de handhaving van het in de Ambtenarenwet neergelegde verbod op onderscheid naar arbeidsduur. Dit kan onder meer geschieden door het uitbrengen van oordelen naar aanleiding van klachten van belanghebbenden. Dit laatste is in casu het geval. Bij het uitbrengen van oordelen door de CGB is niet aan de orde of terzake overeenstemming bestaat met de desbetreffende werkgevers.

De oordelen van de CGB zijn geen rechtens afdwingbare beslissingen. Uiteraard kunnen evengenoemde oordelen door belanghebbenden in rechterlijke procedures worden ingebracht.

5

Kan worden aangegeven wat de financiële consequenties zijn indien het advies van de CGB zou worden gevolgd?

De financiële consequenties worden voor de verschillende sectoren tezamen geraamd op enkele honderden miljoenen guldens per jaar.

6

Wat zijn de rechtspositionele gevolgen terzake van de toekenning in ziektekosten aan deeltijders indien betrokkene meerdere deeltijdfuncties vervult?

Voor betrokkenen die meerdere deeltijdfuncties vervullen bedragen de tegemoetkomingen per deeltijdfunctie een evenredig deel van de tegemoetkoming bij volledige werktijd.

Bij de sector Rijk bestaat de mogelijkheid dat een betrokkene die bij diverse organen een dienstbetrekking heeft, waardoor meer uren worden gewerkt dan in een voltijdbetrekking, een hogere tegemoetkoming ontvangt dan die behorend bij een volledige werktijd. Meerdere tegemoetkomingen voor een betrokkene uit te betalen door eenzelfde orgaan zijn gemaximeerd op de tegemoetkoming bij volledige werktijd.

Voor betrokkenen werkzaam in de sector Onderwijs met meerdere deeltijdfuncties wordt de totale tegemoetkoming gemaximeerd op de tegemoetkoming bij volledige werktijd.

7

Welke rechten kunnen werknemers aan deze uitspraak ontlenen?

Werknemers kunnen geen rechten aan een oordeel van de CGB ontlenen.

8

Lopen er momenteel nog gerechtelijke procedures op dit punt?

Naar bekend is de enige zaak die thans aanhangig is bij de rechter, op verzoek van de advocaat van de tegenpartij aangehouden, in afwachting van de rechterlijke uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in de «proefprocedure».

9

Wat is de opvatting van de SER inzake de uitspraak van de CGB?

Het kabinet heeft na het oordeel van de CGB geen advies terzake gevraagd aan de SER. De SER heeft overigens op het gebied van het overheidspersoneelsbeleid en de uitvoering van ambtelijke rechtspositionele regelingen geen adviserende taak.


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Te Veldhuis (VVD), De Cloe (PvdA), fungerend voorzitter, Van den Berg (SGP), Van de Camp (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Zijlstra (PvdA), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Remkes (VVD), Oedayraj Singh Varma (GL), Dankers (CDA), Hoekema (D66), Kamp (VVD), Cornielje (VVD), Rehwinkel (PvdA), Gortzak (PvdA), Belinfante (PvdA), Buijs (CDA), Van Beek (VVD), Rietkerk (CDA), Barth (PvdA), Halsema (GL), Kant (SP).

Plv. leden: Rouvoet (RPF), Rijpstra (VVD), Duijkers (PvdA), Van Boxtel (D66), Van Wijmen (CDA), Bakker (D66), Wagenaar (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Noorman-den Uyl (PvdA), Essers (VVD), Rabbae (GL), Atsma (CDA), Dittrich (D66), Korthals (VVD), Nicolaï (VVD), Van Oven (PvdA), Kortram (PvdA), Bussemaker (PvdA), De Milliano (CDA), Niederer (VVD), Eurlings (CDA), Albayrak (PvdA), Van Gent (GL), Poppe (SP).

Naar boven