nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.Het voorstel voor de Wet
op de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken beoogt een
adviescollege voor de regering en de beide kamers der Staten-Generaal op het
terrein van het internationale recht in het leven te roepen. Dit wetsvoorstel
maakt deel uit van de wetgeving ter herinrichting van het adviesstelsel als
gevolg van de Kaderwet adviescolleges. Deze kaderwet geeft algemene regels
met betrekking tot de inrichting, bevoegdheid en werkwijze van nieuw in te
stellen adviescolleges.
De Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (hierna
te noemen: de CAVV) heeft tot taak de regering en de beide kamers der Staten-Generaal
van advies te dienen over internationaal-rechtelijke vraagstukken. In het
licht van artikel 90 van de Grondwet acht de regering het van belang over
een specialistisch adviesorgaan te kunnen beschikken dat kan adviseren over
de ontwikkeling van het internationaal recht en de internationale rechtsorde.
Door Nederland is traditioneel immers steeds veel belang gehecht aan de rol
van het recht in de internationale betrekkingen.
Het werk van de Commissie zal bestaan uit de behandeling van juridische
vraagstukken waarin de juiste uitleg van het internationaal recht, en de gewenste
ontwikkeling van dit recht centraal staan. Naast de advisering over concrete
vraagstukken die door de bewindslieden van Buitenlandse Zaken aan haar worden
voorgelegd, heeft de CAVV ook tot taak de minister van advies te dienen over
het werk van de Commissie voor het Internationaal Recht (International Law
Commission) van de Verenigde Naties. Het werk van deze belangrijke rechtsgeleerde
commissie is gericht op de codificatie en de ontwikkeling van het internationaal
recht, en de CAVV heeft in de loop van de jaren dit werk geëvalueerd
en van commentaar voorzien. Het commentaar van de Commissie van advies inzake
volkenrechtelijke vraagstukken op het werk van deze Commissie voor het Internationaal
Recht speelt een belangrijke rol bij de inbreng van Nederland in de bespreking
van de rechtsontwikkeling in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Ofschoon een scherpe afbakening tussen rechtsontwikkeling en beleidsvragen
niet altijd te maken is, komen vraagstukken van internationaal beleid als
zodanig niet aan de orde. Voor advisering op dat terrein wordt gewerkt aan
de totstandkoming van de Adviesraad internationale vraagstukken.
Daarnaast bestaat behoefte aan een juridisch-wetenschappelijk adviesorgaan
dat zich concentreert op de ontwikkeling van het internationaal recht.
Uit artikel 3, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
zou kunnen worden afgeleid dat deze Commissie zou moeten worden ingesteld
bij rijkswet. Dit werd door de Nederlandse regering niet noodzakelijk geacht.
De regeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba zijn hierover geraadpleegd,
en hebben tegen de keus voor een gewone wet geen bezwaar gemaakt.
De Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken zal een
voortzetting zijn van de eerdere Commissie van advies inzake volkenrechtelijke
vraagstukken en van de Voorlopige adviescommissie inzake volkenrechtelijke
vraagstukken.
Bij ministeriële beschikking van 30 december 1953 werd de Commissie
van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken ingesteld (nr. DIO/PZ 158180).
Ook voordien bestond er een adviesorgaan op het terrein van het volkenrecht.
In 1911 stelde de Nederlandse regering een «Commissie ter voorbereiding
van de IIIe Vredesconferentie» in die rapporteerde over de in voorbereiding
zijnde Volkenbond. In 1920 kreeg deze commissie een permanente status als
Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken, welke in 1946
werd opgeheven. In 1953 werd opnieuw een adviesorgaan met dezelfde naam en
taak in het leven geroepen.1 Taak van deze commissie
was opnieuw de advisering van de minister van Buitenlandse Zaken in volkenrechtelijke
vraagstukken. In de periode 1953–1996 heeft de CAVV 78 rapporten tot
stand gebracht over uiteenlopende vragen van internationaal recht.
Op 20 december 1996 is, als tijdelijke opvolger van deze commissie, de
Voorlopige adviescommissie inzake volkenrechtelijke vraagstukken tot stand
gekomen (beschikking van de minister van Buitenlandse Zaken, nr. DJZ/IR 117119),
welke opgeheven zal worden zodra het vaste adviesorgaan voor vraagstukken
van internationaal recht tot stand is gekomen.
Gedurende haar bestaan is de Commissie hoofdzakelijk samengesteld geweest
uit leden afkomstig uit de universitaire wereld, aangevuld met enkele juristen
uit het bedrijfsleven, advocatuur en rechtspraak. In de praktijk heeft dit
betekend dat elke gewoon hoogleraar in het volkenrecht qualitate qua lid werd
van de Commissie. Gezien het specialistische karakter van het werk van de
Commissie is het niet mogelijk geweest leden uit een bredere kring te werven.
De advisering over volkenrechtelijke vraagstukken door een adviescollege als
het onderhavige maakt het mogelijk een directe brug te slaan tussen de universiteiten,
waar het internationaal recht wordt onderwezen en de praktijk waarin het internationale
recht wordt toegepast en ontwikkeld. Dat komt de plaats en functie van het
internationaal recht in Nederland ten goede.
Ook in de toekomst valt te verwachten dat het ledenbestand van de Commissie,
gelet op de gewenste deskundigheid op het terrein van het internationaal recht,
in hoofdzaak zal bestaan uit deskundigen uit de universitaire wereld en een
enkele jurist uit het bedrijfsleven.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
H. A. F. M. O. van Mierlo
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm