25 073
Internationale Natuurrubberovereenkomst, 1995, met bijlagen; Genève, 17 februari 1995

nr. 58a
A
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 22 augustus 1996 en het nader rapport d.d. 10 oktober 1996, aangeboden aan de Koningin door de staatssecretaris van Economische Zaken.

Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 3 juli 1996, no. 96.003533, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de Internationale Natuurrubberovereenkomst 1995; Genève, 17 februari 1995 (Trb.1996, 31), met toelichtende nota.

Artikel 54 van de overeenkomst bepaalt dat de leden ernaar streven naar behoren aandacht te besteden aan milieu-aspecten, zoals overeengekomen tijdens de achtste zitting van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake Handel en Ontwikkeling en de Conferentie van de Verenigde Naties inzake Milieu en Ontwikkeling, gehouden in 1992.

In de toelichtende nota wordt op bladzijde 2 gesproken over «de milieu-aspecten van de productie en het verbruik van natuurrubber» en op bladzijde 6 over «milieu-aspecten van de natuurrubbersector».

Ook wordt op bladzijde 6 de vereiste aandacht voor milieu-aspecten gekwalificeerd als een inspanningsverplichting. De inhoud van die inspanningsverplichting is naar het oordeel van de Raad van State echter minimaal. In de toelichtende nota wordt ten aanzien van de behandeling van milieu-aspecten per saldo meer gesuggereerd dan in de overeenkomst is vastgelegd. De Raad adviseert de tekst in de toelichtende nota aan te passen.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 3 juli 1996, nr. 96.003533, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 22 augustus 1996, nr. W10.96.0266, bied ik U hierbij aan.

Naar aanleiding van het advies van de Raad van State zijn paragraaf III en paragraaf IV, onder 6, van de toelichtende nota aangepast.

Paragraaf IV, onder 7, van de toelichtende nota is geactualiseerd.

De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoelde Overeenkomst wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State,

W. Scholten

Ik moge U, mede namens de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, en de Ministers voor Ontwikkelingssamenwerking en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, verzoeken de Minister van Buitenlandse Zaken te machtigen gevolg te geven aan zijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

A. van Dok-van Weele

Naar boven