25 035
Wijziging van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en de Invorderingswet 1990 in verband met de invoering van de opdrachtgeversaansprakelijkheid en de kopersaansprakelijkheid in de confectiesector en invoering van een vrijwaringsregeling in de ketenaansprakelijkheid

nr. 7
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 30 november 1998

Mede namens de Staatssecretaris van Financiën bericht ik u als volgt.

In verband met de door verschillende organisaties gemaakte opmerkingen over de administratieve aspecten rond het wetsvoorstel tot wijziging van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en de Invorderingswet 1990 in verband met de invoering van de opdrachtgeversaansprakelijkheid en de kopersaansprakelijkheid in de confectiesector en invoering van een vrijwaringsregeling in de ketenaansprakelijkheid (wetsvoorstel 25 035; hierna wetsvoorstel Opdrachtgeversaansprakelijkheid) heeft de toenmalige Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Tweede Kamer verzocht de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden om hierover overleg te plegen met verschillende werkgevers-organisaties.

Aan verschillende belanghebbende organisaties is vervolgens gevraagd commentaar te leveren. Op basis van het ontvangen commentaar zijn de Uitvoeringsregelingen inlenersaansprakelijkheid en ketenaansprakelijkheid premie werknemersverzekeringen aangepast. Tevens is aan het Lisv een uitvoeringstechnisch advies gevraagd over de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid.

Na ontvangst van het advies van het Lisv, heeft een aantal overleggen plaatsgevonden met belanghebbende organisaties (waaronder VNO-NCW, vertegenwoordigers van de bouwsector, de uitzendbranche, de confectiesector en LTO-Nederland). Er heeft een apart overleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de confectiesector over een aantal sector-specifieke aspecten inzake de g-rekeningsystematiek.

Met de per 1 juli 1998 in werking getreden herziene regeling van de inlenersaansprakelijkheid en de in het wetsvoorstel Opdrachtgeversaansprakelijkheid neergelegde wettelijke vrijwaring door betaling op de g-rekening, de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid, de Uitvoeringsregeling ketenaansprakelijkheid premie werknemersverzekeringen en het door de Belastingdienst gevoerde uitvoeringsbeleid, is, ook naar de mening van de belanghebbende organisaties, al in verregaande mate tegemoetgekomen aan eerdere kritiek op de g-rekening-systematiek.

Naar aanleiding van de overleggen heb ik, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën, besloten om de beide uitvoeringsregelingen nog op enkele punten te wijzigen. Voor het overgrote deel van de in de brieven van VNO-NCW (d.d. 14 augustus en 2 september 1997) gesignaleerde knelpunten, welke brieven door uw Commissie voor een reactie zijn toegezonden, is een oplossing gevonden of mag op grond van de gevoerde overleggen, op korte termijn een oplossing worden verwacht.

Hieronder worden de belangrijkste punten kort toegelicht.

De belanghebbende organisaties hebben aangegeven dat het als zeer onrechtvaardig wordt ervaren dat bij aansprakelijkstelling de gevolgen van het anoniementarief (60%-tarief) doorwerken omdat door een werkgever (een onderaannemer) in de keten niet wordt voldaan aan verplichtingen op grond van de wettelijke regeling van de identificatieplicht in het kader van de heffing van de loonbelasting en de socialeverzekeringspremies. De aansprakelijkstelling wordt echter (door de Belastingdienst) gematigd door globaal de gevolgen van het anoniementarief te elimineren indien uit de (schaduw-)administratie van de hoofdaannemer/inlener blijkt wie, waar en op welk moment heeft gewerkt. De verplichting tot het voeren van een (schaduw-)administratie is in artikel 16a, eerste lid respectievelijk artikel 16b, achtste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering vastgelegd.

Ik ben, met de Staatssecretaris van Financiën, van mening dat het wenselijk, en op basis van de huidige wet- en regelgeving ook mogelijk is, dat de hoofdaannemer/inlener zelf die gegevens kan opvragen die noodzakelijk zijn om de gevolgen van het anoniementarief te kunnen matigen. Omdat de Registratiekamer eerder aan werkgeversorganisaties heeft aangegeven dat de huidige wet- en regelgeving deze mogelijkheid de hoofdaannemer/inlener niet biedt, zal over dit onderwerp overleg met de Registratiekamer plaatsvinden. Vervolgens zal worden bezien of aanpassing van wet- en/of lagere regelgeving noodzakelijk is.

Door de confectiesector is aangegeven dat de op de bouwsector toegeschreven voorwaarden voor matiging van de aansprakelijkstelling niet na te komen zijn in de confectiesector, gezien de specifieke aard van die sector. Dit onderwerp zal in het Landelijk overleg tussen Lisv en Belastingdienst (in overleg met de sector zelf) aan de orde komen.

Bij de herziene administratieve voorwaarden die zijn gesteld voor het verkrijgen van wettelijke vrijwaring door storting op de g-rekening is, conform de wens van de werkgeversorganisaties, aangesloten bij de factuur. Er is gebleken dat de administratieve voorwaarden (artikel 5 van de genoemde uitvoeringsregelingen) echter niet geheel duidelijk zijn. Met de betrokken organisaties is afgesproken dat op het moment dat de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid en de Uitvoeringsregeling ketenaansprakelijkheid premie werknemersverzekeringen tot één regeling worden samengevoegd, de formulering van de administratieve voorwaarden nog eens zal worden bezien en dat in ieder geval de voorwaarden in de toelichting nader zullen worden verduidelijkt.

Daarnaast is toegezegd dat op korte termijn de thans geldende uitvoeringsregelingen op enkele punten nog tussentijds zullen worden aangepast.

Ten aanzien van de confectiesector geldt dat er, gezien de bijzondere kenmerken van die sector, behoefte is aan aanpassing van de administratieve voorschriften. De administratieve voorschriften zullen bij de samenvoeging van de uitvoeringsregelingen zodanig worden aangepast zodat deze beter aansluiten op het productieproces in de confectiesector.

De begrippen «tijdvak» en «plaats van het werk» van de huidige Uitvoeringsregeling ketenaansprakelijkheid premie werknemersverzekeringen leiden tot problemen. Ten aanzien van het begrip tijdvak wordt verwacht dat met een gespecificeerde factuur voldoende gegevens beschikbaar zijn voor de controle door de uitvoeringsorganen in deze sector. Met betrekking tot het begrip «plaats van het werk» zal nader overleg met deze sector worden gevoerd.

Ten aanzien van het nu bestaande doorstortverbod in de Uitvoeringsregeling inleners-aansprakelijkheid is toegezegd dit verbod zo spoedig mogelijk af te schaffen. Hierdoor is het doorstorten van g-geld zowel in het kader van aanneming van werk als in- en uitlenen van arbeidskrachten mogelijk, voorzover het betrekking heeft op hetzelfde werk respectievelijk dezelfde uitzendkrachten. In dat geval hoeft er derhalve geen onderscheid meer te worden gemaakt tussen aanneming van werk en in-/uitlening.

Ook artikel 2 van de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid zal op verzoek van de organisaties op korte termijn worden gewijzigd. Op grond van een delegatiebepaling zal het voor de Belastingdienst en het Lisv mogelijk zijn bepaalde rechtspersonen, die in eerste instantie buiten de reikwijdte van de uitvoeringsregelingen vielen (met name omdat zij niet hun bedrijf maken van het uitsluitend of nagenoeg uitsluitend uitlenen van personeel, of van het in onderaanneming van werk uitvoeren, maar geen personeel in dienst hebben), toch een g-rekening toe te kennen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan samenwerkingsverbanden in de bouwsector. Dit zijn stichtingen die in de bouw scholing en praktijkopleiding verzorgen. Een samenwerkingsverband neemt leerlingen in dienst en plaatst ze bij bedrijven die bij het samenwerkingsverband zijn aangesloten. Aangezien een samenwerkingsverband hoofdzakelijk zijn bedrijf maakt van opleiden van leerlingen en niet van het uitsluitend uitlenen van personeel, komt het niet in aanmerking voor een g-rekening op grond van artikel 2 van de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid. Omdat een samenwerkingsverband zich niet bezig houdt met aanneming van werk, kan ook niet uit dien hoofde een g-rekening worden verkregen.

Een ander voorbeeld zijn de bouwcombinaties. Een bouwcombinatie wordt in de meeste gevallen speciaal opgericht voor een groot bouwproject en heeft zelf geen personeel in dienst. De bedrijven die deelnemen in de bouwcombinatie beschikken zelf wel over een g-rekening en zijn als zodanig dus ook bekend. Ik meen, met de Staatssecretaris van Financiën, dat het in deze situatie mogelijk moet zijn dat aan de bouwcombinatie een g-rekening kan worden toegekend, zodat de opdrachtgever van de combinatie kan storten op een g-rekening en op deze wijze voor vrijwaring in aanmerking kan komen.

Als laatste voorbeeld kan worden gewezen op personen in de confectiesector die zich bezighouden met de organisatie van productie en/of design van kleding en veelal geen eigen personeel hebben. Ook deze personen vallen in eerste instantie buiten de reikwijdte van artikel 2 van genoemde uitvoeringsregelingen.

Het lijkt echter wenselijk voor deze sector de mogelijkheid te creëren de geldstroom van grootwinkelbedrijf of inkoopcombinatie naar de uiteindelijke producenten van meet af aan via het g-rekeningencircuit te leiden voor wat betreft de loonbelasting en socialeverzekeringspremies. Met betrekking tot deze categorie zal daarom, in overleg met de betrokken sector, nader worden bezien op welke wijze deze personen onder de delegatiebepaling kunnen vallen en dan gebruik kunnen maken van een g-rekening. Dit zal ook bij de samenvoeging van de regelingen na aanvaarding van het wetsvoorstel plaatsvinden.

Vervolgens is toegezegd in de wet zelf te verankeren dat niet langer een schriftelijke (overmakings-)overeenkomst, tussen aannemer en onderaannemer respectievelijk inlener en uitlener, vereist zal zijn. Door middel van een nota van wijziging op het wetsvoorstel Opdrachtgeversaansprakelijkheid zal het vereiste van deze schriftelijke overeenkomst, dat nu nog in het wetsvoorstel is opgenomen, worden verwijderd. Hetzelfde geldt voor de nieuwe regeling van de inlenersaansprakelijkheid. In de uitvoeringsregelingen wordt al niet meer uitgegaan van een aparte overmakingsovereenkomst. Ook hiermee wordt tegemoetgekomen aan de wens van de organisaties de huidige praktijk en de regelingen beter op elkaar aan te laten sluiten en hiermee een soepele omgang met de administratieve voorschriften van de g-rekeningsystematiek te kunnen creëren.

Vanuit de confectiesector is gesignaleerd dat het maken van een onderscheid tussen koop van een bestaande zaak en een nog te vervaardigen zaak vrijwel onmogelijk is. Door middel van een nota van wijziging zal daarom ook dit probleem worden weggenomen. Gedacht wordt aan een bepaling die er op neerkomt dat degene die confectie-artikelen inkoopt en niet weet of redelijkerwijs niet behoort te weten dat die artikelen al geheel of ten dele vervaardigd zijn, zich mag beschouwen als een koper van toekomstige zaken, welke wordt gelijkgesteld met een opdrachtgever. De koper kan zich tegen het aansprakelijkheidsrisico indekken door vrijwarende stortingen op de g-rekening van zijn wederpartij.

Een aantal problemen met betrekking tot het door de uitvoeringsorganen gevoerde beleid (de organisaties hebben onder meer gewezen op het uiteenlopen van het beleid van de belasting-dienst en de uitvoeringsinstellingen) zal worden besproken in een apart overleg tussen de belastingdienst, het Lisv en de werkgeversorganisaties. Tevens zal in het Landelijk Overleg tussen het Lisv en de Belastingdienst aandacht worden besteed aan het vinden van oplossingen voor de door de organisaties gesignaleerde knelpunten. Zo zal er gesproken worden over de termijnen waarbinnen de aansprakelijkstelling plaats dient te vinden.

Verder is de informatieverstrekking door de uitvoeringsinstellingen en de Belastingdienst aan de aannemer bij aansprakelijkstellingen onderwerp van gesprek. Naar gelang de uitkomst van deze overleggen zal ik bezien of nadere regelgeving noodzakelijk is.

Door de wijzigingen van de Uitvoeringsregeling Inlenersaansprakelijkheid en de Uitvoerings-regeling ketenaansprakelijkheid premie werknemersverzekeringen en het uitvoeringsbeleid op dit vlak wordt enerzijds een betere aansluiting van de regelingen met de bestaande bedrijfsprocessen tot stand gebracht. Dit betekent voor het bedrijfsleven dus een lastenverlichting. Anderzijds wordt het aspect van de fraudebestrijding niet uit het oog verloren.

De in het overleg met het bedrijfsleven toegezegde aanpassingen van het wetsvoorstel alsmede de aanpassing in verband met wijzigingen elders in de wetgeving, zullen worden neergelegd in een nota van wijziging op het wetsvoorstel die ik uw Kamer zo spoedig mogelijk zal doen toekomen.

Nu het overgrote deel van de bezwaren van het bedrijfsleven rond het gebruik van de g-rekening naar tevredenheid van de werkgeversorganisaties is of binnenkort zal worden weggenomen en enkele specifiek voor de confectiesector geldende voorzieningen in het vooruitzicht zijn gesteld, verzoek ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, na ommekomst van de nota van wijziging de behandeling van het wetsvoorstel Opdrachtgevers-aansprakelijkheid voort te zetten.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. F. Hoogervorst

Naar boven