25 028
Wijziging van de Wet van 15 december 1993, houdende wijziging van het stelsel van stichtingsnormen en opheffingsnormen in de Wet op het basisonderwijs en van het huisvestingsstelsel in de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 716)

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING

Op grond van artikel IX van de wet van 15 december 1993, houdende wijziging van het stelsel van stichtingsnormen en opheffingsnormen in de Wet op het basisonderwijs en van het huisvestingsstelsel in de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 716) vervalt op 1 augustus 1997 de bepaling dat de stichtingsnorm minimaal 200 bedraagt. Onder meer over het in bekostiging nemen van nieuwe scholen heeft de Commissie Aanpassing Scholenbestand een rapport «De school voor de samenleving» uitgebracht, dat op 29 juni 1994 aan de Tweede Kamer is gezonden. De Onderwijsraad heeft in januari 1996 hierover advies uitgebracht onder de titel «Richtingvrij en richting bepalend». Dit advies is op 31 januari 1996 aan de Tweede Kamer gezonden. Het kabinet zal naar verwachting in het najaar zijn standpunt bepalen. Een daaropvolgend wetsvoorstel zal pas na voornoemde datum van 1 augustus 1997 in werking kunnen treden. Ondergetekende acht het ongewenst dat in de tussenperiode een ander regime zal gelden. In verband daarmee is in artikel I van het thans voorliggende wetsvoorstel bepaald, dat de ondergrens voor de stichtingsnormen voor de scholen voor basisonderwijs in plaats van per 1 augustus 1997 vervalt op een bij de wet te bepalen datum. Deze datum kan dan worden opgenomen in het eerstbedoelde wetsvoorstel.

Advies Onderwijsraad1

De Onderwijsraad heeft er, blijkens het d.d. 12 maart 1996 uitgebrachte advies, kenmerk OR 96000031/Alg„ begrip voor dat het niet mogelijk is voor 1 augustus 1997 een beslissing te nemen over het al dan niet handhaven van de minimale stichtingsnorm in het basisonderwijs. Hij ziet echter niet in waarom in het voorstel tot verlenging van de ondergrens voor de stichtingsnorm geen nieuwe datum wordt genoemd. Naar het oordeel van de Raad moet het mogelijk zijn uiterlijk 1 augustus 1998 ter zake een standpunt te formuleren.

Onduidelijk is wat de Raad met dit laatste bedoelt. Het bepalen van een standpunt is immers niet voldoende voor het invoeren van een nieuw regime. Daarvoor is ook wetgeving vereist.

Het is allerminst uit te sluiten dat deze pas later dan op 1 augustus 1998 in werking zal kunnen treden. Om te voorkomen dat telkens opnieuw een wetswijziging tot verlenging van de ondergrens nodig is, is in het wetsvoorstel geen einddatum voor de verlenging opgenomen.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

T. Netelenbos


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven