nr. 8
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 20 december 1996
Op 26 november jl. heb ik het advies van de projectgroep Vernieuwing in
de Emancipatie-ondersteuningsstructuur ontvangen. Ik heb u het advies van
de projectgroep toegezonden als «een constructief voorstel, dat een
werkbare basis biedt om het vernieuwingsproces in de emancipatie-ondersteuningsstructuur
voort te zetten». Tevens heb ik u laten weten, dat ik in de loop van
december «met inachtneming van reacties van de betrokken organisaties»
de nodige stappen wilde zetten conform de voorstellen van de projectgroep
om de voorbereiding voor de oprichting van de Bundeling te starten.
Op 6 december jl. heb ik de besturen van Arachne, het Instituut Vrouw
en Arbeid (IVA) en het Womens Exchange Program-International (WEP-I) een brief
gestuurd, waarin ik hen heb verzocht om in te stemmen met het proces van oprichting
van de Bundeling. Van zowel het bestuur van Arachne, IVA als WEP-I heb ik
inmiddels een positieve reactie ontvangen. De besturen gaan akkoord met het
eindadvies van de projectgroep en het opgestelde stappenplan en hebben vertegenwoordigers
aangewezen voor de Besturencommissie, die het proces van oprichting zal begeleiden.
In het verlengde hiervan kan ik u nu laten weten dat ik instem met het
eindadvies van de projectgroep. Op mijn verzoek heeft de projectgroep inmiddels
het definitieve stappenplan vastgesteld. Het proces van oprichting van de
Bundeling start per 1-1-1997 en wordt in drie fasen uitgevoerd. De eerste
fase wordt afgerond met de presentatie van een vijfjaren beleidsplan in juni
1997.
Het gehele proces wordt begeleid door een proces-coördinator, die
ik op voordracht van de projectgroep, zal contracteren. Met deze voordracht
zal de projectgroep haar werkzaamheden beëindigen en begint de Besturencommissie
haar werkzaamheden. Per fase zal ik tussentijds geïnformeerd worden over
de voortgang en in aansluiting daarop per fase een besluit nemen over de resultaten
en voortgang conform het stappenplan.
Voor het met de Bundeling overeen te komen vijfjarenbeleidsplan is, met
inachtneming van de besluitvormingsprocedures met betrekking tot de rijksbegroting,
de volgende budgetruimte gereserveerd:
budget 1997: 2,3 mln gulden (de door SZW gereserveerde budgetten voor
Arachne, IVA en WEP-I)
budgetruimte 1998: 3,7 mln gulden (idem + het in 1998 vrijvallende budget
van de Emancipatieraad)
budgetruimte 1999–2002: 4,6 mln gulden/jaar (idem + het totale vrijvallende
budget van de Emancipatieraad)
Mochten er zich nog andere organisaties en/of projecten bij de Bundeling
aansluiten dan zal ik deze zo mogelijk betrekken bij de budgettoewijzing.
Conform mijn toezegging aan uw Kamer zal bezien worden of voor 1997 een
incidentele verhoging van het budget van Arachne, IVA en WEP-I mogelijk is
ter dekking van de implementatiekosten van de betrokken organisaties.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. P. W. Melkert