nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 28 november 1996
Op 24 juni (TK 24 406, nr. 007) heb ik uw Kamer geïnformeerd
over de voortgang van de vernieuwing van de emancipatie-ondersteuningsstructuur. Tevens kondigde ik u aan voornemens te zijn om te komen tot een bundeling
van functies en taken die deel uitmaken van deze structuur. Bij brief van
27 september jl. (TK 25 006, nr. 002) liet ik u weten op 25 september
jl. een «projectgroep vernieuwing emancipatie-ondersteuningsstructuur»
te hebben geïnstalleerd met als opdracht te komen tot een voorstel op
hoofdlijnen voor de nieuwe Emancipatie Ondersteuningsstructuur. De projectgroep
bestaat uit de voorzitters van Arachne, het Instituut Vrouw&Arbeid en
het Womens Exchange Program (WEP) en de directeur van de Directie Coördinatie
Emancipatiebeleid (DCE).
Tevens werd een klankbordgroep in het leven geroepen ten einde voldoende
draagvlak in het emancipatieveld te garanderen voor het eind-advies van de
projectgroep.
Op woensdag 27 november jl. heeft de projectgroep haar eind-advies aan
mij uitgebracht. Dit eind-advies gaat hierbij1.
Het verslag van de laatste vergadering van de klankbordgroep over het advies
van de projectgroep, maakt onderdeel uit van het eind-advies.
De projectgroep adviseert mij, daarin op hoofdlijnen ondersteund door
de klankbordgroep, te komen tot de oprichting van een nieuwe organisatie,
die als werktitel meekrijgt De Bundeling. De Bundeling zal voortbouwen enerzijds
(maar niet uitsluitend) op de werkzaamheden van Arachne, WEP en IVA en anderzijds
op een aantal taken van de ER.
Het IIAV zal buiten deze bundeling blijven. Met dit voorstel wordt het
beheer van het cultureel erfgoed van de vrouwenbeweging, zoals ondergebracht
bij het IIAV, gewaarborgd, terwijl er ook afstemmings-afspraken komen met
het IIAV.
Voorts zal de nieuwe organisatie nauw samenwerken met onder andere de
koepelorganisaties van de vrouwenbeweging.
Het nieuwe instituut zal in meerdere opzichten multicultureel zijn, ondermeer
doordat expertise op het terrein van gender en etniciteit vanaf het begin
een plaats zal krijgen in de organisatie. Dit uitgangspunt sluit nauw aan
bij het thema diversiteit zoals verwoord in mijn Beleidsbrief Emancipatie.
In het voorstel komen zowel de adviserende en de ondersteunende functie
van de nieuwe emancipatie-ondersteuningsstructuur als de expertisefunctie
zoals thans uitgeoefend door de ER tot hun recht. Doordat de organisatie deels
zal voortbouwen op de functies van Arachne, WEP, IVA en de ER wordt enerzijds
de waardevolle expertise van deze instellingen gewaarborgd en wordt anderzijds
ruimte gemaakt voor vernieuwing.
Naar mijn oordeel is het advies van de projectgroep een constructief voorstel,
dat een werkbare basis biedt om het vernieuwingsproces in de emancipatie-ondersteuningsstructuur
voort te zetten. Daarom wil ik in de loop van december, met inachtnemening
van reacties van de betrokken organisaties, de nodige stappen zetten conform
de voorstellen van de projectgroep om de voorbereiding te starten. Mijn streven
zal daarbij zijn om de nieuwe organisatie per 1-1-1998 in werking te laten
treden.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. P. W. Melkert