25 006
Emancipatiebeleid 1997

nr. 4
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rijswijk, 14 november 1996

Tijdens het algemeen overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de bezuinigingen in het welzijnsbeleid heb ik op verzoek van de heer Esselink toegezegd in een gezamenlijke brief met minister Melkert helderheid te verschaffen over het voortbestaan van Arachne. Hierover deel ik u het volgende mede.

Er zal geen sprake zijn van een gezamenlijke brief, omdat minister Melkert u al de belangrijkste informatie over het voortbestaan van Arachne heeft verschaft in zijn brief van 24 juni 1996 over de emancipatie-ondersteuningsstructuur (EOS) (24 406, nr. 7). In deze brief volsta ik daarom met een toelichting op de gezamenlijke besluitvorming van SZW en VWS terzake.

In genoemde brief heeft minister Melkert u medegedeeld dat hij, vooruitlopend op de herziening van de EOS, heeft besloten de subsidie aan Arachne in 1997 te continueren. Deze besluitvorming is als volgt totstandgekomen.

In de instellingsbeschikking van 17 mei 1992 van mijn departement aan Arachne zijn de volgende criteria voor eventuele voortzetting van de subsidie na vijf jaar geformuleerd: het beschikbaar zijn van financiële middelen en het politiek-maatschappelijk draagvlak op dat moment, de evaluatieresultaten, alsmede een beleidsplan 1997–2001.

In het kader van de bezuinigingstaakstelling welzijnsbeleid heb ik de activiteiten van Arachne bezien en geconcludeerd dat ze niet specifiek liggen op het terrein van volksgezondheid en welzijn, maar het gehele brede emancipatiebeleid bestrijken en daarom eerder behoren tot het terrein van de coördinerend minister van emancipatiezaken. Hieruit volgde mijn bezuinigingsbrief aan Arachne van 13 juli 1995.

De minister van SZW was in principe bereid de subsidiëring van Arachne met ingang van 1997 over te nemen van mijn departement, maar stelde voorwaarden.

1. De evaluatieresultaten moesten positief zijn.

2. De herziening van de EOS met ingang van het begrotingsjaar 1998 zou bepalend zijn voor de toekomst van Arachne.

Arachne moest actief deelnemen aan het overleg om te komen tot een nieuwe emancipatie-ondersteuningsstructuur.

3. In afwachting van de besluitvorming over de EOS moest voor 1997 een oplossing voor de financiering van Arachne worden gevonden.

De evaluatieresultaten waren positief. Arachne ging accoord met de tweede voorwaarde van SZW en heeft ook meegewerkt aan de oplossing van het financieringsprobleem in 1997. De oplossing houdt in dat Arachne in 1997 van SZW een subsidie ontvangt van f 950 000; VWS draagt hierin f 150 000 bij. Arachne bespaart f 250 000 op de subsidie in 1996 van f 1 450 000 en hevelt dat over naar 1997. Feitelijk heeft Arachne hierdoor in 1996 en 1997 f 1,2 miljoen te besteden.

Na de bereikte overeenstemming heb ik op 12 september 1996 aan Arachne mijn besluit medegedeeld de subsidie in de structurele activiteiten met ingang van 1 januari 1997 te beëindigen en vanaf die datum in het kader van de Welzijnsnota f 150 000 te zullen overmaken aan SZW als bijdrage in de subsidie van SZW aan Arachne.

Ik heb mij daarbij bereid verklaard om Arachne een vergoeding te verstrekken voor na 1 januari 1997 doorlopende onvermijdbare kosten. Bovendien was ik bereid om met SZW naar een oplossing te zoeken, als Arachne er niet in zou slagen de afgesproken bestedingsbeperking van f 250 000 in 1996 te realiseren. Dit, omdat de afspraak hierover met Arachne pas eind mei 1996 is gemaakt.

Arachne heeft geen bezwaarschrift tegen dit besluit tot subsidiebeëindiging ingediend.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. G. Terpstra

Naar boven