nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende
uitvoering van het op 1 maart 1991 te Montreal tot stand gekomen Verdrag inzake
het merken van kneedspringstoffen ten behoeve van de opsporing ervan.
De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden
waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.
's-Gravenhage,
4 april 1996
Beatrix
nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels
te stellen ter uitvoering van het op 1 maart 1991 te Montreal tot stand gekomen
Verdrag inzake het merken van kneedspringstoffen ten behoeve van de opsporing
ervan (Trb. 1991, 127, en 1992, 80);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
Artikel 1
1. In deze wet wordt verstaan onder:
a. het verdrag: het op 1 maart 1991 te Montreal tot stand gekomen Verdrag
inzake het merken van kneedspringstoffen ten behoeve van de opsporing ervan;
b. binnenkomen en uitgaan: het binnen het grondgebied van Nederland komen,
respectievelijk het verlaten van het grondgebied van Nederland.
2. De in deze wet voorkomende uitdrukkingen hebben dezelfde betekenis
als in het verdrag.
Artikel 2
Het is verboden springstoffen, die niet zijn gemerkt met een bij regeling
van Onze Ministers van Justitie en van Defensie aangewezen opsporingsmiddel:
a. te vervaardigen;
b. te doen binnenkomen of te doen uitgaan;
c. op te slaan, te gebruiken, over te brengen of te verhandelen.
Artikel 3
Indien daartoe een erkenning als bedoeld in artikel 17 van de Wet explosieven
voor civiel gebruik is verleend, is artikel 2 niet van toepassing met betrekking
tot springstoffen in beperkte hoeveelheden, uitsluitend voor:
a. onderzoek naar, ontwikkeling van of het doen van proeven met nieuwe
of gewijzigde springstoffen;
b. opleidingen in het opsporen van springstoffen en ontwikkeling van of
het doen van proeven met gereedschap voor het opsporen van springstoffen;
of
c. forensische wetenschappelijke doeleinden.
Artikel 4
Artikel 2, aanhef en onder c, is gedurende drie jaar na inwerkingtreding
van deze wet niet van toepassing op de houder van een erkenning als bedoeld
in artikel 17 van de Wet explosieven voor civiel gebruik met betrekking tot
springstoffen die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn vervaardigd of
binnengekomen.
Artikel 5
1. Artikel 2, aanhef en onder b en c, is gedurende vijftien jaar na inwerkingtreding
van deze wet niet van toepassing op de politie en de krijgsmacht met betrekking
tot springstoffen die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn vervaardigd
of binnengekomen.
2. Artikel 2, aanhef en onder b en c, is niet van toepassing op de politie
en de krijgsmacht met betrekking tot springstoffen die op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet onderdeel vormen van de officiële militaire
instrumenten.
Artikel 6
1. Artikel 2, aanhef en onder b, is gedurende vijftien jaar na inwerkingtreding
van het verdrag ten aanzien van een staat niet van toepassing op de politie
en de krijgsmacht van die staat met betrekking tot springstoffen die voor
de inwerkingtreding van het verdrag ten aanzien van die staat aldaar zijn
vervaardigd of binnengekomen.
2. Artikel 2, aanhef en onder b, is niet van toepassing op de politie
en de krijgsmacht van een staat die partij is bij het verdrag met betrekking
tot springstoffen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het verdrag
ten aanzien van die staat onderdeel vormen van de officiële militaire
instrumenten.
Artikel 7
Met betrekking tot het toezicht op de naleving van deze wet is Hoofdstuk
IV van de Wet explosieven voor civiel gebruik van toepassing.
Artikel 8
1. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde
categorie wordt gestraft hij die handelt in strijd met artikel 2.
2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
Artikel 9
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 10
Deze wet wordt aangehaald als: Wet inzake het merken van kneedspringstoffen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Justitie,
De Minister van Defensie,