24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 833 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 mei 2022

De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) ervaart al enkele jaren een grote druk op de bedrijfsvoering, zoals ook uit de meest recente jaarverantwoording van Justitie en Veiligheid (JenV) is gebleken.1 Voor een robuuste meerjarige taakuitvoering is van belang dat de taken en middelen van DJI structureel in balans zijn. Mijn voorganger heeft daarom PricewaterhouseCoopers (PwC) gevraagd onderzoek te doen in hoeverre dit het geval is. U treft de uitkomsten van dit onderzoek in twee bijlagen bij deze brief aan.

PwC concludeert dat DJI kampt met een omvangrijk en in de komende jaren oplopend financieel tekort van 201 miljoen in 2022 tot 398 miljoen in 2032, op een totale begroting van zo’n 2,6 miljard euro. Deze tekorten zien op DJI als geheel en niet enkel op het gevangeniswezen. Het gaat met name om tekorten op huisvesting, ICT en personeel. De financiële problematiek in de afgelopen jaren is tot nu vooral opgelost met incidentele maatregelen en uitstel van investeringen. Daarbij speelde mee dat er nog uitwerkingen nodig waren voor de definitief benodigde budgetten en dat in de afgelopen jaren de kosten van onder andere onderhoud fors zijn toegenomen. Daar bovenop komen nog de kosten die zijn gestegen door extra eisen die worden gesteld, zoals verduurzaming van de gebouwen. Verder uitstel van investeringen in huisvesting, ICT en personeel is volgens PwC op enig moment niet langer verantwoord. PwC constateert dat er de komende jaren ofwel substantiële investeringen nodig zijn ofwel stevige maatregelen om het tekort op te lossen.

Het kabinet onderstreept het belang van een goed toegeruste uitvoering, waarbij de middelen en de taken in een passende verhouding tot elkaar staan. Het kabinet kiest zowel voor een verhoging van het financiële kader van DJI als voor het verder uitwerken van mogelijke maatregelen. Met de Voorjaarsnota is een bedrag oplopend tot € 170 miljoen structureel vanaf 2026 beschikbaar gemaakt voor de problematiek van DJI. Dat is een fors bedrag. Tegelijkertijd resteert daarmee nog steeds een financieel tekort. Momenteel verken ik welke consequenties dit heeft en welke maatregelen getroffen kunnen worden. Ik maak daarbij gebruik van de vele voorstellen die PwC in kaart heeft gebracht. Omdat PwC een compleet beeld heeft willen schetsen van alle mogelijkheden om te komen tot een kostenreductie, zitten daar een aantal verregaande voorstellen bij. Ik vind het daarom belangrijk om te benadrukken dat bij het zoeken naar maatregelen de veiligheid van medewerkers, justitiabelen en de samenleving voorop staat. Ik betrek daarom nadrukkelijk de mensen uit het werkveld en de ketenpartners bij het zoeken naar oplossingen. Een humaan detentiebeleid is voor mij het uitgangspunt.

Daarnaast heeft PwC ook aanbevelingen gedaan over het verbeteren van de informatiepositie en informatie-uitwisseling tussen bestuursdepartement en DJI en over het verbeteren van het bekostigingsmodel. Deze aanbevelingen hebben als doel te voorkomen dat de thans ontstane situatie zich opnieuw kan voordoen. Ook deze aanbevelingen zal ik daarom ter hand nemen, onder meer bij de agentschapsdoorlichting die dit jaar gepland staat. De primaire focus nu is het op orde krijgen van de financiën bij DJI.

Ik informeer uw Kamer bij de indiening van de ontwerpbegroting 2023 tijdens Prinsjesdag over mijn voorstel van mogelijk te treffen maatregelen en de opvolging van de overige aanbevelingen van PwC.

De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind


X Noot
1

Kamerstuk 35 830 VI, nr. 1.

Naar boven