Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 december 2025
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de berichtgeving van de Inspectie Justitie
en Veiligheid (IJenV) van 9 december 2025 omtrent het op 31 maart 2025 door de IJenV
uitgebrachte rapport dat ziet op de detentie van I. Weski (hierna betrokkene). In
onderstaande brief reageer ik op deze berichtgeving.
Betrokkene was vanwege veiligheidsredenen gedurende negen dagen (24 april tot en met
2 mei 2023) voorlopig gehecht op een afgeschermde locatie. Naar aanleiding van het
door betrokkene gepubliceerde boek Het geluid van de stilte, zag de IJenV redenen om de detentieperiode waarover betrokkene stelt in een ondergrondse
bunker gedetineerd te hebben gezeten en waarvan ze de locatie niet mocht vernemen,
nader te onderzoeken. Op basis van dit onderzoek heeft de IJenV een aantal zaken geconstateerd.
Een van de bevindingen heeft betrekking op de detentieomstandigheden. De IJenV stelt:
«dat veel in het werk is gesteld om de detentie van betrokkene vorm te geven. Zo is
aandacht besteed aan het welzijn en de veiligheid van betrokkene tijdens haar detentie».1 Ten aanzien van deze bevindingen van de IJenV en de reactie van mijn ambtsvoorganger
hierop is uw Kamer op 7 april 2025 geïnformeerd.2
Betrokkene heeft in oktober 2025 een klacht ingediend tegen de IJenV naar aanleiding
van het uitgebrachte rapport. De klacht is aanleiding geweest voor de IJenV om intern
te onderzoeken op welke wijze het rapport tot stand is gekomen. De IJenV erkent dat
er in het onderzoek fouten zijn gemaakt. De passage omtrent het welzijn van betrokkene
had geen feitelijke basis en had niet in het rapport opgenomen mogen worden. Zo heeft
de IJenV geen wederhoor toegepast. Deze tekortkomingen hebben de zorgvuldigheid en
navolgbaarheid van het onderzoek beperkt. De IJenV heeft hier inmiddels met betrokkene
over gesproken.
Ik acht het van groot belang dat er onafhankelijk toezicht wordt gehouden op de sanctietoepassing.
Ik vind het dan ook belangrijk dat, nu de IJenV een deel van de bevindingen terugneemt,
de IJenV nader onderzoek zal doen naar de detentie van betrokkene. Ik heb er dan ook
vertrouwen in dat de IJenV haar rol van onafhankelijk toezichthouder kan blijven vervullen.
Tot slot benadrukt de IJenV in haar berichtgeving dat haar conclusie ongewijzigd blijft
dat deze geheime detentie naar haar oordeel in strijd was met de Penitentiaire beginselenwet
(Pbw) en het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen
gedwongen verdwijning (ICPPED). In de genoemde reactie op het rapport van 31 maart
2025 is aangegeven welke maatregelen door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)
worden genomen. Inmiddels heeft DJI werkafspraken met de IJenV gemaakt omtrent het
bezoeken van afgeschermde detentielocaties. Ook is er een Commissie van Toezicht ingesteld.
De huisregels voor afgeschermde detentielocaties worden voor het eind van dit jaar
afgerond. Hiermee is opvolging gegeven aan alle aanbevelingen van de IJenV.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte