24 546
Wijziging van de Grondwaterwet (verbreding heffingsdoeleinden)

nr. 15
AMENDEMENT VAN HET LID POPPE

Ontvangen 28 november 1996

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I worden vóór onderdeel A twee onderdelen ingevoegd, luidende:

0A

Artikel 11, derde en vierde lid, vervalt.

0B

Artikel 15, tweede lid, komt te luiden:

2. Gedeputeerde staten zenden een verordening die krachtens het eerste lid is vastgesteld, onverwijld aan Onze Minister. De verordening treedt niet eerder in werking dan drie maanden nadat zij aan Onze Minister is gezonden.

II

Na onderdeel A worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Aa

Artikel 15b komt te luiden:

Artikel 15b

De regels, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, hebben in ieder geval betrekking op de perioden waarin, het doel waarvoor en de voorwaarden waaronder het onttrekken slechts mag plaatsvinden.

Ab

In artikel 16, tweede lid, tweede volzin, en in artikel 20, derde lid, tweede volzin, wordt «Artikel 11, vierde lid» vervangen door: Artikel 15, tweede lid.

Toelichting

Het amendement strekt ertoe ook grondwateronttrekkingen van minder dan 10 kubieke meter per uur in de heffing te betrekken, aangezien ook deze effect kunnen hebben voor de verdrogingsproblematiek. Tevens is uit het oogpunt van financieel draagvlak wenselijk dat vluchtgedrag zoveel mogelijk wordt uitgesloten. Blijkens artikel 48, tweede lid, van de Grondwaterwet worden aan heffing onderworpen de houders van inrichtingen welke zijn ingeschreven in het in artikel 13 bedoelde register. Artikel 11, eerste lid, bepaalt dat degene die grondwater onttrekt bepaalde zaken moet laten registreren. Artikel 11, derde lid, bepaalt evenwel dat de provincies bevoegd zijn te bepalen dat in bepaalde gevallen de in artikel 11, eerste lid, bedoelde verplichting niet geldt. Teneinde te kunnen bereiken dat ten aanzien van grondwateronttrekkingen beneden de grens van 10 kubieke meter per uur wel de heffingsplicht geldt, dient artikel 11, derde lid, te vervallen.

De overige wijzigingen betreffen de consequenties van de omstandigheid dat artikel 11, derde en vierde lid, komt te vervallen.

Poppe

Naar boven