24 486
Wijziging van de huisvestingswet (provinciale toets toewijzingscriteria voor woonruimte veilig stellen)

nr. 4
VERSLAG

Vastgesteld 24 november 1995

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen.

Hoewel de regering opmerkt dat het niet om een materiële wijziging van de Huisvestingswet gaat, geven de voorgestelde wijziging van de wet zelf en de memorie van toelichting volgens de CDA-fractie toch aanleiding tot het stellen van enige vragen.

Allereerst constateren de leden van de CDA-fractie dat op grond van artikel 13c, tweede lid, gedeputeerde staten bij het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 13b, tweede lid, kunnen toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde in het eerste lid (van artikel 13c), onder a, b, d en e. Waarom, zo vragen deze leden zich af, is dit niet mogelijk (of nodig) bij het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 13a, tweede lid?

Voorts constateren de leden van de CDA-fractie dat in de memorie van toelichting wordt opgemerkt, dat gemeenten en provincies een veel ruimere interpretatie geven aan «geringe» mogelijkheden om de woningvoorraad uit te breiden dan de wetgever voor ogen stond. Gaarne zien deze leden dit nader toegelicht, en tevens wensen zij in dit verband een indicatie van de wijze waarop de Huisvestingswet mogelijk zal worden aangepast.

Tenslotte vragen de leden van de CDA-fractie zich af, of in de praktijk op een juiste (dat wil zeggen: zoals omschreven in de artikelsgewijze toelichting) wijze gebruik wordt gemaakt van de uitzonderingsbepaling voor de in artikel 13c onder d en e genoemde categorieën. Kan dit aspect bij de (vervroegde) evaluatie van de wet worden meegenomen?

De leden van de VVD-fractie hebben kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij beschouwen dit voorstel als een zuiver technische wetswijziging. Als zodanig hebben deze leden het wetsvoorstel beoordeeld en kunnen zij er mee instemmen.

Over de werking van de Huisvestingswet, de toewijzingscriteria en de interpretatie ervan zien de VVD-leden met belangstelling een vervroegde evaluatie tegemoet. Kan de regering aangeven wanneer deze de Tweede Kamer kan bereiken en op welke termijn een mogelijke materiele wijziging van de Huisvestingswet kan voorliggen ?

De voorzitter van de commissie,

Versnel-Schmitz

De griffier van de commissie,

Hillen


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Lansink (CDA), Van Erp (VVD), Te Veldhuis (VVD), Van den Berg (SGP), Verspaget (PvdA), Soutendijk-van Appeldoorn (CDA), Esselink (CDA), ondervoorzitter, M. M. van der Burg (PvdA), Versnel-Schmitz (D66), voorzitter, Van Gijzel (PvdA), Verbugt (VVD), Aiking-van Wageningen (Groep Nijpels), Poppe (SP), Gabor (CDA), Augusteijn-Esser (D66), Duivesteijn (PvdA), Giskes (D66), Stellingwerf (RPF), Crone (PvdA), M. Vos (GroenLinks), Dijksma (PvdA), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), Assen (CDA), Jeekel (D66).

Plv. leden: Biesheuvel (CDA), Blauw (VVD), O. P. G. Vos (VVD), Van Middelkoop (GPV), Houda (PvdA), Bukman (CDA), Van de Camp (CDA), Oudkerk (PvdA), Jorritsma-van Oosten (D66), Valk (PvdA), Van Blerck-Woerdman (VVD), Hendriks (HDRK), vacature (CD), Bijleveld-Schouten (CDA), Reitsma (CDA), Huys (PvdA), De Graaf (D66), Leerkes (U55+), Swildens-Rozendaal (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Witteveen-Hevinga (PvdA), Keur (VVD), H. G. J. Kamp (VVD), Boers-Wijnberg (CDA), Van 't Riet (D66).

Naar boven