24 400 V
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 1996

nr. 86
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 27 juni 1996

Tijdens het jongste algemeen overleg met leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken op 5 juni jl. (24 400 V, nr. 80) heb ik toezending toegezegd van de tekst van twee voorstellen, die Nederland wil doen in de discussie in de OVSE over een «Europees Veiligheidsmodel voor de 21ste eeuw»1.

Het eerste voorstel betreft een illustratieve lijst van vertrouwenwekkende maatregelen (CSBMs) ter stimulering van regionale veiligheidsprocessen. Het voorliggende «menu» heeft geen pretentie van volledigheid, maar beoogt vooral de discussie op gang te brengen over een verbreding van regionale CSBMs van politico-militaire, tot ook culturele, economische, ecologische en andere maatregelen.

Het tweede voorstel heeft de versterking tot doel van de verhouding tussen de OVSE en de Parlementaire Assemblee van de OVSE door meer regelmatige onderlinge contacten en door systematische behandeling in de OVSE van de rapporten en aanbevelingen van de Parlementaire Assemblee.

Deze voorstellen zijn onlangs aan de betrokken GBVB-werkgroep in Brussel aangeboden ter verdere bespreking, alvorens zij in de OVSE in Wenen worden ingediend. Daarnaast worden voorstellen voorbereid op het gebied van OVSE vredeshandhaving en nucleaire vervuiling, met name in het Arctisch gebied, langs de lijnen die ik aangaf in mijn brief van 17 april 1996 (24 400 V, nr. 63).

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. van Mierlo


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven