24 264
Wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (invoering partnerpensioen)

nr. 4
VERSLAG

Vastgesteld 11 oktober 1995

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer van haar bevindingen als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig beantwoord zal hebben, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.

1. Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel, dat strekt tot invoering van een partnerpensioen in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers. De regeling is nagenoeg analoog aan de regeling voor het overheidspersoneel.

De leden van de VVD-fractie stemmen van harte in met de beoogde gelijke behandeling van gehuwden, ongehuwden en de personen van gelijk geslacht. Maar net als bij het wetsvoorstel inzake de invoering van het partnerpensioen in de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Algemene militaire pensioenwet (kamerstuk 24 227) is het deze leden niet duidelijk waarom ook broers en zusters bij deze regeling worden betrokken. Bloed- en aanverwantschap in de rechte lijn zijn weigering voor aanmelding. Ligt het dan niet voor de hand dat hetzelfde geldt voor broers en zusters? Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie een nadere motivering van dit voorstel.

De leden van de VVD-fractie stemmen in met de figuur van de aanmelding. Ook hier geldt dat de wijze waarop de aanmelding wordt geregeld gelijk is aan wetsvoorstel 24 227. Daarom vragen zij ook hier waarom is gekozen voor de begin- en einddatum aanmelding en niet voor de feitelijke begindatum van het samenlevingscontract respectievelijk de datum van beëindiging daarvan. De leden van de VVD-fractie krijgen gaarne een nadere motivering.

De leden van de fractie van D66 hebben met belangstelling kennisgenomen van dit wetsvoorstel. De wijziging van de Appa ligt in de lijn van de onlangs voorgestelde wetswijziging strekkende tot invoering van het partnerpensioen in de ABP- en AMP-wet. Voor politiek ambtsdragers gelden dezelfde argumenten voor invoering van het partnerpensioen voor ongehuwd samenwonenden als voor het overheidspersoneel in brede zin.

Onderhavig wetsvoorstel is een reactie op een lang bestaande maatschappelijke ontwikkeling. De leden van de fractie van D66 hadden de wettelijke regeling liever eerder tegemoet gezien, maar zijn tevreden dat deze er nu uiteindelijk ligt.

De leden van de GPV-fractie hebben kennis genomen van het onderhavige wetsvoorstel. Deze leden verwijzen voor wat betreft hun vragen en opmerkingen over het wetsvoorstel gemakshalve naar de inbreng van de GPV-fractie voor het verslag aangaande wetsvoorstel 24 227. Voor zover de daar gemaakte opmerkingen en gestelde vragen enige relevantie hebben voor de behandeling van het onderhavige wetsvoorstel stellen de leden van de GPV-fractie er sprijs op dat deze ook in het verslag van de Kamer van dit wetsvoorstel worden opgenomen.

2. Gevolgen voor de rijksbegroting

Het is de leden van de VVD-fractie niet duidelijk waarom een verhoging van de pensioenbijdragen noodzakelijk is. Alle politieke ambtsdragers betalen toch premie daarvoor, ongeacht of men al of niet is getrouwd en ongeacht of hun partner aanspraak op het pensioen heeft? Want ook al heeft de partner geen recht op het pensioen de politieke ambtsdrager moet toch premie betalen? Deze leden krijgen gaarne een nadere uitleg van deze passage.

De regering hanteert in de toelichting op onderhavig wetsvoorstel dezelfde schatting van het aantal nabestaandenpensioenen voortkomende uit niet-huwelijkse relaties als voor het overheidspersoneel, te weten een procentueel aandeel van 2% van het aantal nabestaandenpensioenen. Deze verwachting komt de leden van de fractie van D66 als niet reëel voor. De verhouding tussen het aantal gehuwden en het aantal ongehuwd samenwonenden in de samenleving is immers een geheel andere dan 1:50. Bovendien ligt het in de verwachting dat het aantal ongehuwd samenwonenden ten opzichte van het aantal gehuwden verder zal toenemen, zeker nu voorzien is dat bepaalde rechten (waaronder pensioenrechten) zich ook in die gevallen kunnen doen gelden.

3. Artikelen

Artikel I

De colleges van gedeputeerde staten en van burgemeester en wethouders zijn de uitvoeringsorganen van de provinciale en gemeentelijke pensioenverordeningen, gebaseerd op de Appa.

Daarvoor moet een verordening een regeling van nabestaandenpensien bevatten. De Appa schrijft dit niet dwingend voor. Waarom is dat niet dwingend voorgeschreven?

Is er niet sprake van een betere waarborg van gelijke behandeling tussen de politieke ambtsdragers van de verschillende organen als wel dwingend is voorgeschreven dat zo'n verordening een regeling van nabestaandenpensioen bevat, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

Artikel I, onderdeel B

In het voorgestelde artikel 2a, vijfde lid, staat dat de Minister regels kan stellen omtrent de aanmelding door degene die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven. Het is de leden van de VVD-fractie onduidelijk om welke categorie personen het hier gaat. Aan de hand van welke criteria wordt bepaald of de Minister regels zal opstellen?

De voorzitter van de commissie,

De Cloe

De griffier van de commissie,

Hommes


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Van Erp (VVD), V. A. M. van der Burg (CDA), Te Veldhuis (VVD), Van der Heijden (CDA), De Cloe (PvdA), voorzitter, Janmaat (CD), Van den Berg (SGP), Brinkman (CDA), Scheltema-de Nie (D66), ondervoorzitter, Apostolou (PvdA), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA), Van der Hoeven (CDA), Remkes (VVD), Gabor (CDA), Nijpels-Hezemans (GN), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Hoekema (D66), Essers (VVD), Dittrich (D66), Dijksman (PvdA), De Graaf (D66), Cornielje (VVD), Rouvoet (RPF) en Rehwinkel (PvdA).

Plv. leden: Korthals (VVD), Dankers (CDA), Van Hoof (VVD), Bijleveld-Schouten (CDA), Liemburg (PvdA), Poppe (SP), Schutte (GPV), Mulder-van Dam (CDA), Jeekel (D66), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Vreeman (PvdA), Verhagen (CDA), Van der Stoel (VVD), Mateman (CDA), Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks), Van Boxtel (D66), H. G. J. Kamp (VVD), Assen (CDA), M. M. van der Burg (PvdA), Bakker (D66), Klein Molekamp (VVD), Leerkes (U55+) en Van Oven (PvdA).

Naar boven