24 247
Uitgangspunten voor cultuurbeleid

nr. 7
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 12 juli 1996

In het algemeen overleg op 22 november 1995 (24 247, nr. 4) inzake de notitie Pantser of Ruggegraat heb ik toegezegd de Kamer te informeren over het vervolg op het onderzoek naar de economische betekenis van musea. Dat onderzoek is onlangs afgerond1 . De onderzoekers constateren onder andere dat er vooral met betrekking tot buitenlanders die onze musea bezoeken, nog een aanzienlijke kennislacune bestaat. Ze bevelen een representatief onderzoek onder buitenlandse bezoekers aan, waarin onder meer naar bezoekmotief en bestedingen wordt gevraagd. Ik wil de suggestie graag overnemen. De vraagstelling van een dergelijk onderzoek dient echter het gehele spectrum van het culturele toerisme te omvatten. Het bezoek aan bijv. monumenten of podiumkunsten kan immers, evenzeer als het museumbezoek, een belangrijk motief zijn bij de keuze voor ons land. Over de opzet van het onderzoek naar het buitenlandse culturele toerisme in Nederland wordt momenteel overleg gevoerd met het Ministerie van Economische Zaken. Daarbij worden ook de mogelijkheden verkend om dit onderzoek in te passen in lopende onderzoeksprojecten van toerisme in Nederland.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

A. Nuis


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven