24 233
Wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland

nr. 13
AMENDEMENT VAN HET LID VERHAGEN

Ontvangen 30 september 1996

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel II wordt als volgt gewijzigd:

A. De aanhef van onderdeel b wordt vervangen door: Onder vernummering van het tweede en derde lid tot vijfde en zesde lid, worden drie nieuwe leden ingevoegd, luidende:.

B. In onderdeel b wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

4. Aan de toelating tot de school als bedoeld in het tweede lid, kan de vreemdeling geen aanspraak op verblijf of op opschorting van uitzetting als bedoeld in de Vreemdelingenwet ontlenen.

C. In onderdeel c wordt «vierde lid» vervangen door: vijfde lid.

D. In onderdeel c wordt «vijfde lid» vervangen door: zesde lid.

II

Artikel III wordt als volgt gewijzigd:

A. In de aanhef wordt «twee nieuwe leden 1a en 1b» vervangen door: drie nieuwe leden 1a, 1b en 1c.

B. Toegevoegd wordt een nieuw lid 1c, luidende:

1c. Aan de toelating tot het onderwijs als bedoeld in lid 1a, kan de vreemdeling geen aanspraak op verblijf of op opschorting van uitzetting als bedoeld in de Vreemdelingenwet ontlenen.

III

Artikel IV wordt als volgt gewijzigd:

A. In de aanhef van punt 2 wordt «wordt een nieuw lid 1a» vervangen door: worden twee nieuwe leden 1a en 1b.

B. Aan punt 2 wordt een nieuw lid 1b toegevoegd, luidende:

1b. Aan het ingeschreven zijn voor een opleiding als bedoeld in het eerste lid, vierde volzin, kan de vreemdeling geen aanspraak op verblijf of op opschorting van uitzetting als bedoeld in de Vreemdelingenwet ontlenen.

IV

Artikel V wordt als volgt gewijzigd:

A. In de aanhef wordt «twee nieuwe leden» vervangen door: drie nieuwe leden.

B. Toegevoegd wordt een nieuw lid 7, luidende:

7. Aan het ingeschreven zijn als bedoeld in het vijfde lid, kan de vreemdeling geen aanspraak op verblijf of op opschorting van uitzetting als bedoeld in de Vreemdelingenwet ontlenen.

Toelichting

Met dit amendement wordt beoogd expliciet in de wet op te nemen dat aan de toelating tot en dientengevolge ook aan het volgen van opleidingen als bedoeld in deze artikelen, geen verblijfsrechtelijke aanspraken kunnen worden ontleend. Opname van dit beginsel in de wet bevordert de rechtszekerheid.

Verhagen

Naar boven