Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 24137 nr. 16 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 24137 nr. 16 |
Ontvangen 2 oktober 1997
In het voorstel van wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
Het opschrift komt te luiden: Wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake bestuurlijke fusie tussen openbare en bijzondere scholen.
In de aanhef wordt de zinsnede «dat het gewenst is de samenwerkingsscholen nader gestalte te geven» vervangen door: dat het gewenst is de bestuurlijke fusie tussen openbare en bijzondere scholen gestalte te geven.
Artikel I, onderdeel A, wordt vervangen door een nieuw onderdeel A, luidende:
In artikel 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In de begripsomschrijving van «openbare school» komt onderdeel c te luiden:
c. een door een stichting als bedoeld in artikel 13b of artikel 29b in stand gehouden school;.
2. In de begripsomschrijving van «bevoegd gezag van volgens deze wet bekostigde scholen» komt onderdeel a, ten 4°, te luiden:
4°. de stichting, bedoeld in artikel 13b of artikel 29b;.
Artikel I, onderdeel A1, komt te luiden:
Na artikel 13a wordt een nieuw artikel 13b opgenomen, luidende:
Artikel 13b. Bestuurlijke fusie openbare en bijzondere scholen
1. De instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen kan worden opgedragen of overgedragen aan een stichting die met dit doel wordt onderscheidenlijk is opgericht.
2. Het statutaire doel van de stichting is in elk geval het geven van openbaar onderwijs en onderwijs van een of meer richtingen in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk bijzonder onderwijs.
3. De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit.
4. Het personeel dat werkzaam is aan de openbare school, wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
5. De statuten voorzien in ieder geval in een regeling omtrent:
a. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur van de stichting,
b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden,
c. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd,
d. de vaststelling van de begroting en jaarrekening na overleg met de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen,
e. de wijze waarop de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, toezicht op het bestuur van de openbare school uitoefent,
f. de gronden waarop het bestuur kan besluiten de vergaderingen besloten te houden,
g. de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt, en
h. de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.
6. De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen. Goedkeuring kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.
7. Het bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt.
8. De vergaderingen van het bestuur van de stichting zijn openbaar, tenzij het bestuur anders beslist, op gronden, vermeld in de statuten.
9. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft.
10. Artikel 155 van de Gemeentewet is niet van toepassing.
In artikel I vervalt onderdeel B en wordt onderdeel A1 vernummerd tot onderdeel B.
Artikel I, onderdeel C, komt te luiden:
In de inhoudsopgave wordt na de omschrijving van artikel 13a opgenomen:
Artikel 13b. Bestuurlijke fusie openbare en bijzondere scholen.
In artikel II wordt onderdeel A vervangen door een nieuw onderdeel A, luidende:
In artikel 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In de begripsomschrijving van «openbare school» komt onderdeel c te luiden:
c. een door een stichting als bedoeld in artikel 21b of artikel 39b in stand gehouden school;.
2. In de begripsomschrijving van «bevoegd gezag van volgens deze wet bekostigde scholen» komt onderdeel a, ten 4°, te luiden:
4°. de stichting, bedoeld in artikel 21b of artikel 39b;.
Artikel II, onderdeel A1, komt te luiden:
Na artikel 21a wordt een nieuw artikel 21b opgenomen, luidende:
Artikel 21b. Bestuurlijke fusie openbare en bijzondere scholen
1. De instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen kan worden opgedragen of overgedragen aan een stichting die met dit doel wordt onderscheidenlijk is opgericht.
2. Het statutaire doel van de stichting is in elk geval het geven van openbaar onderwijs en onderwijs van een of meer richtingen in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk bijzonder onderwijs.
3. De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit.
4. Het personeel dat werkzaam is aan de openbare school, wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
5. De statuten voorzien in ieder geval in een regeling omtrent:
a. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur van de stichting,
b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden,
c. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd,
d. de vaststelling van de begroting en jaarrekening na overleg met de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen,
e. de wijze waarop de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, toezicht op het bestuur van de openbare school uitoefent,
f. de gronden waarop het bestuur kan besluiten de vergaderingen besloten te houden,
g. de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt, en
h. de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.
6. De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen. Goedkeuring kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.
7. Het bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt.
8. De vergaderingen van het bestuur van de stichting zijn openbaar, tenzij het bestuur anders beslist, op gronden, vermeld in de statuten.
9. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft.
10. Artikel 155 van de Gemeentewet is niet van toepassing.
In artikel II vervalt onderdeel B en wordt onderdeel A1 vernummerd tot onderdeel B.
Artikel II, onderdeel C, komt te luiden:
In artikel 60a, tweede lid, wordt «dan wel indien sprake is van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige openbare school of omgekeerd» vervangen door: , indien sprake is van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige openbare school of omgekeerd, indien sprake is van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige bijzondere school van een andere richting, dan wel indien sprake is van uitbreiding van het onderwijs aan een school met onderwijs van een of meer andere richtingen.
Artikel II, onderdeel D, komt te luiden:
In de inhoudsopgave wordt na de omschrijving van artikel 21a opgenomen:
Artikel 21b. Bestuurlijke fusie openbare en bijzondere scholen.
In artikel III wordt onderdeel A vervangen door een nieuw onderdeel A, luidende:
In artikel 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In de begripsomschrijving van «openbare school» komt onderdeel c te luiden:
c. een door een stichting als bedoeld in artikel 42b of artikel 53c in stand gehouden school;.
2. In de begripsomschrijving van «bevoegd gezag» komt onderdeel a, ten 4°, te luiden:
4°. de stichting, bedoeld in artikel 42b of artikel 53c;.
In artikel III vervalt onderdeel B.
Artikel III, onderdeel B1, komt te luiden:
Na artikel 53b wordt een nieuw artikel 53c opgenomen, luidende:
Artikel 53c. Bestuurlijke fusie openbare en bijzondere scholen
1. De instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen kan worden opgedragen of overgedragen aan een stichting die met dit doel wordt onderscheidenlijk is opgericht.
2. Het statutaire doel van de stichting is in elk geval het geven van openbaar onderwijs en onderwijs van een of meer richtingen in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk bijzonder onderwijs.
3. De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit.
4. Het personeel dat werkzaam is aan de openbare school, wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
5. De statuten voorzien in ieder geval in een regeling omtrent:
a. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur van de stichting,
b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden,
c. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd,
d. de vaststelling van de begroting en jaarrekening na overleg met de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen,
e. de wijze waarop de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, toezicht op het bestuur van de openbare school uitoefent,
f. de gronden waarop het bestuur kan besluiten de vergaderingen besloten te houden,
g. de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt, en
h. de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.
6. De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen. Goedkeuring kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.
7. Het bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt.
8. De vergaderingen van het bestuur van de stichting zijn openbaar, tenzij het bestuur anders beslist, op gronden, vermeld in de statuten.
9. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft.
10. Artikel 155 van de Gemeentewet is niet van toepassing.
Artikel III, onderdeel C, komt te luiden:
Artikel 64, tweede lid, onderdeel c, komt te luiden:
c. bij omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige openbare school of omgekeerd, bij omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige bijzondere school van een andere richting en bij uitbreiding van het onderwijs aan een school met onderwijs van een of meer andere richtingen.
Artikel III, onderdeel D, vervalt.
Artikel IV vervalt.
Artikel V komt te luiden:
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Deze nota van wijziging dient ondergetekende mede in namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Omdat de Raad van State ook in zijn advies over de tweede nota van wijziging wederom zo nadrukkelijk heeft gewezen op de strijdigheid van het voorstel omtrent de institutionele samenwerkingsscholen met artikel 23 van de Grondwet, wordt de mogelijkheid tot het vormen van institutionele samenwerkingsscholen uit het wetsvoorstel geschrapt. In het nader rapport aan de Koningin heb ik aangegeven, waarom ik de opvatting van de Raad van State omtrent de strijd met artikel 23 van de Grondwet bij de bestuurlijke fusie niet deel. Het advies van de Raad van State heeft wel geleid tot enkele aanpassingen van dat onderdeel van het wetsvoorstel (zie verder de toelichting bij de onderdelen D, H en N).
Met de in deze onderdelen opgenomen wijzigingen worden het opschrift van het wetsvoorstel en de considerans aangepast.
Deze onderdelen betreffen aanpassing van de begripsbepalingen van «bevoegd gezag» en van «openbare school» in de Wet op het basisonderwijs (WBO), de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (ISOVSO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO).
Naar aanleiding van de kritiek van de Raad van State zijn de voorschriften inzake de bestuurlijke fusie op enkele punten aangescherpt.
In de eerste plaats zijn de voorschriften met het oog op de leesbaarheid en de kenbaarheid uitgeschreven. In de huidige tekst van het wetsvoorstel is aangegeven dat de bepalingen met betrekking tot de bestuursvorm voor het openbaar onderwijs van overeenkomstige toepassing zijn, behoudens een aantal afwijkingen. Met de nieuwe formulering van de desbetreffende artikelen zijn alle voorschriften die gelden voor de stichting die een openbare en een bijzondere school in stand houdt, uitgeschreven.
In de tweede plaats zijn enkele bepalingen nader geclausuleerd. Voorop blijft staan dat de voorschriften die gelden voor een openbare school die in stand wordt gehouden door een stichting voor openbaar onderwijs, in beginsel ook gelden voor een stichting die een openbare school én een bijzondere school in stand houdt. Enkele voorschriften kunnen niet onverkort gelden. In de toelichting bij de tweede nota van wijziging is aangegeven dat dit betreft het voorschrift dat ook het personeel dat verbonden is aan de openbare scholen, wordt benoemd krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, de bestuurssamenstelling, de goedkeuring van de begroting en jaarrekening door de gemeenteraad en de overheersende invloed van de overheid op het bestuur die alleen kan worden voorgeschreven voor zover het openbaar onderwijs betreft.
Met deze nota van wijziging is daarnaast aangegeven om welke reden de gemeenteraad zijn goedkeuring kan onthouden bij wijziging van de statuten en is het voorschrift opgenomen dat de gemeenteraad bij ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met de wet maatregelen kan nemen die nodig zijn voor de continuïteit voor zover het openbaar onderwijs betreft.
Deze onderdelen betreffen het schrappen van de voorschriften omtrent het vormen van institutionele samenwerkingsscholen.
Deze onderdelen betreffen de aanpassing van de inhoudsopgaven van de WBO en de ISOVSO.
De wijzigingen van artikel 60a ISOVSO en de artikelen 64 en 75 WVO vervallen voor zover deze betrekking hebben op het mogelijk maken van de planprocedurele toets bij uitbreiding van het onderwijs met openbaar onderwijs. Door het vervallen van de mogelijkheid tot het vormen van een institutionele samenwerkingsschool kan immers niet meer worden gesproken van een school waaraan het onderwijs wordt uitgebreid met openbaar onderwijs.
Een andere situatie doet zich voor bij kleurverschieten. Dit is omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige bijzondere school van een andere richting dan wel uitbreiding van het onderwijs aan een school met onderwijs van een of meer andere richtingen. De ratio voor het mogelijk maken van een planprocedurele toets bij kleurverschieten in het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs blijft aanwezig. Daarom is de tekst van de artikelen 60a ISOVSO en 64 WVO in die zin aangepast.
Omdat de mogelijkheid tot het vormen van institutionele samenwerkingsscholen uit het wetsvoorstel wordt geschrapt, dient ook de overgangsbepaling te worden geschrapt. Deze bepaling voorziet er in dat de bestaande samenwerkingsscholen gedurende enkele jaren als institutionele samenwerkingsscholen in de zin van de wet geregistreerd kunnen worden, om aldus in de gelegenheid te zijn de statuten en de organisatie aan te passen aan de nieuwe wettelijke bepalingen. Omdat het wetsvoorstel, zoals gezegd, wordt beperkt tot het mogelijk maken van bestuurlijke samenwerking, is een dergelijke overgangsbepaling niet mogelijk.
Door het schrappen van de mogelijkheid tot het vormen van institutionele samenwerkingsscholen blijven de thans bestaande samenwerkingsscholen in juridische zin vooralsnog dus als openbare of bijzondere scholen aangemerkt.
De inwerkingtredingsbepaling kan worden aangepast omdat de wet inzake de bestuursvorm van het openbaar onderwijs inmiddels het Staatsblad heeft bereikt (Wet van 14 november 1996, Stb. 580).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24137-16.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.