24 112
Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen)

nr. 17
MOTIE VAN HET LID VAN DEN BERG

Voorgesteld 22 januari 1998

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de bestrijding van ernstige verkeersdelicten, in het bijzonder het misbruik van alcohol in het verkeer, dient te worden geïntensiveerd;

van oordeel, dat het strafrecht daarvoor het aangewezen kader vormt;

van mening, dat van een verplichte onmiddellijke inhouding van het rijbewijs na geconstateerde ernstige alcoholdelicten in het verkeer een sterk preventieve werking zal uitgaan;

verzoekt de regering de mogelijkheid te onderzoeken te komen tot een stelsel, waarbij bij deze delicten in alle gevallen als bijkomende straf ontzegging van de rijbevoegdheid wordt opgelegd voor een door de rechter te bepalen termijn, vooruitlopend waarop het rijbewijs na constatering van het misdrijf verplicht wordt ingevorderd tot de terechtzitting in eerste aanleg en verzoekt de regering de Kamer terzake zo spoedig mogelijk nader te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van den Berg

Naar boven